Pensioenhervorming: onze levens zijn meer waard dan hun winsten!

pref-on“Onze pensioenen hervormen, betekent ze veilig stellen”. De minister van pensioenen, Daniel Bacquelaire (MR), schrijft in een vrije tribune: “De hervorming van ons pensioensysteem is dringend en noodzakelijk. Dat wordt door geen enkele ideologie beïnvloed. Willen we door ons egoïsme de bestaande middelen van het huidige systeem opgebruiken, of willen we integendeel meewerken aan een algemene inspanning en deze sociale erfenis aan onze kinderen doorgeven” (1) Zo verdedigt hij de grote hervormingsmaatregelen inzake pensioenen die door de regering Michel-De Wever zijn doorgevoerd. Die maatregelen zullen meerderheid tegen oppositie door het parlement passeren volgens een onvermijdelijk scenario waardoor onze verworvenheden en sociale veroveringen worden afgebroken. Hier en daar gaan er in de vakbonden stemmen op die zeggen: “Als we deze regering laten doen, zullen we hiervoor met zijn allen de rekening betalen. Michel ontslag!”

Sociale zekerheid: “Tekort” en afbraak!

Een op 5 gepensioneerden in België, waaronder een meerderheid vrouwen, leeft onder de armoedegrens die voor een alleenstaande op 1.074 euro/maand wordt geschat en op ongeveer 1.300 euro/maand voor een volwassene met 1 persoon ten laste. Het bruto minimum pensioen voor een loontrekkende bedraagt 1.123 euro voor een alleenstaande en 1.404 euro voor een gezin.

Maar in werkelijkheid – rekening houdend met onvolledige loopbanen – want men heeft 45 jaren loopbaan nodig om een volledig pensioen te bekomen – is het gemiddelde bruto individueel pensioen van een loontrekkende man 823 euro (alleenstaande) en 836 euro (gehuwde) en 688 euro voor vrouwen (2), en dat is natuurlijk beneden de armoedegrens. Het pensioen van statutaire ambtenaren uit de openbare dienst is gemiddeld 1.599 euro/maand wat iets onder het Europees gemiddelde ligt. De pensioenen van de Belgische loontrekkende zijn bij de laagste in de Europese Unie, lager dan in Frankrijk, Duitsland en Nederland. Bekijken we de kosten voor het pensioen per inwoner in de drie buurlanden, dan zijn de Belgen het goedkoopst: België (2.400 euro); Duitsland (2.600 euro); Nederland (3.100 euro); Frankrijk (3.400 euro).

Vergelijken we de loonkosten – die zogezegd te hoog zijn in vergelijking met onze drie buurlanden – daar heeft men dus een goed voorwendsel gevonden om de lonen te blokkeren! Maar wanneer we onze pensioenen vergelijken die lager zijn dan in Frankrijk, Duitsland en Nederland, gaat dezelfde redenering hier dus niet op en onze pensioenen worden niet opgetrokken!

Onze pensioenen liggen lager dan het Europees gemiddelde! Nochtans staat  België op de 16de plaats in de wereld in zake het Bruto Binnenlands Product (BBP) per inwoner : twee plaatsen lager dan Nederland (14de plaats) maar hoger dan Duitsland (18de plaats) en Frankrijk (19de plaats). Het BBP is tussen 1980 en 2014 verviervoudigd – dat is dus de som van alle goederen en diensten die in ons land worden geproduceerd!

“Het budget voor de pensioenen bereikt het record van 41,2 miljard euro terwijl dat minder dan tien jaar geleden ‘slechts’ 25 miljard was” zo schrijft de minister van pensioenen in zijn vrije tribune. En hij besluit dan ook: ”Financieel is het systeem niet meer houdbaar”. Maar wanneer we de cijfers van 2003 vergelijken met die van 2013, dan zien we dat het aandeel van de pensioenen in het BBP nauwelijks is gestegen. Meer nog, het deel van de rijkdom dat wordt besteed aan de sociale zekerheid van de loontrekkende is niet gestegen maar gedaald: uitgedrukt in percentage van onze nationale rijkdom (BBP), zijn de uitgaven voor sociale uitkeringen in het regime van de loontrekkende gedaald van 13,3% van het BBP in 1985 naar 11,6% van het BBP in 2005 en naar 10,7% van het BBP in 2011 (4).

En het “tekort in de Sociale Zekerheid” dan? Voor 2015 is er een tekort van 1.550 miljard euro in de begroting van de sociale zekerheid. Maar waar komt dit vandaan? Het deficit is grotendeels te wijten aan het beleid van de vorige en de huidige regering. Zij veroorzaakten een belangrijke vermindering van de inkomsten voor de sociale zekerheid: loonmatiging en loonblokkering (5); vermindering van de tewerkstelling in de openbare diensten (4 op de 5 ambtenaren die op pensioen gaan worden niet vervangen); de gevolgen van de indexsprong wanneer hij zal gebeuren (6), de maatregelen genomen door de regering Di Rupo in zake de vermindering van de werkloosheidsuitkering tot een forfait beneden de armoedegrens;  de uitsluiting van duizenden mensen uit de werkloosheid ( einde van het recht op de inschakelingstoelage), nog sterkere maatregelen onder deze regering Michel-De Wever die ook een daling meebrengen van de bijdragen voor de sociale zekerheid; het verduisteren van fondsen, omdat de regering de werkgevers het recht geeft vrolijk te putten in de kassa van de sociale zekerheid (7).

De wettelijke pensioenen worden gefinancierd door de sociale bijdragen. Die bijdragen blijven steeds maar verder dalen voor allerlei soorten banen en vormen van verloning waarop de werkgevers geen of bijna geen sociale bijdrage moeten betalen ( activeringsplannen, premie voor mobiliteit, bedrijfswagens, maaltijdcheques, complementair pensioen, deelname in de winst, innovatie premies, eenmalige voordelen verbonden aan de resultaten van het bedrijf…).

Michel-De Wever : De achtergrond van een agressieve hervorming

“ De pensioenen hervormen, betekent ze veilig stellen (…); het betekent deze sociale erfenis doorgeven aan onze kinderen”. De minister houdt blijkbaar van mooie formules.

“Tegenover deze bedrieglijke propaganda en leugens is het de hoogste tijd om een Operatie Waarheid te lanceren in onze vakbonden van hoog tot laag; we hebben hier de middelen voor” zo verklaart Jean-François Tamellini, de federale secretaris van het ABVV; “dit is een essentieel element om een gunstige krachtsverhouding op te bouwen”. Inderdaad!

“We leven langer, dus moeten we langer werken … om de pensioenen te betalen”!

Dat is natuurlijk geen ideologie, zo preciseert Mr. Bacquelaine in zijn vrije tribun” en hij geeft cijfers: ”in een vijftigtal jaren heeft de mens 12 bijkomende jaren aan levensverwachting gewonnen (…), wat een stijging van het aantal gepensioneerden meebrengt (…). Vandaag financieren bijna vier arbeiders het pensioen van een gepensioneerde. Indien we niets doen, zullen er in 2060 nog slechts 2 actieven zijn om bij te dragen tot de pensioenen.” En het “logische” besluit? Er zijn meer actieven nodig om de pensioenen te betalen. De wettelijke pensioenleeftijd moet verhoogd worden en dat is wat de regering Michel-De Wever heeft beslist: 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030!

– Stijging van de levensverwachting?

Recente enquêtes tonen een tendens tot vertraging vooral voor wat betreft de levensverwachting in goede gezondheid. Die staat vandaag gemiddeld in België op 64 jaar. Voor bepaalde categorieën arbeiders, vermindert het aantal jaren leven in goede gezondheid. Zo bleef in 1997volgens een studie van Médecins du Monde uitgevoerd in samenwerking met INAMI en de ziekenfondsen, een vrouw van 25 jaar zonder diploma gemiddeld in goede gezondheid tot haar 58 jaar. Vandaag ligt dat gemiddelde op 49 jaar.

Er zijn meerdere oorzaken voor deze daling van de levensverwachting in goede gezondheid: stress op het werk, fysieke  belasting, blootstelling aan gevaarlijke stoffen, de frequentie en de ernst van de arbeidsongevallen ligt twee keer zo hoog bij arbeiders ouder dan 50 jaar in vergelijking met jongere arbeiders ( cijfers van het Fonds voor Arbeidsongevallen), bijkomende besparing in de sociale zekerheid. Deze regering heeft al 2,8 miljard euro “bespaard” in de gezondheidszorg. Maar meer betalen voor verzorging heeft niet dezelfde impact naargelang men rijk is of arm!

– Er zijn niet genoeg actieven om de financiële leefbaarheid van het pensioenstelsel te verzekeren!

Onze minister van pensioenen en zijn regering vergeten er bij te zeggen dat België behoort tot de wereldtop in zake productiviteit. Een Belgische arbeider produceert dus zeer veel rijkdom en die bedroeg in 2014 het dubbele van wat een actieve arbeider produceerde in 1980. In 2060 zal een actieve werker twee maal meer rijkdom produceren dan vandaag. We hebben dus zeker geld om de pensioenen te betalen.

Wie kan er bovendien begrijpen dat men de mensen wil verplichten te werken tot 66, tot 67 en zelfs … tot 70 jaar (!), terwijl er in ons land meer dan 600.000 werklozen zijn en duizenden jongeren wanhopig op zoek zijn naar werk!

Meer werken om minder te verdienen!

De regering wil dat men langer werkt, maar zullen de pensoenen dan groter zijn? Welnee! De regering wil de pensioenen verminderen. Daarvoor heeft ze beslist de berekening van het bedrag van het pensioen van een loontrekkende te wijzigen door middel van een punten- systeem. Is dat het “zeker stellen van een sociale erfenis voor onze kinderen”, Mr. Braquelaine?

“Het punten systeem is waarschijnlijk het meest perverse element in deze hervorming van de pensioenen” benadrukt Jean-François Tamellini (8).

Elke werknemer krijgt een persoonlijke teller en zal gedurende zijn loopbaan punten verzamelen. De waarde van een punt zal drie jaar voor de oppensioenstelling worden vastgelegd en gecorrigeerd worden door twee automatische correcties.

Een demografische correctie: indien je met pensioen gaat in een jaar waar veel werknemers vertrekken, dan verminderen je punten in waarde.

Een economische correctie: indien de publieke schuld van België te groot is ( begrotingstekort!), dan daalt de waarde van je punten.

Meer werken om minder te verdienen dat wordt steeds meer duidelijk ook met maatregelen zoals het niet assimileren voor de berekening van het pensioen, van periodes van non-activiteit en van loopbaanonderbreking: werkloosheid, bepaalde soorten tijdskrediet (reeds ingevoerd door de regering Di Rupo), opheffing van de pensioenbonus, enz.

Met andere woorden, de gepensioneerden dienen nu net zoals de werklozen als  ”aanpassingsvariabele ” voor de begroting van de Staat!

Harmonisering van de drie pensioenstelsels

Loontrekkende in de privésector, ambtenaren, zelfstandigen: de regering predikt de harmonisering, en in zeker zin de solidariteit! Maar in feite worden de pensioenen van de ambtenaren geviseerd, die zijn te duur! Men wil dus een harmonisering naar beneden door de verdeeldheid tussen arbeiders van de privésector en van de publieke sector aan te wakkeren.

Ambtenaren worden, met hun comfortabele pensioenen als bevoorrecht afgeschilderd. Het pensioen in de openbare sector ligt inderdaad hoger dan in de privé: 1.599 euro per maand, dat is iets boven het Europese gemiddelde. Maar men vergeet erbij te zeggen dat statutaire ambtenaren nooit een dertiende maand krijgen en ook geen tweede pijler voor een aanvullend pensioen. En de meerderheid van de ambtenaren zijn contractueel met dezelfde problemen geconfronteerd als elke loontrekkende.

De regering bereidt een aanval in regel voor op de openbare pensioenen: berekening van het pensioenbedrag op basis van de totaliteit van de loopbaan ( en niet meer op basis van de 5 of 10 laatste jaren met het hoogste salaris); men zal geen rekening meer houden met het aantal jaren als contractueel in de berekening van het pensioen; studiejaren  worden niet meer in rekening gebracht bij de berekening van het pensioen, waardoor de pensioenleeftijd automatisch zal verhogen enz.

En de zelfstandigen? De laatste jaren zijn hun pensioenen verhoogd, dat is op zich een goede zaak! Die verhogingen werden in belangrijke mate gefinancierd door de loontrekkende arbeiders en de ambtenaren!

In het regime van de zelfstandigen zijn het de kleintjes die betalen voor de groten. Tot een officieel inkomen van 55.000 euro betaalt een zelfstandige 22% bijdrage; 14% op het inkomen tussen de 55.000 en de 84.000 euro; en … 0% op alles boven de 84.000 euro.

Indien de regering de rijke zelfstandigen meer zou doen betalen evenredig met hun inkomen, dan zouden de kleine zelfstandigen een deftig pensioen kunnen krijgen. Men moet de gepensioneerden boven de armoedegrens krijgen maar niet door de pensioenen van de ambtenaren te verlagen en zo nog meer arme gepensioneerden te creëren.

Het gemiddelde pensioen van een statutair personeelslid van de publieke sector is in feite niets meer dan wat een fatsoenlijk pensioen zou moeten zijn.

Onze pensioenen hebben voorrang op hun winsten!

“De hervorming van de pensioenen waar de regering voor staat moet in geen geval worden begrepen onder de vlag van een of andere partijpolitieke ideologie. Zij is noch links noch rechts, noch rood noch blauw”, zo preciseert de minister nog in zijn vrije tribune. En dat herinnert ons trouwens aan de uitspraak zonder enige dubbelzinnigheid (!) van de voormalige socialistische minister van pensioenen, Michel Daerden: ”Als we niets doen, gaan we rechtsreeks naar een ramp”. Bacquelaine maakt van de gelegenheid gebruik om nog een andere socialist te groeten: “De regering werd voor een groot deel geïnspireerd door het rapport van de Commissie voorgezeten door Frank Vandenbroucke (SP), om een algemene hervorming van het pensioenstelsel op poten te zetten.”

Met het verlengen van de loopbaan tot 66 en dan tot 67 jaar ( en waarom later niet tot 70 jaar?), het verlagen van het niveau van de pensioenen door te zeggen dat het systeem onbetaalbaar is wanneer er niets wordt gedaan ( vandaar dus de noodzaak van de huidige hervorming), tonen patronaat en regering niet te geloven dat de arbeiders hun leven zullen opofferen door te werken tot 70 of 80 jaar. Uitgeput, versleten, zullen vele mensen berusten in een lager (pre)pensioen indien de krachtsverhoudingen niet omkeren. De doelstelling van het patronaat en de regering die haar ten dienste staat is, zelfs al wordt hier niet openlijk over gesproken, om geleidelijk het huidige systeem van pensioenen door repartitie, te vervangen door pensioenen door kapitalisatie.

Ons wettelijk systeem van pensioenen steunt op de repartitie, op de solidariteit tussen de generaties: het zijn de arbeiders van vandaag die de pensioenen van de huidige gepensioneerden betalen.

Daarnaast is er de tweede peiler: groepsverzekeringen voorgesteld en beheerd door de werkgevers in de bedrijven. Wanneer de markten een daling van het rendement veroorzaken, moet de werkgever het verschil nu bijleggen! De regering stelt voor deze garantie voor de arbeiders op te heffen, om de werkgever te beschermen, zij zullen het verschil niet meer moeten bijleggen maar behouden wel de zeer voordelige fiscale voordelen!

Dat is wat deze regering, solidair met het patronaat en met de rijken, wil bereiken: druk uitoefenen ten gunste van individuele complementaire pensioenen, uitbreiding van het pensioensparen of de levensverzekering ( de derde peiler), onder het aandachtig oog van de privé pensioenfondsen. Hierbij heeft de loontrekkende alles te verliezen – zie maar naar die tientallen Amerikaanse gepensioneerden die met het ineenstorten van de beursgenoteerde pensioenfondsen, al hun inkomens zagen verdwijnen – terwijl de verzekeraars daarentegen veel winst boekten.

Men creëert paniek over die pensioenen die men niet meer kan betalen, tenzij er een radicale hervorming komt – doorgevoerd door deze regering – en oefent druk uit ten gunste van “individuele oplossingen”; zo moeten mobilisaties voor andere oplossingen ontkracht worden.

Deelname aan het “nationaal Comité van de pensioenen”, een paritair comité – regering, patronaat, vakbonden – dat door de ministerraad werd opgericht, is ook een mooi manoeuvre om de vakbonden in deze maskerade te betrekken, en een eenheidsdynamiek van syndicale mobilisaties tegen deze regering af te zwakken.

Toen een journalist aan Daniel Bacquelaine de vraag stelde: “Welke manoeuvreerruimte heeft het nationaal Comité van de pensionen? Kan het de leeftijd van 66 jaar in 2025 en van 67 in 230 nog wijzigen?”, antwoordde hij: “neen want dat staat in het regeerakkoord” (9) net zoals nog andere hervormingen!

De aanval is de beste verdediging, zo wordt er gezegd. Dat betekent dat de mobilisatie tegen de hervorming van de pensioenen verbonden moet worden met een offensief programma van sociale urgentiemaatregelen. In zake de pensioenen steunt de SAP/LCR de eisen die gedragen worden door de vakbeweging.

Wij komen op voor volgende eisen:

Recht op pensioen vanaf 55 jaar en ten laatste op 60 jaar voor iedereen, berekend op 75% van het inkomen van de 5 beste jaren van de loopbaan en met compenserende aanwervingen. Opwaardering van alle pensioenen en automatische binding aan de levensduurte. Herstel van het integrale systeem van sociale zekerheid door repartitie ( sociale bijdragen), stop aan de geschenken voor de patroons onder de vorm van vermindering van de bijdragen.

De pensioenen betalen en ook de lonen en een werkduurvermindering… dat alles is mogelijk. De middelen hiervoor bestaan: een groeiend deel van de rijkdom die door de arbeiders wordt geproduceerd, wordt toe geëigend door een minderheid geprivilegieerden. Multinationale bedrijven en de superrijken hebben geen scrupules bij het ontwijken van 20 miljard euro aan belastingen (door fiscale fraude). We moeten die winsten gebruiken om te voldoen aan de rechtmatige eisen van de wereld van de arbeid.

“ Zolang deze regering en haar parlementaire meerderheid de handen vrij heeft, zullen wij allemaal hier zwaar voor betalen”. Dat horen we in vakbondskringen. Die regering moet ophoepelen, zoniet verliezen we alles! Weg met Michel!

Noten :

1) Le Soir, 8/5/2015

2) Syndicats (FGTB), n° 12 juni 2014

3) Bron IMF, schattingen 2014 aan huidige prijzen

4) Syndicats, 27/5/2015

5) De loonmassa van loontrekkende en contractuele werkers in openbare dienst is sterk gedaald; met een totaal bedrag van bijna 2 miljard euro tussen september 2014 en februari 2015 ( Syndicats, 27/3/2015)

6) Volgens de vakbonden zullen de gevolgen van de indexsprong  volledig gevoeld worden in 2016 en zal hij ongeveer 1 miljard minder inkomsten betekenen voor de sociale zekerheid.

7) In 2013 werd er 11 miljard euro teruggestort aan de werkgevers onder de vorm van steun voor de tewerkstelling waarvan 5,1 miljard onder de vorm van een vermindering van de patronale sociale bijdrage. Een politiek van tewerkstelling financieren? Er bestaat integendeel een vreemde parallel tussen de toename van de hulp aan werkgevers en de groei van de dividenden. De dividenden stegen tussen 1996 en 2013 tot 14 miljard en de subsidies aan bedrijven stegen in diezelfde periode tot 9,5 miljard (Syndicats, 27/3/2015)

8) Zie de video op de facebook pagina van de LCR: J. François Tamellini: « Tout ce que vous avez toujours voulu savoir  sur les pensions ».

9) Dagblad La Meuse, 27/3/2015

Print Friendly, PDF & Email
Share This