EU-reis naar Israël: normaliseren van Apartheid

ijito

De Europese Commissie-vicevoorzitter Antonio Tajani bracht maandag 21 oktober 65 organisaties en vertegenwoordigers van bedrijven uit 17 EU-lidstaten naar Israël met de intentie om de bestaande zakelijke betrekkingen tussen de EU en Israël te versterken en verdere mogelijkheden voor samenwerking tussen Europese en Israëlische KMO’s te verkennen, zo staat te lezen op de website van EJPress.

Tajani’s tweedaags bezoek aan Israël, met de titel ‘Missie voor groei’ geeft de onbegrijpelijke overtuiging van de EU weer dat er nog onbenut potentieel zou zijn voor nieuwe synergieën in de bilaterale betrekkingen.

Het is eens te meer duidelijk dat het de EU niet alleen aan politieke wil ontbreekt om Israël onder druk te zetten om zijn oorlogsmisdaden te beëindigen en zich te schikken naar het internationaal recht, maar dat de EU maar al te bereidwillig is om Israël aan te moedigen verder te gaan op het elan van rechtenschendingen, discriminatie, racisme en apartheid.

Enkele quotes van Tajani en zijn medewerkers tonen dit in een erg klare taal:

”Het algemene doel van deze missie is om de groei en het concurrentievermogen van de Europese industrie te versterken door het groeipotentieel van de dynamische economie van Israël beter verkennen.

”Israël en de EU hebben een sterk wederzijds belang bij het verhogen van de bilaterale relaties en marktintegratie om innovatie verder te bevorderen, duurzame groei te stimuleren en banen te creëren.”

“Er is een groot potentieel voor samenwerking op het gebied van watertechnologie, omdat Israël zich in een gebied bevindt dat lijdt aan een tekort aan water, dat lokale Israëlische ondernemers ertoe aanzet vele nieuwe innovaties in water- en agrarische technologieën te ontwikkelen.”

Maar het citaat dat helemaal niets aan de verbeelding overlaat, is het volgende:

“De Europese Unie en Israël delen een lange gemeenschappelijke geschiedenis, gekenmerkt door toenemende onderlinge afhankelijkheid en samenwerking. Beide delen dezelfde waarden van democratie, respect voor de vrijheid en de rechtsstaat en beide zetten ze zich in voor een open internationaal economisch systeem op basis van marktprincipes.”

Om deze verklaringen kracht bij te zetten, bezoekt Tajani de Israëlische president Peres en verschillende ministers die allen al heel wat op hun kerfstok hebben staan.

Peres is verantwoordelijk voor verschillende oorlogsmisdaden en voor het bouwen van kolonies op bezet Palestijns land. Hij onderschrijft een beleid van buitengerechtelijke executies, die Palestijnen en andere Arabieren doden zonder een rechtszaak of bewijzen. Hij steunde de belegering van de Gazastrook, de vernietiging van de luchthaven, en het uitgebreide systeem van checkpoints over de hele Westelijke Jordaanoever. Hij verdedigt de sloop van Palestijnse huizen, en hij rechtvaardigt de wreedheden begaan door het Israëlische leger in zijn oorlog tegen Libanon in 2006.

Huidig Israëlisch minister van Wetenschap, Technologie en Ruimte, Yaakov Perry, kreeg ook bezoek van Tajani. Ze zullen een administratieve regeling ondertekenen inzake samenwerking met het ministerie en de Israel Space Agency op het gebied van satelietnavigatie. Yaakov Perry is jarenlang het hoofd geweest van de Shin Bet, de Israëlische binnenlandse inlichtingendienst die berucht is voor haar folterpraktijken. In februari van dit jaar werd de Palestijnse Arafat Jaradat zo erg mishandeld door leden van de Shin Bet dat hij stierf aan zijn verwondingen.

Op dinsdag 22 oktober had Tajani nog uitgebreide gesprekken met de minister van economie Naftali Bennett, met wie hij een rondetafelconferentie hield en een intentieverklaring ondertekende over industriële samenwerking en KMO’s. Diezelfde Naftali Bennett wordt door de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Adalah beschuldigd van het aanzetten tot geweld. Naar aanleiding van de mogelijke vrijlating van Palestijnse gevangenen, liet Benett in juli van dit jaar weten dat hij “al vele Arabieren in zijn leven heeft gedood en dat daar geen enkel probleem mee is”. En ook “als je een ‘terrorist’ te pakken krijgt, is het enige wat je moet doen hem doden.” Volgens het Israëlisch strafwetboek kan men vijf jaar gevangenisstraf krijgen voor dergelijke uitspraken.

Sinds juni 2000 zijn de EU en Israël verbonden door een associatieovereenkomst. Israël is ook opgenomen in het Europees nabuurschapsbeleid (ENB), dat voor samenwerking en zelfs een sterke mate van integratie moet zorgen door middel van een aandeel in de interne markt van de EU en de mogelijkheid voor Israël om deel te nemen aan de belangrijkste aspecten van het EU-beleid en EU-programma’s.

De EU-export naar Israël bereikte in 2012 17 miljard euro, terwijl de EU-invoer uit Israël 12,6 miljard euro bedroeg.

Meer dan vijf decennia al heeft de EU steeds nauwere relaties met Israël betreffende culturele uitwisselingen, handel en politieke samenwerking. Dat zijn meer dan vijf decennia teveel en hoog tijd om daar nu een einde aan te maken. Zolang Israël de rechten van het Palestijnse volk niet erkent, het internationale recht niet respecteert en haar beleid van kolonisatie, landroof, foltering, administratieve hechtenis en afbraak van woningen verder zet, mag er in geen geval sprake zijn van een uitbreiding van de EU-Israëlrelaties. In plaats van de Israëlische misdaden te legitimeren door het toekennen van economische voordelen is het aan de EU om sancties op te leggen aan Israël!

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op de website van Palestina Solidariteit vzw.

Print Friendly, PDF & Email
Share This