Het kwaad als religieus en bijgevolg cultureel idee

le-mal” Terwijl hij zich begint aan te passen aan zijn rustig nieuw leven als huisvader, klopt een ultrageheime organisatie die een heftige strijd voert tegen het Kwaad op wereldschaal, aan zijn deur.”

Het gaat over de animatiefilm Despicable me II. Sinds men de oorlog heeft verklaard aan het terrorisme worden we overspoeld met de ideologie van het Kwaad (met hoofdletter). Het Kwaad is verantwoordelijk voor al de kwalen die de mensheid treffen. Het is de Duivel, Satan, de Prins der Duisternis, Belial. Velen volgen hun religieuze en politieke gezagvoerders in dit geloof. Aan deze opvatting ligt de oerzonde ten grondslag. Niemand ontsnapt daaraan, de Heilige Maagd uitgezonderd, want die is vrij van die zonde verwekt bij haar moeder Anna, zoals het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis ons leert.

Vele ongelovigen dan weer weten vroeger het kwaad aan het slechte bloed en vandaag aan de genen. Men beweert het gen van de homoseksualiteit, van de begaafdheid voor wiskunde en van de voorkeur voor béarnaisesaus te hebben ontdekt. Een serieuze genetica zal je uitleggen dat “het gen” voor een specifiek gedrag niet bestaat, dat het gaat om interacties tussen verschillende genen en varianten van genen en dat bovendien de expressie van een gen afhangt van vele dingen, waar onder het milieu.

Als het Kwaad verantwoordelijk is voor alle sociale calamiteiten dan hoeven we niet verder te zoeken. Zet de heksen op de brandstapel of, in modernere bewoordingen, verklaar de oorlog om humanitaire, preventieve en wat dan ook gronden. In zijn boek Radical Evil (“Het Radicale Kwaad”, 2002) onderstreept Richard Bernstein dat de verwoesting van het World Trade Centrum in 2001 een “verpersoonlijking is van het hedendaagse kwaad”. Hij weet blijkbaar niet dat de V.S. in de laatste helft van de 20ste eeuw heel wat meer onschuldige mensen hebben gedood dan de aanslag van 11 september.

We komen dit Kwaad tegen in ontelbare literaire en cinematografische werken. Zij weerspiegelen de sociale opvattingen van hen die voor ons en boven ons denken. Voor Dame Agatha Christie zijn er mensen die het Kwaad bedrijven omdat zij daarmee geboren zijn. Je hangt ze op of je isoleert ze. Voor president Bush waren het de “schurkenstaten” die het Kwaad in zich dragen omdat zij niet bestuurd worden door de democratie van de vrije onderneming: je moet ze vernietigen en dan een regime opleggen dat voordelig uitkomt voor het imperialisme.

Begrijp me niet verkeerd. Wanneer ik het Kwaad als verklaringsgrond verwerp dan beweer ik niet dat de misdaad het gevolg is van een “ongelukkige jeugd” of een “kille moeder”. Een verklaring is geen verontschuldiging. Maar vermits het mensdom niet anders dan maatschappelijk kan bestaan, moeten we de oorsprong van het kwaad in het maatschappelijke zoeken en niet bij de Voorzienigheid.

Beëlzebul is de Heer der Vliegen. Het is de titel van een roman van de katholieke schrijver William Golding (en van een gelijknamige film). Hij beschrijft het regressie parcours van een groep jongens uit de hogere Engelse standen en dus hoogst beschaafd, die aan hun lot zijn overgelaten op een verlaten eiland: ze reproduceren een tribale maatschappij en gaan elkaar uitroeien. Gedaan met de beschaving. Alleen de sterkste overleeft.

De pessimistische religieuze teneur van deze roman gaat gepaard aan een sociaal-darwinistische ideologie, een opvatting die Darwin zelf beslist van de hand wees. Darwin beschouwde de mens als een empathische soort die een moraal heeft ontwikkeld van wederzijdse bijstand. Zie hierover Ashley Montagu’s boek  Agressie: aangeboren of aangeleerd? (“Man and Agression”, 1968).

Het kwaad is naar het schijnt onbegrijpelijk, net zoals het mysterie van de Heilige Drievuldigheid. Je moet er in geloven. Maar dit geloof houdt een contradictie in. Als je bezeten bent door het Kwaad of wanneer je misdaden de incarnatie zijn van de Boze, dan er geen behoefte aan enige verklaring. Óf het een óf het ander: je bent verantwoordelijk voor wat je doet of je bent het niet. Maar, zo zullen pastoor, rabbijn of imam daar tegen in brengen: er bestaat zoiets als de vrije wil! Maar de opvatting dat God ons het vermogen heeft geschonken om het kwade van het goede te onderscheiden is niet erg overtuigend. Vandaar de eeuwige theologische discussies over de vrije wil. In werkelijkheid zijn vrijheid en noodzakelijkheid intiem verbonden. Een aantal neurobiologen ontkennen de “vrije wil”. Elke daad heeft een oorzaak, ook al ben je daar niet altijd van bewust.

Wat men als immoreel of illegaal beschouwt varieert met de tijd en met de structuur van de samenleving: Plato en Aristoteles vonden de slavernij acceptabel en noodzakelijk. Een brood stelen werd in de 18de en 19de eeuw streng gestraft, een feit waarop Victor Hugo zijn roman  Les Misérables heeft gebouwd.

De mens is goed noch slecht, maar voor alles maatschappelijk. De theorie van het “maatschappelijk contract” dat de menselijke wolf moet temmen is fout. De menselijke soort leeft maatschappelijk vanaf het moment dat zij in leven werd geroepen door de natuurlijke selectie en het is haar maatschappelijk karakter dat haar de kans heeft gegeven om te overleven in een vijandelijke omgeving. Zo konden de overlevingstechnieken ontstaan, gekoppeld aan sociale en morele regels, de cultuur. Zonder menselijke gemeenschap geen mensheid. De menselijke soort is de enige soort die paradoxaal genoeg ontsnapt aan de natuurlijke selectie, aan de “overleving van de meest geschikte”: we geven insuline aan diabetici en we hebben het brailleschrift uitgevonden ten behoeve van de blinden. De zwaksten onder ons maken deel uit van de mensheid.

Dit alles betekent niet dat het kwaad (met kleine letter) niet bestaat en dat we op een dag zullen ontwaken in het paradijs. We moeten dit kitscherige idee van het communisme verwerpen. De psychische tegenstellingen en hun mogelijke afwijkingen (zoals de perversiteit) zijn ons eigen. Neurobiologen stellen dat een volwaardig rationeel gedrag onmogelijk is zonder emotioneel leven. De emotie is niet per definitie de vijand van de rede zoals dualistische denkers beweren. Raadpleeg hierover Antonio Damasio uit 1994, De vergissing van Descartes — gevoel, verstand en het menselijk brein.

Het kwaad zal blijven bestaat, maar in een meer rechtvaardige samenleving zullen we het beter kunnen bestrijden of neutraliseren. Weinig marxistische theoretici hebben zich bezig gehouden met morele kwesties. Norman Geras was een van die uitzonderingen en Terry Eagleton is, voor zover ik weet, de enige marxist die zich gebogen heeft over de kwestie van het Kwaad. Hij reageerde op deze hysterische ideologie in zijn boek On Evil (2010). Ik citeer de laatste zin: “Wanneer men het terrorisme definieert als het Kwaad dan maakt men het probleem nog erger; wanneer men het probleem verergert dan wordt men, zelfs onbewust, de medeplichtige van de barbarij die men veroordeelt.”

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This