Het Griekse drama

eurogreceIn februari van dit jaar behaalde Syriza, de Griekse coalitie van radicaal links, de overwinning in de parlementsverkiezingen met een programma dat een breuk beloofde met het Europese bezuinigingsbeleid en de dictaten van de trojka. Een half jaar later sprak een ruime meerderheid van de Grieken zich in het referendum uit tegen een nieuw bezuinigings- en afbraakprogramma vanuit Brussel. En, nu een paar weken later, loodst premier Tsipras met steun van de rechtse partijen en tegen de wil van een deel van zijn eigen aanhang een nog draconischer afbraakprogramma door het parlement en dreigt Syriza te scheuren. Wat ging er mis en welke lessen moeten we trekken uit het Griekse drama?

De eerste les lijkt me dat binnen dit Europa een alternatief onmogelijk is. De Europese leiders onder aanvoering van Angela Merkel hebben laten zien dat zij geen enkele concessie wensen te doen aan hun neoliberale programma, dat ze koste wat kost niet alleen de Grieken maar de hele Europese bevolking willen laten zien dat er wat hen betreft geen alternatief kan zijn voor hun programma van bezuinigingen, privatisering en afbraak van sociale verworvenheden.

De structuur van de huidige Europese Unie is erop gericht de belangen van de bevolking ondergeschikt te maken aan die van de financiële wereld. Democratie is in de EU een lege huls geworden, een democratie van lage intensiteit, zonder sociale inhoud, om met de Franse filosoof–socioloog Michael Löwy te spreken. Dat ondemocratische en neoliberale karakter van de EU is niet nieuw, het was de reden dat we tien jaar geleden actie voerden tegen de Europese Grondwet en sindsdien is het er zeker niet beter op geworden. Dat is de realiteit waar we helaas van uit moeten gaan. De realiteit waar we onze strategie voor een ander Europa, voor een andere dan de neoliberale politiek op moeten baseren.

De aanname van het nieuwe pakket van bezuinigingen en ‘hervormingen’ markeert vooral de nederlaag van de strategie van (de leiding) van Syriza. Een strategie die erop gericht was om de Europese leiders te overtuigen. Om met de kracht van argumenten te laten zien dat er in Griekenland een andere weg ingeslagen moest worden dan die van de Trojka. De grote fout die ze daarbij maakte was dat ze vergat dat het in de politiek uiteindelijk nooit om argumenten gaat, maar in laatste instantie steeds om de macht.

De ministers van financiën van de Eurozone (Eurogroep) onder leiding van Jeroen Dijsselbloem hebben dat de Grieken en vooral minister Varoufakis onbarmhartig ingewreven. In een onthullend interview in New Statesman heeft Varoufakis achteraf laten zien hoe het er bij de zogenaamde onderhandelingen in de Eurogroep aan toe ging. Er was volgens Varoufakis op geen enkele manier sprake van een serieuze discussie. Hij had net zo goed het Zweedse volkslied kunnen zingen, er kwam toch geen reactie op de Griekse voorstellen. En in de wandelgangen werd gedreigd: ‘Natuurlijk hebben jullie gelijk maar we zullen jullie vernietigen.’

De verantwoordelijkheid

De verantwoordelijkheid voor het Griekse drama, voor het feit dat de Griekse bevolking nu nog meer zal lijden en de Griekse economie nog verder de put in zal worden geduwd ligt natuurlijk bij de Europese leiders onder leiding van Angela Merkel die geweigerd hebben om ook maar een millimeter aan de verlangens en de noden van de Grieken tegemoet te komen. Velen hebben zich de afgelopen tijd afgevraagd of de Europese leiders nu echt niet begrijpen dat Griekenland met het door hen voorgestane bezuinigingspakket alleen maar verder in de ellende gestort zou worden, of ze nu echt niet begrijpen dat Griekenland zijn schuld van inmiddels meer dan twee maal het nationaal inkomen de komende decennia toch niet terug kan betalen en dat dat door het nieuwe bezuinigingsprogramma alleen maar moeilijker zal worden.

Natuurlijk weten de Europese leiders dat. Maar voor hen gaat het om een veel groter belang dan de Griekse bevolking en de Griekse economie, of het terugbetalen van de Griekse schulden. Voor hen was en is de inzet van de strijd niets minder dan het neoliberale Europese project en daarmee hun eigen politieke toekomst en geloofwaardigheid. De Grieken moeten bloeden omdat anders elders in Europa ook wel eens de gedachte post zou kunnen vatten dat er een andere weg dan de neoliberale bewandeld zou kunnen worden. Als Griekenland een bank was, was het natuurlijk gered, om schade aan het financiële systeem te voorkomen. Omdat Griekenland een land is werd het verder in de ellende gedrukt.

We kunnen de door Syriza geleide regering er niet van beschuldigen dat ze niet voor haar standpunt heeft gevochten. Wat dat betreft is er een hemelsbreed verschil met de sociaaldemocraten die in de verkiezingscampagne linkse uitspraken doen om vanaf de dag dat ze in de regering zitten het tegenovergestelde te doen. De regering Tsipras heeft een half jaar keihard gevochten voor haar standpunt. Er is nog nooit in het bestaan van de EU een regering geweest die zo duidelijk een links en anti-neoliberaal standpunt heeft ingenomen en met hand en tand heeft verdedigd. We kunnen de Griekse regering ook niet verwijten dat ze die strijd verloren heeft. Zij stond alleen tegenover zeer machtige tegenstanders. We kunnen wel constateren dat de Griekse regering in haar strijd een verkeerde strategie heeft gehanteerd, dat ze van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan en zich verkeerde doelen heeft gesteld en uiteindelijk is gecapituleerd.

Strategie van confrontatie

In plaats van zich alleen te concentreren op het overtuigen van de Europese collega’s had de Syriza-regering een strategie moeten hanteren die erop gericht was om zo veel mogelijk macht te ontwikkelen tegenover de Europese leiders. Onderhandelingen in de Eurogroep en de Europese Raad, en ook het doen van bepaalde concessies in die onderhandelingen hadden daarin zeker een rol kunnen spelen. Het kan nooit kwaad om in een dergelijke situatie naar de publieke opinie in eigen land en in de rest van Europa te laten zien dat jij constructief wil onderhandelen, zelfs bereid bent om water bij de wijn te doen en je tegenstanders steeds te dwingen om duidelijk te maken waarom zij daar niet toe bereid zijn. De onderhandelingen onder leiding van de gewezen Griekse minister van financiën Varoufakis hebben die rol een tijd gespeeld en tot een groeiende sympathie voor de Griekse en een groeiende verbazing over de harde houding van de Europese leiders geleid.

Maar een dergelijke diplomatieke opstelling had gepaard moeten gaan met een reële druk op de EU, door de dreiging (en dus ook serieus voorbereiden) van een Grexit, het duidelijk maken dat ook het Griekse lidmaatschap van de NAVO ter discussie kon worden gesteld (waarmee ook de druk van de VS op de EU vergroot zou worden) en vooral door het voorbereiden van een daadwerkelijke breuk met de Europese politiek. Eric Toussaint van het CADTM, die als coördinator van de door het Griekse parlement ingestelde commissie van onderzoek naar de Griekse schuld de afgelopen tijd nauw bij de ontwikkelingen in Griekenland betrokken was heeft een aantal interessante suggesties voor een alternatieve strategie gedaan.

In de eerste plaats de houding ten opzichte van de Griekse schulden. Het is duidelijk dat  de schulden een centrale rol spelen in de Griekse crisis, ze vormen een molensteen om de nek van de Griekse economie. Het voorlopige onderzoek van de parlementaire commissie naar de schuld maakt duidelijk dat die schuld op zijn mist voor een heel groot deel illegaal, niet legitiem en verwerpelijk is (illegal, illegitimate, and odious). Er was dus alle reden voor de Syriza regering om, in afwachting van een grondig onderzoek naar het ontstaan en de legitimiteit van de schuld, de terugbetaling daarvan op zijn minst op te schorten. Zelfs het IMF is nu, om puur pragmatische redenen, voorstander van een schuldverlichting voor Griekenland.

Inmiddels is door een Duits onderzoeksinstituut berekend dat de Griekse crisis Duitsland zo’n honderd miljard euro heeft opgeleverd. Tel daar bij  op de winsten die er door buitenlandse banken en financiële instelling gemaakt zijn op de Griekse schuld (door de aan Griekenland berekende  hoge rentepercentages), en het is duidelijk dat er alle reden was en is om die schuld, en in ieder geval  een groot deel daarvan, niet terug te betalen.  Het niet terugbetalen van de internationale schuldeisers had de Grieken in 2015 bijna 12 miljard euro gescheeld en de schuldeisers onder druk gezet om met een regeling akkoord te gaan.

Dat de regering onder leiding van Tsipras daar niet toe over ging is natuurlijk een direct gevolg van haar strategie die er op gericht was de Europese leiders van hun goede wil en redelijkheid te overtuigen. Daarmee legde de regering als het ware zelf de strop om de nek van de Griekse bevolking.

Behalve het annuleren of opschorten van de betaling van de schuld had de regering ook over kunnen gaan tot het volledig onder haar controle plaatsen van de belangrijkste Griekse banken, waarvan ze de grootste aandeelhouder is. Zo had ze maatregelen kunnen nemen gericht op het veilig stellen van de spaartegoeden van de Griekse burgers en het aanpakken van de particuliere  aandeelhouders van de banken en de kapitaalsvlucht.

Ze had ook de Centrale bank van Griekenland weer onder haar controle kunnen plaatsen en er voor kunnen zorgen dat die niet meer als belangenbehartiger van de private financiële sector functioneerde maar in het  belang van de Griekse bevolking en de omvangrijke sector van kleine ondernemers. Ze had een belastinghervorming door kunnen voeren waarbij de belasting op lage inkomens en basisgoederen verminderd werd en de belastingdruk voor de hoge inkomens en luxe goederen aanzienlijk werd verhoogd. Ze had over kunnen gaan tot de invoering van elektronische parallelle munt voor intern gebruik waardoor de behoefte aan euro’s zou verminderen, ze had allerlei sociale en ecologische projecten kunnen stimuleren enz. enz.

Bij al die maatregelen was een actieve inschakeling van de bevolking en sociale organisaties noodzakelijk geweest. Dat had ook in de praktijk duidelijk gemaakt dat het niet ging om een strijd van de regering tegen de EU, maar van de hele bevolking, tegen de Griekse heersende klasse en haar Europese beschermers en bondgenoten. Een dergelijke strategie van confrontatie met de Griekse heersende klasse en de Europese machten had natuurlijk tot een heftige reactie geleid. Maar de uitslag van het  referendum maakt duidelijk dat een ruime meerderheid van de Grieken bereid was een dergelijke strijd aan te gaan.

Een dergelijke strategie had van de Griekse bevolking ook grote offers en een grote strijdbaarheid gevraagd. Maar het was voor de Griekse bevolking veel duidelijker geweest waar de strijd om ging en wat het perspectief ervan was. Er is een groot verschil tussen opofferingen met het perspectief van bevrijding en een nieuwe toekomst, en opofferingen zonder enig vooruitzicht, behalve tientallen jaren schandelijke kolonisatie door het EU-bewind. En ook in de ogen van een groot deel van de bevolking in de rest van de EU had deze strijd duidelijk kunnen maken wat het werkelijke karakter van de EU is, en voor welke belangen de Europese leiders staan. Daarmee had het een belangrijke stimulans kunnen betekenen voor de strijd tegen de Europese bezuinigingspolitiek in heel Europa en daarmee voor de strijdbare solidariteit met de Grieken.

Wie serieus de neoliberale politiek wil bestrijden moet de lessen trekken uit het Griekse drama en een strategie ontwikkelen die niet uitgaat van het overtuigen maar van het bestrijden van de tegenstanders. Met alle beschikbare middelen.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Grenzeloos. Willem Bos is lid van onze Nederlandse zusterorganisatie SAP-Grenzeloos en een van de animatoren van de website Ander Europa.

Print Friendly, PDF & Email
Share This