Spaanse Staat sluit artiesten op voor carnaval-satire

titeres

Tijdens de carnavalsfeesten van Madrid leidde een poppentheater tot de opsluiting van twee artiesten van het Andalusische theatergezelschap ‘Títeres desde Abajo’ (Marionetten van onderuit). Na vijf dagen van grote oproer in de Spaanse politiek zijn ze in voorlopige vrijheid gesteld in afwachting van hun proces. Ze worden aangeklaagd voor ‘rechtvaardiging van het terrorisme’.

Op vrijdag 5 februari voert het gezelschap van Títeres desde Abajo hun laatste show op tijdens de Madrileense carnavalsfeesten. Het is een politieke satire die in goede carnavalstraditie een reeks politieke wantoestanden zoals de huizencrisis, machistisch geweld en staatsrepressie op de korrel neemt.

gora alka-eta

“Gora Alka-ETA”

In het stuk verschijnt een bord met “Gora Alka-ETA” (“Leve Al Qaeda-ETA”). Het is een aanklacht op de praktijk van het produceren van vals bewijsmateriaal door de politie. Tegelijkertijd wordt een taboe verbroken door de verboden kreet “Leve ETA” te hernemen.

Hoe komt het dat de kwestie van ETA vandaag nog zo gevoelig ligt in de Spaanse Staat? We kunnen hier voor de lezer geen volledig overzicht geven van meer dan 50 jaar ETA, maar kunnen voor een beter begrip wel proberen in enkele zinnen weer te geven hoe de organisatie evolueerde. ETA was de belangrijkste gewapende verzetsorganisatie tegen de Franco-dictatuur en slaagde er in 1973 in om Carrero Blanco, de opvolger van Franco, op te blazen in een spectaculaire aanslag. Tijdens de “democratische transitie” werd echter geen rekening gehouden met de zelfbeschikkingseisen van de Basken en bleven verzetsstrijders van ETA in de gevangenis. De organisatie koos voor het doorgaan met de gewapende strijd die echter aan steun verloor bij de Spaanse bevolking.

De doelwitten waren voornamelijk militair en politioneel, maar ook verschillende burgers kwamen om bij aanslagen. In 1987 pleegde ETA een aanslag in een winkelcentrum waarbij 21 burgers werden gedood. De organisatie excuseerde zich voor de “fout”, maar verloor nu alle sympathie, ook in het Baskenland en bij linkse activisten. Toch ging ETA door met de gewapende strijd, ook nog na de aanslag van Al Qaeda in Madrid in 2004. Ondanks het neerleggen van de wapens in 2011 blijft ETA tot op vandaag blijft dé grote vijand in het discours van de Spaanse politieke elite en media. Steun betuigen aan ETA is een misdrijf en ook de strijd voor de mensenrechten van de politieke gevangenen van ETA wordt nog steeds gecriminaliseerd.

Het repressieve staatsapparaat in actie

Na het verschijnen van het bord in het stuk, wordt de politie erbij gehaald en worden de twee poppenspelers Raúl García Pérez en Alfonso de la Fuente opgepakt. Ze worden voorgeleid voor de Audencia Nacional, een rechtbank die oordeelt over terrorismemisdrijven. De aanklacht tegen de artiesten: rechtvaardiging van het terrorisme.

De rechter die de zaak behandelt, is niet de minste. Ismael Moreno was politie-inspecteur onder het regime van Franco en werd tijdens de democratische transitie de jaren 1980 rechter. Hij is de meest beruchte exponent van een gerecht dat gedomineerd wordt door conservatief rechts. In zijn carrière als rechter bouwde hij een palmares op van een harde aanpak tegen ETA en van vrijspraken van extreemrechtse terroristen, zowel van de fascistische Falange als van de doodseskaders van de GAL (“Antiterroristische Bevrijdingsgroepen”) die met de steun van de staat tegen ETA werden ingezet. Moreno mag nu oordelen over de ‘rechtvaardiging van het terrorisme’ door artiesten in een carnaval-opvoering.

Het politieke doelwit: Ahora Madrid

Echter meer nog dan het staatsapparaat van politie en gerecht zijn het de media die het offensief leiden tegen de poppenspelers. Het doel is hierbij niet zozeer om het theatergezelschap klein te krijgen, maar wel om het stadsbestuur van Madrid aan te vallen. Het linkse stadsbestuur van Ahora Madrid verdreef bij de vorige verkiezingen de rechtse Partido Popular die 30 jaar lang Madrid bestuurde en is sinds dag één het doelwit van de media. Het discours van media en politieke tegenstanders is dat burgemeester Manuela Carmena verantwoordelijk is voor de inhoud van de poppenshow, die werd opgevoerd “voor kinderen”. Hierbij wordt het element van indoctrinatie van kinderen sterk uitgespeeld, terwijl de artiesten zelf zeggen dat het stuk bestemd is voor een publiek van volwassenen.

Links in crisis

De zaak bracht bovendien progressief Spanje in beroer door de reactie van Carmena. De burgemeester erkende “haar fout” en excuseerde zich voor het opnemen van de groep in de programmatie van het carnaval. Delen van Ahora Madrid en tal van progressieve figuren reageerden verbolgen: een politieke satire is een vrije meningsuiting die net sterk moet verdedigd worden tegen een regelrechte terugkeer naar de censuur zoals onder de Franco-dictatuur. Ook is er een algemener politiek probleem: als het stadsbestuur hier al zwicht onder de druk van de agressieve media (en hiermee de artiesten overlevert aan het uiterst-rechtse gerecht), zal het bij iedere gelegenheid terugdeinzen en niets van zijn programma doorvoeren onder de constante druk van de media tegen iedere vorm van progressieve politiek.

Na de capitulatie van Carmena was het uitkijken naar de reacties in het Podemos-kamp. Topvrouw Carolina Bescansa steunde niet alleen de reactie van het stadsbestuur, maar ook de repressie tegen het theatergezelschap. Kopman Pablo Iglesias nam wel de verdediging op van de poppenspelers, die volgens hem in een democratische samenleving nooit in de gevangenis mogen belanden voor het opvoeren van een toneelstuk. De linkse burgemeester van Barcelona, Ada Colau, is dezelfde mening toegedaan.

Colau kwam zelf wel enkele dagen eerder in aanvaring met de stakende metro-arbeiders van haar stad aan wie ze vroeg om hun staking te beëindigen. Daarmee rijzen er op korte tijd heel wat vragen over in welke mate deze stadsbesturen de vertegenwoordigers zijn van de werkende bevolking, sociale bewegingen, artiesten,… Linkse militanten, ook binnen de politieke initiatieven, vinden dat de druk van de rechterzijde en van de media niet moet worden beantwoord met toegevingen, maar met de mobilisatie van de bevolking en de sociale bewegingen. Ook moeten de progressieve stadsbesturen hun programma uitvoeren: zo kan het aangaan van contracten met bedrijven die beter scoren op arbeidsvoorwaarden geen vervanging zijn voor het opnieuw in gemeentelijke handen komen van de geprivatiseerde publieke diensten.

De ‘Titiriteros’-zaak heeft twee crisissen doen ontstaan: de brutale aanval van het staatsapparaat tegen de vrijheid van meningsuiting en de aanpassing van het progressieve stadsbestuur van Madrid aan de aanvallen van de rechterzijde en van de media. Zullen het staatsapparaat en de media er in de komende maanden in slagen om de democratische vrijheden verder in te binden en het linkse stadsbestuur volledig op de knieën te krijgen? Of kan Ahora Madrid van koers veranderen en samen met de sociale bewegingen een krachtsverhouding creëren tegen de aanvallen van de rechterzijde? En welke lessen trekt Podemos uit de lokale bestuurservaringen in Madrid, Barcelona en andere Spaanse steden, evenals uit de ervaring van de Syriza-regering in Griekenland?

 

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This