Abortus in tijden van neoliberale keuzevrijheid

642x999_6470756Hoewel we leven in een tijd waarin de nadruk ligt op “persoonlijke keuzevrijheid”, staat het recht van vrouwen om voor een abortus te kiezen onder druk. Sinead Kennedy analyseert deze schijnbare tegenstelling.

Mensen ervan overtuigen dat abortus voor vrouwen een essentiële keuze was, was een belangrijke prestatie van de vrouwenbeweging van de jaren 60 en 70. Het leven van vrouwen is de afgelopen vier decennia door de legalisering van abortus zo spectaculair veranderd dat we dreigen te vergeten hoe het daarvoor was.

De Amerikaanse auteur en activist Katha Pollitt schrijft hierover: “De legalisering van abortus heeft vrouwen niet alleen gered van de dood, letsel en de angst voor arrestatie. Het werd niet alleen mogelijk dat vrouwen zich wijdden aan studie en werk en werden bevrijd van overhaaste huwelijken en een te groot kinderaantal. Gelegaliseerde abortus veranderde ook de manier waarop vrouwen zichzelf zagen, als moeder uit eigen keuze en niet bij toeval.”

Maar tegenwoordig ligt dit fundamentele recht onder vuur, ook in landen waarvan we dachten dat de politieke strijd voor het recht op abortus er gewonnen was. In de Verenigde Staten hebben tussen 2011 en 2014 meer dan 30 staten meer dan 200 beperkingen van het recht op abortus doorgevoerd. Dat is meer dan in het hele vorige decennium.

Abortus onder vuur

In Texas heeft dit bijvoorbeeld geleid tot het sluiten van 28 van de 36 abortusklinieken. Vorig jaar probeerde in Spanje de conservatieve Partido Popular wetgeving in te voeren die abortus illegaal zou maken, behalve wanneer er sprake was van verkrachting of een gezondheidsrisico voor de zwangere vrouw. Deze aanval kon slechts worden afgeslagen door een enorme golf van protest in het hele land. In Mexico, waar abortus pas in 2007 was gelegaliseerd, is een serie wetten ingevoerd om abortus te criminaliseren. Dat heeft ertoe geleid dat vrouwen die een miskraam hadden gehad werden veroordeeld tot meer dan twintig jaar gevangenisstraf omdat ze ervan werden verdacht zelf een abortus te hebben opgewekt.

Momenteel woont een kwart van de wereldbevolking in landen met uiterst restrictieve abortuswetgeving, vooral in Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Vijf landen in de wereld staan abortus onder geen enkele voorwaarde toe: El Salvador, Nicaragua, de Dominicaanse Republiek, Chili en Malta. Nicaragua en de Dominicaanse Republiek stonden abortus eerder wel toe als het leven van een vrouw in gevaar was. Er zijn 33 landen die abortus alleen toestaan als het leven van een vrouw in gevaar is.

Vrouwen wordt niet alleen toegang tot abortus onthouden, maar vrouwen die wel abortus laten plegen worden ook ook in toenemende mate gecriminaliseerd. In 2013 voerde Ierland nieuwe abortuswetgeving in op grond waarvan elke vrouw of arts die een abortus regelt veertien jaar gevangenisstraf kan krijgen.

In de VS hebben 38 staten wetgeving ingevoerd over foetusmoord. Deze wetgeving was zogenaamd bedoeld om zwangere vrouwen te beschermen tegen gewelddadige aanvallen, vaak door een mishandelende partner. Maar ze wordt door de overheid steeds vaker gebruikt tegen vrouwen zelf. In South Carolina werd bijvoorbeeld slechts één man aangeklaagd wegens het molesteren van een zwangere vrouw. Hij werd in eerste instantie veroordeeld, maar later vrijgesproken. Maar er zijn bijna 300 vrouwen gearresteerd vanwege hun gedrag tijdens de zwangerschap (drank- of drugsgebruik, rijden zonder veiligheidsgordel).

Als abortus illegaal wordt gemaakt, neemt het aantal abortussen niet af, maar abortus wordt wel onveiliger. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO zijn 20 miljoen van de 42 miljoen abortussen die jaarlijks worden gepleegd illegaal en onveilig. In elk land waar abortus illegaal is, zijn de gevolgen hetzelfde: juist jonge vrouwen op het platteland en uit de arbeidersklasse lijden het meest onder illegale abortus.

Vaak zijn deze vrouwen al moeder en hebben ze de grootste moeite om de kinderen te onderhouden die ze al hebben. Als vrouwen geen toegang hebben tot veilige abortus, willen ze nog steeds abortus laten plegen. Maar ze zien zich gedwongen om zichzelf te aborteren met scherpe voorwerpen of onveilige chemicaliën, of de hulp in te roepen van mensen zonder medische opleiding. Als gevolg hiervan sterft er elke tien minuten een vrouw aan een onveilige abortus (ongeveer 47.000 vrouwen per jaar).

Universeel fenomeen

De meeste antropologen zijn het erover eens dat abortus kan worden beschouwd als een bijna universeel fenomeen dat in vrijwel elke maat schappij voorkomt. Bewijs hiervoor gaat terug tot wel 4000 jaar geleden. Zolang mannen en vrouwen seks hebben gehad, zijn vrouwen zwanger geworden en hebben ze geprobeerd zwangerschappen te beëindigen, of abortus nu legaal of illegaal was.

Hoewel chirurgische abortus tot eind negentiende eeuw zelden voorkwam, zijn er aanwijzingen te vinden dat door medicijnen opgewekte abortus veel voorkwam en -komt, van de oude Egyptische en Babylonische maatschappijen tot het middeleeuwse katholieke Europa, van moderne verstedelijkte maatschappijen tot afgelegen plattelandsgemeenschappen waarin moderne ideeën over vrouwenrechten onbekend zijn.

Het oudste medische studieboek dat we kennen is Ebers Papyrus (1550 voor Christus), een Egyptische medische tekst waarvan sommige delen dateren uit het derde millennium voor Christus. Hierin staan gedetailleerde instructies voor het opwekken van een miskraam. Tot begin negentiende eeuw werd abortus zelden verboden. Vroedvrouwen uit allerlei landen en culturen, waaronder ook Europa en Noord-Amerika, voerden abortussen uit en leerden andere vrouwen hoe dit moest.

In de loop van de negentiende eeuw werd abortus gaandeweg gecriminaliseerd, vaak onder het mom van ‘bescherming’ van de vrouw. Volgens veel historici was er geen sprake van bescherming, maar maakte de anti-abortuswetgeving deel uit van een vrouwvijandige reactie tegen de groeiende bewegingen voor kiesrecht, vrijwillig moederschap en andere campagnes voor vrouwenrechten die in de negentiende eeuw opkwamen. Het ontoegankelijk maken van abortus maakte het makkelijker om vrouwen in hun traditionele moederrol te houden.

Het feit dat het percentage abortussen in het globale Zuiden, waar toegang tot abortus in veel landen wettelijk beperkt is, bijna hetzelfde is als in het Noorden, waar abortus in bijna alle landen is toegestaan, bewijst dat er geen noodzakelijk verband bestaat tussen de gangbaarheid van abortus en de wettelijke status ervan. Met andere woorden, het verbieden van abortus leidt niet per se tot een laag abortuscijfer en het toestaan ervan leidt niet per se tot een hoog abortuscijfer. Maar de wettelijke status van abortus is wel van invloed op de veiligheid van abortus.

Keuzevrijheid

In de jaren 60 en 70 stond het begrip “keuzevrijheid” centraal in de strijd voor de reproductieve rechten van vrouwen. “A woman’s right to choose” (in Nederland: “de vrouw beslist”, in België “baas in eigen buik” red.) was een van de belangrijkste leuzen van de beweging. De mogelijkheid om te beslissen over je eigen vruchtbaarheid, om te bepalen of en wanneer je een kind wil, werd gezien als wezenlijk om te leven als autonoom mens. Bovendien werd het recht op abortus door de invloed van links binnen de bredere vrouwenbeweging gezien als meer dan een individuele keuze. Het was deel van een bredere strijd voor maatschappelijke verandering.

Vrouwen moesten het recht hebben om te kiezen voor een abortus, maar ook om te kunnen kiezen voor het moederschap. Daarom werd er nadruk gelegd op de maatschappelijke en economische omstandigheden die vrouwen belemmerden, van armoede en slechte huisvesting tot huiselijk geweld en discriminatie op de werkvloer.

In de jaren 80 en 90 keerde de vrouwenbeweging zich af van maatschappelijk activisme en richtte ze zich in plaats daarvan op lobbyen en samenwerken met de autoriteiten. Abortus en moederschap werden nu gedefinieerd als de individuele keuze van elke vrouw, en niet meer als publieke kwestie. Tegenwoordig worden vrouwen aangemoedigd om hun reproductieve keuzemogelijkheden op te eisen als consument en niet als burger.

Onder het neoliberale kapitalisme wordt “keuzevrijheid” stelselmatig voorgesteld als een ideaal dat zou laten zien hoe individuele inzet bepalend is voor de kansen die iemand krijgt. Het neoliberalisme hecht veel waarde aan individualisme, eigen verantwoordelijkheid en economische productiviteit. In veel opzichten zijn vrouwen het perfecte neoliberale subject, dat bijna dagelijks wordt aangespoord om zelf-discipline, zelfregulering en zelfontplooiing te tonen.

Auteurs als Angela McRobbie en Nancy Fraser stellen zelfs dat het neoliberalisme een bepaalde versie van het feminisme heeft ingekapseld in het politieke en maatschappelijke leven. In The Aftermath of Feminism (2010) schrijft McRobbie: “Met gebruik van een vocabulaire dat woorden als “empowerment” en “keuze” bevat, worden deze elementen dan omgezet in een veel individualistischer vertoog en in deze nieuwe vermomming ingezet, vooral in de media en de populaire cultuur, maar ook door overheidsorganen.”

“Nieuw seksueel contract”

McRobbie stelt vervolgens dat er onder het neoliberalisme een “nieuw seksueel contract” is ontstaan, waarin jonge vrouwen enige mate van seksuele vrijheid hebben zolang ze de neoliberale functies van economisch burgerschap vervullen door te werken en te consumeren. De vraag die zelden wordt gesteld is: wat gebeurt er met die vrouwen (arme vrouwen uit de arbeidersklasse, migranten) die niet in staat zijn hun keuze te laten gelden als spelers op de vrije markt?

Jonge vrouwen worden aangespoord om het moederschap uit te stellen tot ze een opleiding, een carrière en enige seksuele ervaring hebben opgedaan. Tienerzwangerschappen worden gezien als potentiële last voor de verzorgingsstaat en er wordt een beeld geschetst alsof jonge, seksueel actieve vrouwen het risico lopen van langdurige economische achterstelling als zij voor het moederschap kiezen. Ze worden afgeschilderd als onverantwoordelijk omdat ze ervoor kiezen een kind te krijgen zonder een echtgenoot of partner die ze financieel kan ondersteunen.

In de VS worden vooral arme vrouwen uit migrantengroepen en uit de arbeidersklasse getroffen door de aanvallen op het recht op abortus en het sluiten van abortusklinieken in staten als Texas. Zij hebben geen geld voor een abortus, of een reis van duizenden kilometers naar een andere staat om een abortus te krijgen. Maar als deze vrouwen vervolgens de autoriteiten om hulp vragen worden ze gedemoniseerd als profiteurs en bijstandsfraudeurs. Op grond van Bill Clintons “hervormingen” van de sociale zekerheid in de jaren 90 hebben vrouwen geen recht op een verhoging van hun uitkering als ze een kind krijgen dat is verwekt toen ze al in de bijstand zaten.

Op grond van deze logica zou je verwachten dat een jonge vrouw die voor abortus kiest een beloning krijgt. Maar dan heb je het mis. Als het om abortus gaat, worden vrouwen die zich gedragen als ondernemend subject en ervoor kiezen op dit punt in hun leven geen moeder te worden weggezet als lichtzinnig, egoïstisch of allebei.

Onbetaalde arbeid

Om deze schijnbare tegenstelling te begrijpen, moeten we stilstaan bij het belang dat de onbetaalde arbeid van vrouwen heeft voor het kapitalisme. Volgens een schatting van de VN levert de onbetaalde arbeid van vrouwen het kapitalisme jaarlijks meer dan 3 biljoen dollar per jaar op. De onbetaalde arbeid van vrouwen is zo essentieel dat het kapitalisme er simpelweg niet buiten kan.

Alle belangrijke sociale functies van onze samenleving worden in particuliere gezinnen verricht, van het opvoeden van kinderen en de zorg voor ouderen tot de dagelijkse zorg die mensen in staat stelt naar hun werk te gaan. Hoewel steeds minder huishoudens beantwoorden aan het traditionele idee van het kerngezin, is de maatschappij nog steeds op die basis ingericht. Binnen de maatschappij worden de meeste onbetaalde zorgtaken verricht door vrouwen, die worden geacht ‘van nature’ moederlijk, opofferingsgezind, onzelfzuchtig en afhankelijk te zijn.

Als abortus illegaal wordt gemaakt, neemt het aantal abortussen niet af, maar abortus wordt wel onveiliger ren tot de dagelijkse zorg die mensen in staat stelt naar hun werk te gaan. Hoewel steeds minder huishoudens beantwoorden aan het traditionele idee van het kerngezin, is de maatschappij nog steeds op die basis ingericht. Binnen de maatschappij worden de meeste onbetaalde zorgtaken verricht door vrouwen, die worden geacht “van nature” moederlijk, opofferingsgezind, onzelfzuchtig en afhankelijk te zijn.

Als vrouwen het recht hebben volkomen zichzelf te zijn en baas te zijn over hun eigen lichaam en hun voortplantingsorganen, komen dat soort ideeën over vrouwen onder druk te staan. Abortus zet vraagtekens bij de maatschappelijke betekenis van vrouwelijkheid en ook van moederschap.

Daarom moet elke beweging voor het recht op abortus de kwestie binnen de bredere context plaatsen van de strijd voor een betere wereld. Naast het recht om te beslissen of en wanneer we een kind willen, gaat het ook om de vraag wat vrouwen nodig hebben om moeder te kunnen zijn.

Dat dwingt ons om verder te kijken dan de kwestie van toegang tot abortus. We moeten ook problemen als armoede en racisme aanpakken en opkomen voor de rechten van migranten en gedetineerden. Op een fundamenteler niveau dwingt dit ons ook om te vragen in wat voor wereld we willen leven en onze kinderen grootbrengen, en hoe we deze tot stand kunnen brengen.
Sinead Kennedy is mede-samensteller van een nog te verschijnen boek, The Abortion Papers, en actief in de Ierse campagne voor het recht op abortus, Action For Choice.
Dit artikel is een vertaling van Socialist Review 400, maart 2015. Nederlandse vertaling door socialisme.nu.

Print Friendly, PDF & Email
Share This