Lenin, de man op de berg

Een man bestijgt een steile berg. Hij is al hoger gekomen dan wie dan ook vóór hem. Maar dan loopt hij vast. Er is geen gebaand pad verder omhoog. De helling is te steil. Hij moet een stuk terug, struikelend, om verderop een nieuwe poging te wagen. Aan de voet van de berg staat een groep mensen. Zij lachen de man uit. Ze beschimpen hem. Het zijn de “Vrienden van Op Naar De Top”, die zelf beneden zijn blijven staan. De man op de berg kan hun spotternijen al niet meer horen. Hij blijft zoeken naar een nieuwe weg omhoog. Als hij ze zou horen, dan zou hij van ze walgen. Gelukkig hoort hij ze niet. Want walging helpt niet echt vooruit. Voor de weg naar de top zijn een helder hoofd en een vaste tred noodzakelijk!

Een metafoor

Bovenstaand proza is een samenvatting van een artikel dat Lenin in 1922 schreef en dat drie maanden na zijn dood in 1924 in de Pravda werd afgedrukt. Het is een metafoor. De top van de berg staat voor ‘het communistisch ideaal’. De klimmende man staat voor ‘de bolsjewistische partij’. Het honende groepje beneden staat voor al ‘die wereldverbeteraars’, wier woorden groter zijn dan hun daden. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat Lenin met de zoekende man alleen zichzelf bedoelde. Hij was wars van zelfverheerlijking. Dat zijn lijk werd opgebaard in een mausoleum in Moskou gebeurde uitdrukkelijk tegen zijn wil.

Direct na zijn overlijden schreef zijn weduwe Kroepskaja in zijn geest een boodschap aan alle “Kameraden, arbeiders, boeren, mannen en vrouwen”. Daarin riep zij op: “Bouw geen monumenten, gedenktekens en paleizen om hem te eren. (…) Aan dat soort dingen hechtte Lenin geen waarde, ze benauwden hem. (…) Als u Vladimir Iljitsj wilt eren, bouw dan zorgcentra, huizen, scholen en – het belangrijkste van alles – maak zijn werk af.”

Honderd jaar Oktoberrevolutie

De metafoor van de man op de berg geeft goed weer hoe Lenin meende dat de Russische revolutionairen bezig waren om tastend maar volhardend  het ideaal van een communistische maatschappij te realiseren. Het artikel voor de Pravda waarin hij dat doet is te vinden in het meest recente boek van de Engelse linkse publicist Tariq Ali: “The Dilemma’s of Lenin – terrorism, war, empire, love, revolution”. Het is één van de vele publicaties die verband houden met het feit dat het dit jaar honderd jaar geleden is dat in Rusland de Oktoberrevolutie plaatsvond.

Centrale rol Lenin

Tariq Ali twijfelt niet aan de stelling dat Lenin een centrale rol speelde bij de rode revolutie van 27 oktober 1917 in Rusland. Die visie is niet omstreden. Geen wonder dus dat veel publicaties die de herdenking van de Oktoberrevolutie tot onderwerp hebben ook of juist gaan over Lenin.

Tariq Ali heeft geen chronologische biografie van Lenin geschreven, zoals bijvoorbeeld Victor Sebestyen onlangs deed. Hij lepelt ook niet ‘het Leninisme’ op. Hij beschrijft weliswaar Lenin’s levensloop en haalt diens theorieën aan, maar de nadruk ligt op de historische omstandigheden van de wereld in die dagen. En Tariq Ali maakt daarbij soms uitstapjes.

Dromen

De eerste historische omstandigheid betreft de rol van de terreur van anarchisten tegenover het absolutisme van de tsaren, de Romanovs. In dit deel wordt bijzondere aandacht besteed aan de vooraanstaande anarchist Kropotkin en aan de oudere broer van Lenin, Sasha Oeljanov. Die broer was in 1887 betrokken bij een aanslag op tsaar Alexander III. De aanslag mislukte, maar evengoed werd Sasha op 19-jarige leeftijd opgehangen. Het maakte een verpletterende indruk op de toen 17-jarige middelbare scholier Wladimir Iljitsj, zijn jongere broer, die later de naam Lenin zou voeren.

We maken tevens kennis met enkele schrijvers die op de jonge Lenin grote invloed uitoefenden. Genoemd worden o.a. Chernyshevsky, Plechanov en Pisarov. De eerste schreef een kritische roman waarvan Lenin later de titel “Wat te doen?” zou overnemen. De tweede was zijn marxistische leermeester waarmee hij later in onmin zou raken. En Pisarov leerde hem om te dromen. Immers, dromen “… inspireren mensen om grote en zware activiteiten te ondernemen en te voltooien op het gebied van kunst, wetenschap en praktisch handelen.”

Verwachtingen

In het volgende deel behandelt Tariq Ali de internationale socialistische beweging aan de vooravond van de Oktoberrevolutie. Hier maakt hij een uitstapje naar de beweging in Amerika. Rond 1900 had de socialistische partij daar nog 125.000 leden, maar daarna ging het mis. Keiharde fysieke repressie door gewapende benden en een gigantisch ideologisch bombardement (“The American Dream”) dreven links in de VS naar de marge van het tweepartijensysteem met Republikeinen en Democraten.

In dit deel zien we ook de hoge verwachtingen die Lenin koesterde over de revolutionaire perspectieven in West Europa. Groot was zijn teleurstelling toen bijna alle socialistische partijen aldaar in 1914 samen met hun kapitalistische regeringen de Eerste Wereldoorlog begonnen. Toch bleef hij hopen op een linkse omwenteling in het Westen, in het bijzonder in Duitsland. Sterker nog, hij was ervan overtuigd dat zonder die omwenteling het socialisme in Rusland op den duur kansloos was.

Een feest!

Toch kwam het initiatief voor de gewenste wereldrevolutie bij Rusland te liggen. Na drie jaar Eerste Wereldoorlog, miljoenen gesneuvelden, miljoenen gewonden, massale uitputting en honger, kwam in februari 1917 het tsarenregiem van de Romanovs ten val. Acht maanden later grepen de bolsjewiki onder aanvoering van Lenin de macht tijdens de Oktoberrevolutie.

Tariq Ali laat zien dat eigenlijk alleen de bolsjewiki in staat waren om de Februarirevolutie te verdedigen, de macht met en voor de arbeidersklasse te veroveren en vooral om de slopende oorlog te beëindigen.

Hij laat ook zien dat de revolutie voor sommigen iets teveel een feestje was. Zo werd de drankvoorraad van de tsaar in het Winterpaleis door een grote menigte geplunderd. Maar liefst zes revolutionaire regimenten en eenheden van de Rode Garde, die orde op zaken moesten stellen, vielen de één na de ander ten prooi aan hun lusten en namen deel aan het bacchanaal. Pas toen het Finse Regiment, voornamelijk bestaande uit anarcho-syndicalisten, dreigde om het Winterpaleis op te blazen, herstelde de rust.

Sovjet Unie

Ondanks aanzienlijke opstanden in Berlijn, Beieren, Oostenrijk, Hongarije en Italië bleef  de revolutie in West Europa uit. De Russische communisten stonden er alleen voor. Een bloedige burgeroorlog brak uit tussen de Witten en de Roden. De Witten, waarvan sommige de tsaar terug wilden, werden gesteund door militaire eenheden en wapens uit de gehele kapitalistische wereld.

Churchill stuurde namens Engeland soldaten, 100 miljoen pond en 50.000 gifgasgranaten om ‘de roden uit te roeien’.  De bolsjewiki, die zich steeds meer isoleerden ten opzichte van andere socialisten en de anarchisten, slaagden er desalniettemin in om in 1921 de burgeroorlog in hun voordeel te beslissen. De Sovjet Unie was een feit. En rond deze arbeidersstaat vormde zich een nieuwe wereldwijde communistische beweging, de Derde Internationale.

Militaire strategie

Bij de beschrijving van de burgeroorlog na de Oktoberrevolutie maakt Tariq Ali wederom een uitstapje. Ditmaal gaar hij dieper in op de discussies over de militaire strategie tussen enkele bolsjewiki onderling. Natuurlijk wordt Trotski geroemd als ‘de briljante organisator van het Rode Leger’. Maar ook Frunze en Tukhachevsky worden genoemd.

Trotski en Frunze stonden nogal tegenover elkaar. Trotski meende dat oorlogvoering zijn eigen wetten stelt. Die zijn niet per sé marxistisch, maar vooral technisch. Daarom nam hij deskundige officieren uit het tsaristische leger in dienst. Om te voorkomen dat die verkeerde dingen zouden doen, zette hij naast elke officier een politiek commissaris. Trotski stond voor discipline, hiërarchie en centrale bevelvoering.

Frunze daarentegen benadrukte vooral de zeggenschap van de soldaten van onderop. Hij was voorstander van vrije discussie waar mogelijk en verkiezing van de officieren door de soldaten. Meer dan Trotski bepleitte hij snelle mobiele aanvalsacties, ‘in overeenstemming met de kwaliteiten van het proletariaat’. Tukhachevsky combineerde beide opvattingen, discipline en mobiliteit, en was daarmee volgens Tariq Ali het meest militair succesvol (tot hij in 1937 op last van Stalin werd doodgeschoten).

De politieke commissaris

Tariq Ali gaat niet verder in op het fenomeen ‘politieke commissaris’, zoals later bijvoorbeeld Vasili Grossman zou doen in zijn boek “Leven & Lot”. Als verslaggever van het Rode Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog constateert hij hoe de ‘politieke commissaris’ volkomen is ontaard. Was deze ooit bedoeld om niet-communisten ‘bij te sturen’ en het volk politiek op te voeden, in 1942 vormen de politieke commissarissen inmiddels in zijn ogen een godvergeten (!) priesterkaste. Met rode preken, psalmen en gezangen houden ze de arbeiders en boeren dom en gehoorzaam. Elke dissident verklikken ze bij hun nieuwe god Stalin. Het tekent de verwording van de vrijheidsstrijd tot ordinaire onderdrukking.

Toch meent Tariq Ali dat Trotski in de burgeroorlog gelijk had: het proletariaat miste in die tijd nog de menskracht, ten opzichte van de numerieke meerderheid van de boeren, en de scholing om het eigen leger te leiden. Overigens schrijft hij de overwinning van het Rode Leger mede toe aan het gegeven dat de Russische boerenmassa niet zozeer sympathiek stond ten opzichte van de bolsjewieken, maar een nóg grotere hekel had aan de Witten, hun oude uitbuiters.

De rol van vrouwen

Drie hoofdstukken wijdt Tariq Ali aan de rol van vrouwen in de klassenstrijd en in het leven van Lenin. Onder andere Rosa Luxemburg en Alexandra Kollontai komen naar voren. Lenin en de Pools-Duitse Luxemburg stonden in de internationale socialistische beweging vaak schouder aan schouder. Kollontai was een prominent mede-lid in de leiding van de bolsjewiki. Dichter nog bij Lenin stonden zijn vrouw Kroepskaja en zijn minnares Inessa Armand.

Opmerkelijk is wel dat alle vrouwen, indien daar naar gevraagd, de revolutie zo nodig bóven de liefde stelden. Die revolutie was hen trouwens goedgezind. Eén van de eerste maatregelen na Oktober 1917 was de volledige gelijkberechtiging van man en vrouw. Tevens werd het verbod op homoseksualiteit opgeheven. De praktijk bleek echter weerbarstig en onder Stalin werd de klok wat dit betreft goeddeels teruggedraaid.

De vrije relaties van Lenin, Kroepskaja en Inessa Armand werden eveneens verdonkeremaand. Of dat ook het geval was met de door Tariq Ali onthulde sympathie van Lenin voor het nudisme blijft onbesproken.

Tegen de ontaarding

Het laatste deel van de 373 pagina’s van het boek van Tariq Ali behandelt de strijd van Lenin tot aan zijn dood in 1924 tégen de ontaarding van de Sovjet Unie. Terwijl zijn gezondheid afnam – in 1918 raakte hij gewond door een aanslag van de sociaal-revolutionaire Fanny Kaplan en in 1922 werd hij getroffen door een hersenbloeding – streed hij tegen de bureaucratisering van de eerste arbeidersstaat.

Net als in de recente brochure “Lenin en Trotski tegen de bureaucratie’ wordt die strijd  tegen corruptie en machtsmisbruik direct gekoppeld aan kritiek op Stalin.

In wat wel ‘het testament van Lenin’ wordt genoemd, schrijft hij:

“Stalin is te grof, en deze fout, die in de betrekkingen tussen ons, communisten, heel goed te verdragen is, wordt onverdraaglijk als zij de algemene secretaris betreft. Daarom stel ik de kameraden voor dat zij een manier bedenken om Stalin over te plaatsen en een andere man op deze plaats te benoemen die zich slechts op één punt gunstig van kameraad Stalin onderscheidt: hij moet toleranter, loyaler, beleefder en attenter voor zijn kameraden zijn, minder grillig, enzovoorts.”

Eindoordeel

In zijn eindoordeel over Lenin is Tariq Ali tamelijk mild om niet te zeggen: positief. Het grootste verwijt dat hij Lenin maakt, en dat is bepaald geen gering verwijt, dat is dat hij na de Oktoberrevolutie de vrije meningsuiting en de democratie heeft ingeperkt en te laat heeft ingezien tot wat voor monsterlijke, stalinistische dictatuur dit zou leiden.

De burgeroorlog, die wrede strijd op leven en dood, verklaart veel, maar rechtvaardigt niet in alle opzichten de ontmachting van de sovjets, het verbieden van alle andere politieke partijen, ook die van links (anarchisten en mensjewiki), en uiteindelijk zelfs het verbod op oppositie binnen de eigen communistische partij.

Volgens Tariq Ali was juist het gebrek aan discussie en debat en de inperking van de macht van de sovjets debet aan de verwording en het latere failliet van de Sovjet Unie.

Desalniettemin is voor hem Lenin toch vooral: de man die zoekend en tastend een weg baant naar de top van een berg en daarbij hoger is gekomen dan menigeen voor hem en zeker dan degenen die beneden zijn blijven staan.

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This