Nucleaire Veiligheidstop in Den Haag: hun veiligheid of de onze?

nukes2014Op 24 en 25 maart wordt in Den Haag de Nuclear Security Summit (NSS) georganiseerd. 58 wereldleiders, onder wie Obama, Poetin en VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon, 5000 gedelegeerden en 3000 journalisten zijn dan in de stad. Te midden van een draconische veiligheidsoperatie is Nederland de producent van het sprookje dat dankzij deze leiders de wereld veiliger zou worden.

Voor het bezoek van al deze hoogwaardigheidsbekleders moet je natuurlijk wel wat over hebben. De kosten van de top, door premier Rutte aangeduid als ‘sober’, bedragen € 24 miljoen, exclusief de kosten van de beveiliging. Voor de grootste politieoperatie ooit in Nederland worden maar liefst 13.000 agenten ingezet: vier maal zoveel als bij de troonswisseling! Daarbij komen nog 4000 marechaussees en 3000 militairen. NAVO-Awacs-vliegtuigen zullen het luchtruim bewaken, en een groot deel van de randstad gaat op slot.

Directeur-generaal Donkers van Rijkswaterstaat gaf het advies ‘om op maandag 24 en dinsdag 25 maart niet naar dit deel van de Randstad te komen, als mensen er niet per se hoeven te zijn.’ Voor de ontvangst van wereldleiders en hun delegaties is niet alleen de Polderbaan op Schiphol gereserveerd. Ook is er bijna twee dagen lang een speciaal afgezette corridor op het snelwegnet van Schiphol naar Den Haag.

De top in Den Haag is onderdeel van het door Obama in 2009 gelanceerde initiatief om nucleair materiaal wereldwijd beter te beveiligen en zo nucleair terrorisme te voorkomen. Volgens PvdA-minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) is dit ‘een van de grootste uitdagingen van onze tijd’.

Risico’s

In totaal is er wereldwijd zo’n 2000 ton nucleair materiaal dat te gebruiken is voor het maken van wapens, verspreid over honderden locaties in verschillende landen. Dit is natuurlijk een groot probleem met mogelijk desastreuze gevolgen. Maar alleen pleiten voor het beveiligen gaat voorbij aan de vraag waarom deze voorraden er überhaupt zijn, en aan andere risico’s.

We leven in een wereld waarin staten en bedrijven met elkaar verwikkeld zijn in een permanente slag om de concurrentie voor te blijven. Dit gaat om toegang tot grondstoffen, investeringsmogelijkheden, afzetmarkten en dus ook om invloedssferen. Politieke en economische conflicten kunnen overgaan in militaire conflicten. Het militaire apparaat van de staat is er niet alleen om de belangen van de heersende klasse te verdedigen. Het wordt ook ingezet om met geweld de concurrentie uit te schakelen of schade toe te brengen.

Vanwege deze dynamiek, die voortvloeit uit het mondiale systeem, bouwen staten een militair apparaat op. Het beschikken over kernwapens, naast conventionele wapens, maakt dat een staat serieus kan meedoen aan mondiale machtspolitiek. Volgens het Nuclear Threat Initiative is 85 procent van de mondiale voorraad van nucleair materiaal bruikbaar voor het maken van wapens militair of niet-civiel van aard. Het zijn dus de kernwapenprogramma’s van staten zelf die deze risico’s met zich meebrengen.

Als resultaat van de verschillende kernwapenprogramma’s zijn er wereldwijd minimaal 17.000 kernkoppen, waarvan 4300 operationeel, en 1800 voor gebruik op korte termijn. Het grootste deel hiervan is handen van Rusland (8500 ) en de Verenigde Staten (7700). Andere landen die kernkoppen hebben zijn Frankrijk, China, het Verenigd Koninkrijk, Israël, Pakistan, India en Noord-Korea. Elke incident met een kernkop is een potentiële humanitaire catastrofe.

En incidenten komen vaker voor dan wordt gedacht of officieel toegegeven. Volgens onderzoeksjournalist Eric Schlosser waren er in de periode 1950-1968 in de VS minimaal 700 significante ongelukken met 1250 kernwapens. Op 15 september 1980 stond een B-52-bommenwerper met aan boord vier waterstofbommen en acht korteafstandsraketten met kernkoppen twee uur lang in brand in Grand Forks, North Dakota.

Meer recent is het schandaal van de afgelopen maanden op de luchtmachtbasis Malmstrom in Montana, waar 92 van de 500 officieren vals speelden bij een maandelijkse test om hun bekwaamheid te toetsen in het onderhouden en lanceren van kernraketten. Als dit soort zaken gebeuren in het meest geavanceerde land wat betreft beveiligingsmiddelen en opleidingen, is er weinig fantasie nodig om je voor te stellen welke risico’s zich dagelijks voordoen in andere landen met kernwapens.

Hier komt nog bij dat lang niet alle kernmogendheden bastions van stabiliteit en vredelievendheid zijn. India en Pakistan zijn al jaren verwikkeld in een bloedig conflict over Kasjmir. De voortdurende oorlog van de NAVO in Afghanistan drijft de interne tegenstellingen in Pakistan verder op de spits. Naast de decennialange bezetting van Palestina, viel Israël in 2012 de Gaza-strook en in 2006 Libanon aan.

Hypocriete vertoning

Ook wat betreft het beter beveiligen van nucleair materiaal en faciliteiten is het NSS een hypocriete vertoning, terwijl dat de belangrijkste speerpunt zou zijn. Dat veel van de landen die nu deelnemen aan de top het hier vroeger in ieder geval minder nauw mee namen, mag de pret natuurlijk niet drukken. Sinds de jaren vijftig ontwikkelde Israël in het geheim atoomwapens.

Technologie en informatie werd gestolen door een clandestien netwerk van agenten of geleverd door bevriende regeringen: de VS, Frankrijk, Groot-Brittannië, Duitsland en zelfs Noorwegen. De VS bleven ook stil toen Israël in 1979 een atoombom testte, hoewel dit een duidelijke schending was van internationale verdragen.

In de jaren zeventig stal Abdul Khan, de vader van het Pakistaanse atoomprogramma, de blauwdrukken van ultracentrifuges voor het verrijken van uranium bij Urenco, een Nederlands-Duits-Brits consortium. Het ontwerp is hierna doorverkocht aan Libië, Noord-Korea en Iran.

De nucleaire top zal ongetwijfeld worden aangegrepen om met de beschuldigende vinger te wijzen naar het Iraanse kernenergieprogramma, het enge Noord-Korea, of de gevaren van Al-Qaida. Wie echter iets verder kijkt, ziet dat degenen die deze beschuldigingen doen, zelf verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van de grootste nucleaire gevaren. Laat Obama, Poetin en Rutte eerst maar beginnen hun eigen nucleaire programma’s te beëindigen en alle kernwapens te vernietigen.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op socialisme.nu

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This