De Britse vakbeweging en het referendum over de EU

Brexit vakbondsbanner

Al tientallen jaren staat het Verenigd Koninkrijk te bibberen aan de rand van de Europese Unie, als een zwemmer die te bang is om in het water te springen. Toen premier David Cameron een referendum aankondigde over de deelname aan de Europese Unie, waren veel politieke commentatoren, om het zachtjes uit te drukken, verbaasd. Nu de meerderheid (52 procent) van de kiezers voor Brexit (Groot-Brittannië uit de Europese Unie) heeft gekozen, wordt het referendum een ramp genoemd. En dat is het ook.

De dag na de stemming zakte het Britse pond tot de laagste dollar wisselkoers sinds 1985. De aandelen van de grootste banken daalden met 30 procent. Cameron treedt af en stort de Conservatieve Partij in een crisis. De Labour Partij, in meerderheid tegen Brexit, zorgde voor haar eigen crisis. De meer neoliberale parlementariërs van Labour probeerden de poten onder de stoel van hun meer radicale leider, Jeremy Corbyn, door te zagen. Nog maar negen maanden eerder was hij door twee/derde meerderheid van de leden en met steun van de meeste vakbondsleiders verkozen.

Wraak

Scherpe politieke tegenstellingen in de Britse samenleving, los van de politieke partijen, werden zichtbaar. Het thema van de Schotse onafhankelijkheid kwam weer bovendrijven. In Schotland wil 62 procent in de Europese Unie (EU) blijven.

De generatiekloof is ook duidelijk. Van de 18 tot 24 jarigen stemde 75 procent voor blijven, van de 25 tot 40 jarigen 56 procent, terwijl de meerderheid van de ouderen voor Brexit koos. Tevens bestaat een scheiding tussen de hoogopgeleide elite die voornamelijk in en rond Londen woont en de lageropgeleiden in de oude industriegebieden van het midden en noorden van Engeland. Buiten de hoofdstad koos de witte arbeidersklasse voor Brexit als verzet tegen de politieke elite. Een politieke elite waaronder leden van de Labour Partij die jaren hun plicht hebben verzaakt. Het vertrek van de industrie heeft voor velen het werk en de gemeenschappen verwoest. Brexit lijkt voor hen een kwestie van wraak.

Zondebok

Maar het doelwit was voor velen niet de bezuinigingspolitiek of de politici die de bezuinigingen hebben doorgevoerd. De immigranten kregen de schuld van de werkloosheid, de overvolle scholen en de afkalvende gezondheidszorg. De interviews op de televisie en in de krant lieten mannen en vrouwen van de witte arbeidersklasse zien die zeiden dat immigratie voor hen de belangrijkste reden was om voor Brexit te stemmen. De EU garandeert namelijk de vrije vestiging van werknemers binnen haar grenzen.

De kloof bleek ook uit de exitpeilingen. Van de Brexit – stemmers was 65 procent van mening dat immigratie ‘slecht’ is voor het land, terwijl 62 procent van de tegenstemmers immigratie als ‘goed’ beoordeelde. Peilingen van een paar dagen vóór de stemming laten zien dat 53 procent van de arbeidersklasse immigratie ‘slecht’ vindt. Van de midden en hogere lagen van de bevolking is dat 34 procent. Na de stemming steeg het aantal gemelde incidenten tegen immigranten aanzienlijk.

We beweren niet dat de gehele arbeidersklasse of de gehele witte arbeidersklasse voor Brexit stemde. Een andere peiling liet zien dat slechts 40 procent van de stemmers voor Brexit als arbeidersklasse omschreven kan worden. Veel jonge arbeiders stemden tegen Brexit. Dat geldt ook voor sommige steden met een grote arbeidersklasse, zoals Liverpool en Manchester. De ironie is dat de voorstemmen juist kwamen uit de streken waar nauwelijks Europese immigranten zijn. De anti immigrant gevoelens zijn niet nieuw en zeker niet beperkt tot de immigranten uit de EU. Overigens zijn er meer immigranten in het Verenigd Koninkrijk van buiten de EU dan uit de EU.

De ultrarechtse, antimigratie partij, United Kingdom Independence Party (UKIP), heeft winst gemaakt onder de stemmers uit de arbeidersklasse door immigranten de schuld te geven van alle economische en sociale problemen, onafhankelijk van hun afkomst. Al jaren wijst de roddelpers de immigranten aan als oorzaak van elk probleem van de noodlijdende Britse arbeiders. Het was de UKIP die samen met ‘eurosceptische’ politici van de Conservatieve Partij het referendum aankaartte. Het referendum zelf zorgde voor een golf van vreemdelingenhaat en agressie.

Vakbonden

De meeste vakbonden adviseerden de leden tegen Brexit te stemmen, dat om de rechten van de arbeiders te beschermen. De wetten en regelgeving van de EU garanderen een werkweek van maximaal 48 uur, gelijke behandeling van voltijd-, deeltijd- en uitzendpersoneel, betaalde vakantiedagen en betaald ouderschapsverlof.

Een brief van de bestuurders van de tien grootste bonden waarschuwde: “Als het Verenigd Koninkrijk de EU verlaat, komen al deze rechten onder grote druk te staan. Na lang praten en afwegen geloven we dat de sociale en culturele voordelen van blijven veel groter zijn dan vertrekken uit de EU.” Het gevaar bestaat dat de Conservatieve regering deze en andere arbeidsrechten gaat afschaffen als de EU-standaarden niet meer gelden. In hoeverre deze vakbondsbestuurders ook werkelijk voor dit standpunt onder leden campagne gevoerd hebben, is niet duidelijk. De bonden hebben in het landelijke debat nauwelijks een rol gespeeld.

De kwestie lag niet zo eenvoudig in de vakbeweging. Drie links georiënteerde bonden waren voor Brexit: twee spoorwegbonden en de bakkersbond. Hun gezamenlijke verklaring kwam neer op de volgende redenering: “De EU is niet voor arbeiders en kan niet worden verbeterd. We steunen de stemming voor Brexit, want we geloven dat de Unie de belangen van de grote bedrijven verdedigt en tegen de belangen van de werknemers is.” In verband met de toenemende vluchtelingencrisis aan de Europese grenzen zijn ze tegen het ‘fort Europa’: “Het spijt ons diep dat kinderen en families die vluchten voor armoede, onderdrukking en oorlog, niet worden toegelaten in Europa.” Helaas sloot dit gevoel geheel niet aan bij het niveau waarop het debat werd gevoerd en sneeuwde het onder in de anti-immigratie hetze. Vlak na de uitslag klaagde Dave Prentis, snationaal ecretaris van UNISON (ambtenarenbond) dat “de campagne werd gekenmerkt door haat, gif en misinformatie”.

Rechts

Een dag na de uitslag wezen twaalf vakbondsleiders (waaronder twee van bonden voor Brexit) op de politieke crisis en het gevaar van een nieuwe, meer rechtse Conservatieve regering. Zij vestigden hun hoop op de Labour Partij en redeneerden: “Bij gebrek aan een regering die voor het volk opkomt, moet Labour zich verenigen als bron voor nationale stabiliteit en eenheid. (…) Het laatste wat we nu kunnen gebruiken, is dat mensen de kans grijpen om een strijd over het leiderschap te beginnen.”

Dat was echter tegen dovemansoren gezegd. Een meerderheid van de Labour parlementsleden probeerde de partijleider Corbyn af te zetten. Zij gebruiken de Brexit uitslag als excuus voor wat ze al lang van plan waren, namelijk van Corbyn zien af te komen. Volgens hen had hij niet hard genoeg gevochten om in de EU te blijven. Dat dit een onzin excuus is, blijkt wel uit het feit dat volgens een peiling maar 19 procent van de voorstemmers van Brexit ook Labour heeft gestemd. De grote meerderheid van de voorstemmers waren leden van de Conservatieve Partij en UKIP. De strijd om het leiderschap in Labour zal nog wel een tijdje voortwoekeren.

Brexit heeft de opkomst van extreem rechtse, nationalistische, fascistische en anti-migranten partijen op het vasteland van Europa nog meer elan gegeven. Net zoals UKIP weten deze partijen boze stemmers uit de arbeidersklasse aan te trekken op anti-immigratie standpunten. Belangrijke extreem rechtse partijen in Frankrijk, Italië en Nederland eisen vergelijkbare referenda. Door deze snelle ontwikkelingen en de tegenstellingen die binnen het Verenigd Koninkrijk en zelfs binnen de Britse arbeidersklasse zichtbaar werden, is de toekomst moeilijk te voorspellen. Zeker is echter dat de bonden hun leden moeten mobiliseren tegen de plannen van de Conservatieve regering om de rechten van de arbeiders te beperken en tegelijk op te komen voor de rechten van de immigranten. Zonder deze beweging is de toekomst somber.

De anti-migratie stemming onder het kansarme gedeelte van de arbeidersklasse is opgestookt tijdens dit rampzalige referendum. Solidariteit binnen de arbeidsklasse, zoals die in grote industriesteden als Manchester, Liverpool, Leicester en Glasgow zichtbaar werd, kan de schade herstellen.

Sheila Cohen en Kim Moody zijn lid van de National Union of Journalists in het Verenigd Koninkrijk. Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Labornotes. Nederlandse vertaling: Jan Taat voor Solidariteit.

Print Friendly, PDF & Email
Share This