Feeling the Bern: Bernie Sanders, links en de Amerikaanse presidentsverkiezingen

bernie-sanders-union-rally-pensions-reuters-640

Het zijn opmerkelijke dagen voor de Amerikaanse politiek. In zowel de Republikeinse als Democratische voorverkiezingen voor de kandidaat voor de presidentsverkiezingen lopen outsiders op kop of vormen ze voldoende bedreiging om de partij-elites zich te laten verslikken in hun cheeseburgers. In de Republikeinse partij verplettert multimiljonair, vastgoedmagnaat en ontluikende fascist Donald Trump zijn tegenstrevers, inclusief Ted Cruz, een fundamentatalitsche evangelistische christen die door iedereen waar hij contact mee heeft wordt veracht. In de Democratische partij doet senator Bernie Sanders, lange tijd een onafhankelijke politicus en zelfverklaard ‘democratisch socialist’ wat veel mensen een paar maanden geleden nog voor absoluut onmogelijk hielden: hij is een serieuze rivaal voor Hillary Clinton’s nominatie voor de presidentsverkiezingen.

Er kunnen honderden boeken geschreven worden over het Amerikaanse politieke systeem, maar voor links is het het succes van de campagne van Sanders dat belangrijk is. Wat is er gaande in de Verenigde Staten? Hoe kan een ‘socialist’ een serieuze kandidaat zijn voor de nominatie en daarmee voor het presidentschap? En wat betekent dit allemaal voor revolutionaire socialisten in de VS?

Hoewel hij lang niet zo radicaal of militant is als zijn Britse tegenhanger, heeft de opkomst van Sanders in de VS veel overeenkomsten met die van Jeremy Corbyn. In beide gevallen heeft een wat sjofele, oudere, linkse, witte man een generatie boze en angstige kiezers aangesproken. Beide spreken een publiek aan van werkende mensen die het beu zijn dat hun steun voor zogenaamde ‘arbeiderspartijen’ als vanzelfsprekend werd aangenomen, hoe vaak deze partijen hen ook eerder al in de rug hadden gestoken. Sanders heeft de geest van Occupy weten te vangen en in de Democratische partij een gesprek over sociale klasse op gang gebracht. Slechts een paar maanden geleden kon Sanders, de langst zittende onafhankelijke senator in de VS, in peilingen op slechts drie procent van de stemmen rekenen en gold hij absoluut niet als een serieuze rivaal voor Hillary Clinton. Maar Sanders eindigde nek-aan-nek met Clinton in Iowa – de eerste verkiezingen voor de nominatie – en versloeg haar overtuigend in New Hampshire. Clinton won de derde voorverkiezing met vijf procent maar slechts een paar maanden geleden had ze nog 20 procent voorsprong. Sindsdien heeft Clinton een aantal andere staten gewonnen maar de race is nog niet gelopen. In landelijke peilingen ontlopen Sanders en Clinton elkaar weinig: 44 tegen 46 procent. Het zal niet verbazen dat het partij-apparaat van de Democraten in paniek is. De aanvallen op Sanders, variërend van ‘we moeten realistisch zijn’ tot ‘hij is een communist’ en ‘hij is te oud’ zijn op gang gekomen en echte feministen zouden op Clinton moeten stemmen. En toch lijkt de steun voor Sanders alleen maar te groeien, vooral onder jonge kiezers, en volgens landelijke peilingen zou hij veel meer kans hebben om in de presidentsverkiezingen de Republikeinse kandidaat te verslaan.

Sanders ziet zichzelf als socialist (in zijn kantoor in de senaat hangt een foto van Eugene Debs (1)) en hij is in wezen politiek te vergelijken met een Europese sociaaldemocraat; regelmatig haalt hij Denemarken en Zweden aan als modellen, en niet een revolutionair. Officieel ‘onafhankelijk’, en niet een Democraat, is Sanders in zijn kwart eeuw in het congres wel lid geweest van de Democratische fractie en in 98 procent van de gevallen stemde hij mee met de Democratische partij. Sanders’ campagne draait om voorstellen voor een nieuwe ‘New Deal’; gezondheidszorg voor iedereen, gratis hoger onderwijs, hervorming van de wetten over campagnefinanciering, en het reguleren en opdelen van de grootste banken in de VS (deze zijn nu groter dan voor de ineenstorting van 2007/8); en het verhogen van het minimumloon tot 15 dollar (het staat nu op een obscene 7,25 dollar per uur). Sanders stelt niet voor om de eigenaars te onteigenen of de banken te nationaliseren – maar zijn voorstellen en zijn politieke aanpak – het opbouwen van een grote progressieve beweging die systematische veranderingen eist – staan mijlenver links van alles dat de afgelopen vijftig jaar uit de Democratische partij is gekomen.

Er is geen twijfel aan de progressieve geloofsbrieven van Sanders, zijn hele leven lang is hij een trouwe supporter van arbeidersrechten geweest. Maar er is discussie over de vraag of links zijn campagne moet steunen. Zijn beslissing om als Democraat deel te nemen aan de voorverkiezingen gaf hem toegang tot discussies tussen de kandidaten en de gegevens van Democratische kiezers, maar veel mensen zijn bezorgd dat de energie die hij weet los te weken en de linkse structuren die hem steunen, gebruikt zullen worden door de Democratische Partij als Sanders de nominatie niet wint. Sanders heeft al verklaard dat hij in elk geval de Democratische kandidaat zal steunen in de presidentsverkiezingen.

Daarnaast is Sanders erg zwak als het gaat om internationale politiek. Meestal dringt hij erop aan dat de VS nauwer samen werkt met bondgenoten in militaire operaties. In wezen zijn Sanders’ voorstellen voor internationale politiek niet veel anders dan die van Clinton, ook al heeft hij Clinton aangevallen op haar steun aan de oorlog in Irak. Wat betreft racisme en ongelijkheid staat Sanders ook zwak – ook al boekt hij vooruitgang in zijn voorstellen om deze kwesties aan te pakken en heeft hij de steun van enkele belangrijke zwarte woordvoerders. Clinton heeft veel meer steun onder zwarte kiezers en dit kan haar de nominatie opleveren.

Sommige mensen op links zien Sanders’ sociaaldemocratische voorstellen alleen als ontoereikend reformisme maar veel meer mensen zien zijn campagne als een buitenkans voor meer radicale ideeën en zijn voorstellen als een soort overgangseisen. Ook als ze ongekort ingevoerd worden betekenen de voorstellen van Sanders nog lang niet socialisme, maar ze zouden de levensomstandigheden van Amerikaanse werkers drastisch verbeteren. Op het moment zijn veel werkende Amerikanen vooral bezig met proberen het hoofd boven water te houden – vaak zonder succes.

Hoe dan ook, als Amerikanen het woord ‘socialisme’ gaan associëren met Scandinavische sociaaldemocratie – en niet met Stalin of Pol Pot – dan is er nog altijd sprake van een grote verschuiving in de Amerikaanse politiek. En een dergelijke verschuiving zou zeker niet slecht zijn voor het opnieuw opbouwen van een antikapitalistische beweging. Wat Sanders in ieder geval doet is het benoemen van klassentegenstellingen op een manier zoals dat in de VS sinds de jaren zestig niet meer gedaan is. De vraag is of links hier gebruik van kan maken.

Als Sanders de Democratische nominatie zou winnen, dan wordt de partij tot een diepgaand zelfonderzoek gedwongen. De overweldigende steun van jongeren voor Sanders – groter dan die voor Obama in 2008 – en het falen van Clinton om jongeren aan te spreken – inclusief jonge vrouwen – werpt de vraag op of er sprake is van het begin van een fundamentele verandering in de Democratische partij die het contact met werkende jongeren verloren heeft. Het is onzin om te denken dat de Democratische Partij ooit een arbeiderspartij kan worden maar een einde aan de decennialange verrechtsing van de partij zou welkom zijn.

De hoofdvraag is niet of Sanders de Democratische kandidaat of zelfs president wordt – dit is mogelijk maar zeker niet waarschijnlijk. De vraag is of zijn campagne bij kan dragen aan het opbouwen van linkse structuren en allianties tussen de verspreide groepen die na zijn campagne achter zullen blijven. De slogan van Sanders (Not me, Us) is belangrijk; de slogan erkent de noodzaak van collectieve sociale druk om de macht van de superrijken en hun politieke zetbazen te breken. Maar het valt nog te bezien of Sanders zelf het soort sociale strijd en onrust die nodig is om zijn programma door te zetten zou steunen – om nog maar te zwijgen over wat nodig zou zijn voor meer diepgaande veranderingen.

Maar op het moment delen veel Amerikaanse socialisten een gevoel van bemoediging en zelfs hoop.

Noot:

1) Eugene Victor “Gene” Debs was een Amerikaanse vakbondsleider, één van de oprichters van de Industrial Workers of the World, en vijf keer de kandidaat van de Socialistische Partij van Amerika voor President van de Verenigde Staten.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Grenzeloos.

Print Friendly, PDF & Email
Share This