Sport, media en cultuur

fots-politicsSinds wanneer is het sportgebeuren deel gaan uitmaken van de nieuwsberichtgeving? Waarom worden de burgers niet alleen geïnformeerd over het politieke en sociale gebeuren, maar ook over de sportieve activiteiten? Moeten de burgers in kennis worden gebracht van voetbalmatches om zich een idee te vormen over de regeringspolitiek en de kritiek van de oppositiepartijen? Nee toch. Of vergis ik me?

Sport is een maatschappelijk feit, en zelfs een « totaal maatschappelijk feit » zoals Jean-Marie Brohm (trotskist) en Marc Perelman (voortaan B & P) stellen in hun in 2006 verschenen Le football, une peste émotionelle (Voetbal, een emotionele pest). “Een inwendige totalisering omdat al de institutionele, economische, politieke, psychosociale, driftmatige componenten van de voetbal op elkaar inwerken. Een uitwendige totalisatie omdat voetbal enkel kan begrepen worden door het in zijn globaal raamwerk te plaatsen: het gemondialiseerd kapitalisme waarvan hij een spiegel is”. Hierop volgt een aanval tegen voetbal waarin voetballiefhebbers ter linker zijde niet worden gespaard (zoals wijlen trotskist en filosoof Daniel Bensaïd). De auteurs beroepen zich op de cultuurkritiek van de School van Frankfurt, en ik heb de indruk dat ze al even misprijzend neerkijken op de voetballiefhebbers als Adorno en Horkheimer neerkeken op jazzmuziek.

Dit neemt niet weg dat B &P gelijk hebben wanneer ze stellen dat sport gedomineerd wordt door de mechanismen van het kapitaal. Agressiviteit, concurrentie, doping, speculatiezucht, corruptie, geknoei, vreemdelingenhaat, racisme, politieke demagogie… Je vindt er, vooral in de populaire sporten met wereldsucces het hele gamma van de kenmerken van het laatkapitalisme. De auteurs presenteren voetbal (in navolging van Karl Marx) als een opium van het volk, als een veiligheidsklep (Eric Fromm) en als fetisjisme (Sigmund Freud) etc.

Het klopt dat het sport “van de massa’s”, d.w.z. het sport als spektakel, helpt in het verzachten van de sociale klassentegenstellingen en dat het de nationalistische gevoelens opzweept. Maar zij staan hierin niet alleen. Het klopt dat ze valse groepsidentiteiten kweken daar waar het gebrek aan klassenbewustzijn de identiteit als klasse ondermijnt. Dit alles ontsnapt niet aan de aandacht van de politici die zich voordoen (en niet louter op hypocriete wijze) als fans, waarmee ze een zekere populariteit hopen te verwerven bij hun kiezers. Maar van een complot is hier geen sprake. De spektakelsporten brengen, zoals alle grote ondernemingen, winst op en daar gaat het in de eerste plaats om.

Sport maakt dus deel uit van de cultuur, en meer bepaald van de massacultuur. Het is een vorm van kunst in de oorspronkelijke betekenis van het woord: een kunde die wordt aangeleerd door lange oefening met behulp van een coach, net zoals een handwerksman vroeger begon als leerjongen, gevolgd door gezel en als het meezat eindigde met het meesterschap. B &P verwerpen het kunstzinnige karakter van de sport want volgens hen bezit de hoge, individualistische kunst meen ik te verstaan, een kennisinhoud , een geschiedenis en techniek. Is die kunst bevrijdend? Ik twijfel daaraan. Maar welke kunst is werkelijk bevrijdend? Wagners Walküre ? De zonnebloemen van Van Gogh ? Het Verdriet van België? Brengen ze genot? Alleszins. Is dit genot goed- of kwaadaardig ? Dat hangt er van af. Zijn de toeschouwers die als gekken applaudisseren wanneer de diva haar aria heeft gezongen, minder geciviliseerd dan de voetbalfanaten? Ik ben daar niet zo zeker van.

Terug naar de media. De spektakelsporten kunnen niet bestaan op wereldvlak zonder de media, in de eerste plaats de televisie. De kijkcijfers dwingen sport te brengen. Het sportbedrijf en de televisieprogramma’s worden bemiddeld door het winstprincipe. De opgewonden stijl van de sportcommentator verschilt van de retoriek van de nieuwslezer, want waar geen spanning is moet spanning worden geschapen.

We moeten de voetballiefhebbers en andere sportliefhebbers niet beschouwen als imbecielen. De voetballiefhebbers zelf zijn in opstand gekomen tegen de corruptie rond de wereldcup in Brazilië, die gepaard ging met een fikse verhoging van de prijzen van het openbaar vervoer.

Dit gezegd zijnde wil ik opmerken dat B & P er nogal tegen aan gaan. Ik citeer: “De repressieve desublimatie eigen aan voetbal heeft een verlengstuk in de ontwikkeling van latente homoseksualiteit tussen de spelers op basis van een sadomasochistische medeplichtigheid of een groepsnarcissisme. Deze latente homoseksualiteit die Freud in het daglicht heeft gesteld m.b.t. de sociale groepen – meer bepaald de Kerk en het leger – is bijzonder sterk wanneer deze groepen niet gemengd zijn, zoals dat het geval is met de nazi-benden in Duitsland en natuurlijk met de quasi totaliteit van de ploegen in de collectieve sporten, vooral voetbal. Voor Adorno en Horkheimer hebben is er in de hedendaagse maatschappij van de massa’s een “onbewuste homoseksualiering” aan de gang, “naar mate dat het erotisch ideaal vervalt in de infantiele polymorfe perversiteit”. Enzovoort, enzovoort. Alle termen van het psychoanalytisch gewauwel worden hier te berde gebracht.

Misschien heeft die “onbewuste homoseksualisering” schuld aan het feit dat het homohuwelijk er gekomen is in een aantal staten die vooraan staan in de vaart der pervers polymorfe volkeren. Maar wat hebben Adorno, Brohm, Freud, Horkheimer en Perelman eigenlijk tegen holebi’s

Print Friendly, PDF & Email
Share This