Egyptische activist: “We hebben nog hoop”

Tharir

Vijf jaar geleden waren straatprotesten in Tunesië het startschot voor revoluties in diverse Arabische landen. Judith Orr sprak met Sameh Naguib over de gebeurtenissen toen en de lessen voor socialisten nu. Naguib is lid van de Revolutionaire Socialisten in Egypte.

De Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazizi stak zichzelf in december 2010 in brand nadat de politie hem had lastiggevallen over zijn kraampje. Hoe konden de protesten overwaaien naar Egypte?

In tientallen jaren hadden we in de Arabische regio geen vergelijkbare situatie gezien, de Tunesische demonstraties groeiden snel. Iedereen kon de gebeurtenissen via satelliet-tv volgen. Het werd al helemaal inspirerend toen mensen de slogan inzetten ‘De mensen willen het regime ten val brengen’.

Toen de Tunesische president Ben Ali het land moest ontvluchten, had dat een enorme impact op activisten en jongeren in Egypte. In Egypte waren protesten in voorbereiding op 25 januari tegen de politie. Maar mensen kregen het idee dat het protest wel eens groter kon worden dan gewoonlijk – als gevolg van wat er in Tunesië gaande was.

Wanneer realiseerden jullie je dat deze protesten verschilden van eerdere acties?

Dat zagen we heel snel. De demonstraties begonnen rond het middaguur. Maar de snelheid waarin mensen begonnen mee te lopen en de acties veranderden in een massaprotest, verbaasde zowel activisten als de politie. De politie was niet voorbereid. Iedereen had de natuurlijke neiging om naar het Tahrirplein in Caïro te gaan. Niemand verwachtte er ook te komen. Toen de politie de strijd begon te verliezen, bereikten we uitgeput het plein. Maar we waren ook blij en opgewonden. We discussieerden over wat verder te doen.

Wat waren de belangrijkste momenten van de eerste achttien dagen van de revolutie in Egypte?

Binnen twee dagen legde het regime van Mubarak internet en mobiele communicatie stil om het toewerken naar een nog grotere demonstratie op vrijdag 28 januari te verhinderen. De echte revolutie begon op die dag. Alle politiebureaus in Caïro werden platgebrand. Het schouwspel op Tahrirplein was bijna surrealistisch: het hoofdkwartier van de regerende partij stond in brand en de politie was nergens te bekennen. En ik heb nog nooit zoveel mensen bijeen gezien als die dag op Tahrirplein.

De tweede belangrijke gebeurtenis was op 2 februari, toen ingehuurde criminelen op Tahrir probeerden in te breken. De hele nacht vonden veldslagen plaats. Verschillende politieke stromingen verdedigden samen het plein, waarbij veel mensen stierven.

Het derde hoogtepunt was toen Mubarak in zijn laatste tv-toespraak zei dat hij niet van plan was om te gaan. Mensen stonden klaar om naar het presidentieel paleis te gaan om het te bestormen. Het zien van de reactie op de toespraak was geweldig. Ik zal nooit de aanblik vergeten van honderdduizenden mensen die woedend met hun schoenen naar de schermen zwaaiden. Toen op 11 februari de vicepresident aankondigde dat Mubarak was vertrokken, ging het feest de hele nacht door.

Terugkijkend op wat daarna gebeurde: wat waren de zwakke punten van de revolutionaire beweging?

De Moslimbroederschap was de belangrijkste massaorganisatie in de politieke oppositie. Zij wilde samenwerken met de regerende militaire junta (SCAF), nadat Mubarak was vertrokken. De Moslimbroeders wilden een procedurele democratie installeren en zo verdere golven van de revolutie stoppen. Deze golven bleven nieuwe secties van de onderdrukten in de strijd brengen en ontketenden steeds nieuwe stakingen door arbeiders.

Radicaal links had geen massaorganisatie die de revolutie had kunnen verdiepen. We waren te zwak. Daarnaast wilden de stalinistische groeperingen de revolutie binnen de perken houden.

Hoe kan het dat de heersende klasse een effectieve contrarevolutie heeft kunnen inzetten?

De Broederschap bleef concessies doen aan de legertop om de indruk te wekken verantwoordelijkheidsgevoel te hebben. Ze wilde laten zien dat ze de massa op straat kon beheersen. Hierdoor konden de politie en het militaire establishment zich hergroeperen. Zij creëerden een golf van angst door te beweren dat de Broederschap Egypte zou veranderen in een theocratische dictatuur en het land de chaos in zou leiden.

Tijdens het presidentschap van Moslimbroeder Morsi wakkerde de legertop een gevoel van onzekerheid aan bij de middenklasse. Auto’s werden gestolen, mensen werden ontvoerd en overvallen. Het leger zei dat het garant stond voor een terugkeer naar stabiliteit, werkgelegenheid en een normaal leven. Dit kreeg weerklank bij brede delen van de middenklasse, vooral omdat Morsi niets deed met de beloftes van de revolutie. Zijn beleid zette het neoliberalisme voort en opende de weg naar de contrarevolutie.

President El-Sisi is het gezicht van de contrarevolutie. Heeft hij alle verzet kunnen breken?

Ondanks ongekende repressie zijn er nog steeds stakingen en demonstraties die de geest en de slogans van de revolutie doen voortleven. Ik betwijfel of het regime-Sisi het vermogen heeft om die volledig te vernietigen. Sisi werkt samen met dezelfde corrupte zakenlui, generaals en partijbureaucraten waartegen de revolutie zich in de eerste plaats keerde. Socialisten zien revolutie als een proces in plaats van een enkele gebeurtenis.

Wat zijn je verwachtingen voor de toekomst?

Ik wil de nederlaag niet bagatelliseren. Maar de Egyptische revolutie heeft de hoop, aspiraties, verwachtingen van mensen veranderd en dat vormt de mogelijkheid voor een tweede revolutie. Onze tegenstanders weten dat, daarom zijn ze repressiever dan Mubarak ooit was. De heersende klasse is bang en probeert daarom de geest van de revolutie te verpletteren.

Maar het ondraaglijke leven onder Sisi kan niet eeuwig doorgaan. Er is dus hoop voor de komende jaren. We moeten de revolutionaire beweging weeropbouwen en tegelijkertijd leren van de lessen van de revolutie van 2011. Daarnaast is de invloed van de Egyptische revolutie op het MiddenOosten enorm. Je zag opstanden in Bahrein, Syrië, Libië en Jemen met dezelfde slogans en manier van organiseren. Het succes van de contrarevolutie heeft dezelfde regionale impact.

Tot slot, voor ons is internationale solidariteit heel belangrijk. Er zou meer solidariteit in het Westen moeten zijn voor de beweging tegen Sisi. In november zijn veertig mensen verdwenen en tientallen mensen zijn verkracht en gemarteld in politiebureaus en gevangenissen. Islamofobie en een onscherpe analyse over de Moslimbroederschap van links zorgen ervoor dat er niet meer internationale solidariteit is. We hebben een hardere campagne tegen dit regime nodig. Solidariteit telt!

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Socialist Worker. Nederlandse vertaling: redactie socialisme.nu.

Print Friendly, PDF & Email
Share This