“Trump made America protest again”

WASHINGTON, DC - JANUARY 21: Protesters arrive on the platform at the Capital South Metro station for the Women's March on Washington on January 21, 2017 in Washington, DC. Following the inauguration of Donald Trump as the 45th president of the United States, the Womens March has spread to be a global march calling on all concerned citizens to stand up for equality, diversity and inclusion and for womens rights to be recognised around the world as human rights. (Photo by Jessica Kourkounis/Getty Images)

Ze kwamen naar Washington, D.C. met z’n honderdduizenden, in volle treinen, tourbussen en auto’s. Ze stroomden de straten en parken in, om als een vloed van menselijkheid de National Mall binnen te spoelen om hun woede en verdriet om Donald Trump’s presidentschap te uiten — maar ook om elkaar op te zoeken.

Vergelijkbare situaties waren te vinden in steden en dorpen in de VS, waardoor 21 januari 2017 de grootste dag van protest werd in de Amerikaanse geschiedenis—er waren meer dan 3.3 miljoen mensen, volgens een telling die via het internet informatie opdeed. Er waren ook honderdduizenden meer protesterende mensen rond de hele wereld, op elk continent, zelfs op Antarctica—van Berlijn tot Buenos Aires tot Bangkok; van Londen tot Lissabon; van Rome tot Rabat.

Na een presidentiële campagne waarin de kwestie van seksueel geweld centraal stond, na een campagne waarvan de meeste hadden verwacht dat de eerste vrouwelijke president verkozen zou worden, was het Donald Trump die de eed aflegde op 20 januari—tot ontzet en angst van vele miljoenen mensen. Het was dan ook te verwachten dat miljoenen mensen hun stem lieten horen in een collectieve schreeuw van woede tijdens de inauguratie van deze beestachtige aanrander als commander in chief.

Een zee van handgemaakte borden maakte op ontelbare gevatte en scherpe manieren het punt duidelijk: ‘Girls just want to have fun-damental human rights’; ‘You can’t comb over misogyny’; en simpelweg ‘This is not normal.’ Maar daar bleef het niet bij. Zowel vrouwen als mannen gingen de straat op om voor vrouwenrechten op te komen, maar ook voor andere issues—klimaatverandering, racisme en politiegeweld, immigrantenrechten, persvrijheid en vrijheid van meningsuiting.

Qua grootte is de meest passende vergelijking met deze mondiale opstoot van verzet te maken met de massaprotesten van 15 februari, 2003, een paar weken voordat de invasie van Irak door het kabinet van George W. Bush plaatsvond. Dit keer was het gevoel echter dat Donald Trump de oorlog had verklaard aan ons allemaal—de ongedocumenteerden, het milieu, vrouwen en meisjes, moslims en alle mensen van kleur, de LHBT gemeenschap—waardoor mensen het gevoel hadden dat ze geen keus hadden thuis te blijven.

Isaura Amezcua, student aan de Georgetown University en in Los Angeles opgegroeid, droeg een bord waar “Respeta mi existencia o espera resistencia” (“Respecteer mijn bestaan of verwacht mijn verzet”) op te lezen was. Zoals zij zelf zegt in een interview: ‘We zijn hier om te demonstreren voor gelijkheid van vrouwen. We zijn hier om een wereldwijde beweging te steunen die vrouwen samenbrengt. Veel immigranten werken in het huishouden—zij hebben geen vakbond of de kans om mee te protesteren. Dus ik sta hier in solidariteit met hen. In mijn gemeenschap is er angst, maar deze mars laat zien dat we samen sterk staan; dat als we samen organiseren de potentie bestaat om te groeien en dit land naar een betere plek te helpen.’

Woede

De historische grootte van de protesten zou steun moeten bieden aan iedereen die met afschuw naar Trumps regering kijkt. Twee maanden lang keek de wereld toe hoe de president-elect, die volhield dat hij er voor gewone mensen was, samen met een regering van reactionairen en establishment-figuren zich wijden aan een agenda van belastingverlagingen voor de rijken, hogere militaire uitgaven en een aanval op gezondheidszorg en andere publieke diensten—beleid dat de belangen dient van de superrijken ten koste van de rest.

De dag na zijn inauguratie heerste echter het fatsoen van de gewone mensen op de straten van de VS. Een groep van zes mannen en vrouwen van middelbare leeftijd bijvoorbeeld reisde 18 uur vanuit het Zuiden van Louisiana nadat één van hen aangaf dat ze het niet kon laten om haar afschuw van Trump te laten horen.

De man die met enige tegenzin de taak van woordvoerder op zich nam vertelde ons: Ik zat voor de TV, zag die idioot en ik werd gek. Mijn vrouw zei: ‘Hier moeten we wat aan doen.’ ‘Oké,’ zei ik, ‘laten we gaan.’ Dit was de maandag voor de inauguratie. We pakten de telefoon en hadden al snel een aantal mensen die mee wilden. We begonnen woensdag met rijden. Ik wilde gewoon een steen naar die gozer gooien—figuurlijk natuurlijk. Een vrouw uit de groep begon te roepen: ‘We zijn tegen alles waar Trump voor staat: vrouwenrechten, abortus, zijn kandidaten voor de Supreme Court, het milieu, klimaatverandering, gezondheidszorg; alles.’ Een ander vertelt: ‘Toen mijn tienjarige kind de dag na de verkiezing wakker werd, huilde hij. Ik huilde ook.’

Dit soort verhalen verklaren waarom Trump het Witte Huis intreedt met het laagste goedkeuringspercentage — ongeveer 37 procent — van welke moderne president dan ook. Het verklaart ook waarom Sean Spicer, Trumps woordvoerder, de media aanviel, omdat zij het simpele feit berichtten dat het protesterende publiek ongeveer 15 keer zo groot was als Trumps supporters tijdens de inauguratie. In een bizarre persconferentie waar de media geen vragen mochten stellen noemde Spicer de bekende foto’s die het kleine aantal toeschouwers van Trump vergeleek met het gigantische publiek voor Obama in 2009 ‘schandelijk en fout.’

Solidariteit

In contrast met de valse nationalistische eenheid die Trump in zijn speech presenteerde, smolt in National Mall een publiek van ongelooflijke diversiteit samen tot één jubelend publiek die een ongekende solidariteit uitdroegen: vrouwen en mannen, alle huidskleuren, etniciteiten en religieuze groepen, LHBT’ers , mindervalide-rechten activisten, anti-oorlog veteranen, enzovoorts.

Zeer merkbaar was ook de variatie in leeftijd en soort, wat de meerdere momenten van radicalisering in de afgelopen vier decennia reflecteerde—anti-Vietnamoorlog demonstranten, veteranen van de vrouwenbeweging in de jaren ‘70, anti-kernwapen activisten van de jaren ‘80, andersglobalisten en de recente geradicaliseerde generatie omtrent de strijd voor immigrantenrechten, de Occupy-beweging en natuurlijk Black Lives Matter.

In het publiek waren formele en informele groeperingen te zien die samen naar het protest waren gekomen. Meerdere vakbonden, waaronder de New York State Nurses Association, AFSCME District Council 37, United Federation of Teachers, Rutgers AAUP-AFT, United Auto Workers District 9A, Communications Workers of America en SEIU1199 organiseerden bussen en bijdragen. Ook waren er clusters van studentengroepen, klimaatactivisten en andere linkse organisaties, zoals de Democratic Socialists of America.

Het blok van de International Socialist Organization groeide tot een groep van honderden mensen toen het met energieke linkse leuzen een groot publiek aantrok. Favorieten waren ‘Black, Latino, Arab, Asian and white! Unite, unite, unite to fight the right!’ ‘Trump, escucha, estámos en la lucha’ (‘Trump, luister, we zijn met jou in strijd!’) ‘We do not consent, Trump is not our president!’ ‘Trump says build a wall, we say amnesty for all!’ en ‘We don’t really want your borders, taco trucks on every corner!’

Een andere populaire leus was een vraag-en-antwoord: vrouwen riepen ‘Mijn lichaam, mijn rechten,’ waarop mannen antwoorden met ‘hun lichaam, hun keuze!’

Het protest van zaterdag was niet als veel andere, waarbij het publiek wordt bepaald door verschillende blokken van organisaties die op basis van hun eigen overtuiging waren gekomen. De overgrote meerderheid van het publiek in Washington was namelijk samen met vrienden en familie, met zelfgemaakte borden die boodschappen van hoop, woede en zwarte humor verkondigden.

Het was nog steeds mogelijk om verschillende politieke stromingen te onderscheiden. Een paar betreurden nog Hillary Clintons verlies. Op een zelfgemaakt bord stond, bijvoorbeeld, ‘Her Revolution Continues,’ met ‘HRC’ benadrukt. Er waren ook veel supporters van Bernie Sanders, nog steeds verontrust door de smerige trucs uit Clintons campagne en teleurgesteld in Clintons nalaten om iets te bieden aan stemmers uit de arbeidersklasse.

Louis Koutras, een inwoner van Silver Spring, Maryland, was een van de meer dan 5.000 mensen die meededen aan het Disrupt J20 protest op de dag van de inauguratie zelf. Deze vond plaats langs een route die parallel lag aan Trumps parade. Koutras gaf de schuld van de verkiezingsuitslagen aan het falen van de Democratische strategie, met name het negeren van de arbeidersklasse: ‘Trump kon tenminste die mensen aanspreken door te zeggen dat er weinig banen waren en dat de gezondheidszorg niet goed was. Hij heeft gelijk — mensen hebben geen banen en slechte gezondheidszorg, en dat komt door mensen als Trump. Maar hij kon het goed kanaliseren, terwijl het aanbod van de Democraten alleen was dat ze niet Trump waren. De Democraten waren ooit een partij van de normale mensen en van de arbeid, maar dit hebben ze volledig achter zich gelaten.’

Later die avond vulde een publiek het Lincoln Theater voor de ‘anti-inauguratie’, een discussie georganiseerd door Jacobin Magazine, Haymarket Books en Verso Books, waar onafhankelijke journalisten en activisten dit soort thema’s ook besproken.

‘Democratie’

Zelfs een briljante meester van propaganda — wat Sean Spicer zeker niet is — zou het moeilijk vinden om te ontkennen wat de demonstraties van dit weekend duidelijk hebben gemaakt: miljoenen mensen in de VS zijn vastberaden om zich te verzetten tegen het gevaar van de macht van Trump. De dag na de grote anti-oorlog protesten in 2003 rapporteerde Patrick E. Tyler van de New York Times dat er nog steeds twee supermachten op aarde bestonden: de Verenigde Staten en de mondiale publieke opinie.

Maar die demonstraties, hoe groot ze ook waren, hebben de Irak-oorlog nooit kunnen stoppen. Het feit dat de verschrikkelijke uitwassen van de oorlog de waarschuwende activisten uiteindelijk in het gelijk stelde, verandert niks. We moeten begrijpen waarom de anti-oorlogsbeweging niet sterk genoeg was om haar doel te bereiken. Het Bush-regime was toegewijd aan een agenda van mondiale dominantie — zelfs met wijdverbreide oppositie — en was bereid een periode van publieke verbolgenheid te doorstaan.

Evenzeer geldt dit voor de heisa rondom Trump: de meest impopulaire president die we ons kunnen herinneren heeft er geen probleem mee om niet gewaardeerd te worden, zolang hij zijn politiek van plundering, loonsverlaging en terugdraaien van winsten van zwarte Amerikanen, vrouwen en LGBT mensen kan voortzetten.

Het is bij links inmiddels algemeen geaccepteerd dat demonstraties ons niet voldoende macht geven om onze doelen te bereiken. Wat voor macht hebben we dan nodig? De standaard-aanname is gebaseerd op wat we hebben geleerd over macht in een democratie: we moeten in officiële politiek aan het werk om de juiste mensen te verkiezen. Maar dat plan is nog erger gefaald dan de protesten.

Terugblikkend op de anti-oorlogbeweging in de Bush-jaren: na de eerste paar jaar van protest richtten een groot deel van de mensen hun aandacht op het terugwinnen van het Congres en het Witte Huis voor de Democraten, wat lukte in 2008. Maar de oorlogen gingen verder onder Barack Obama, waaronder een invasie van Afghanistan, een dramatische escalatie van drone aanvallen en een vergroot gebruik van Special Forces over de hele wereld. Onder Obama zagen we ook steeds grotere economische ongelijkheid, massadeportaties en politiegeweld, wat veel van zijn achterban gedesillusioneerd achterliet, waar Republikeinen als Trump op in konden spelen onder het mom van anti-establishment populisme.

Ons probleem is dat de VS geen echte democratie is maar dat, zoals een recente studie aangeeft, een oligarchie waarin economische elites en georganiseerde groepen die bedrijfsbelangen vertegenwoordigen een grote impact hebben op het beleid van de VS, terwijl de gemiddelde burger en grass roots bewegingen bijna geen invloed hebben. Alleen in een pseudo-democratie — waar de elite de touwtjes in handen heeft en miljoenen stemmen worden genegeerd door de Kiescollege, om nog maar te zwijgen over kapotte stemmachines en racistische registratie-politiek — kan een gehate griezel als Trump het presidentschap winnen.

Revolutie

Nu Trump in het Witte Huis zit, moeten we erkennen dat enkel demonstraties—zelfs de gigantische zoals de Women’s March on Washington en de wereldwijde zusterdemonstraties—niet genoeg zullen zijn om hem te stoppen. Ze zijn echter wel een onmisbaar deel van effectieve organisaties van verzet bouwen die geworteld zijn in de kracht van onze aantallen en onze sociale macht als arbeiders, studenten en burgers.

De grote linkse auteur en kunstcriticus John Berger maakte dit punt in 1968 al, in een artikel genaamd ‘The Nature of Mass Demonstrations’: ‘Theoretisch gezien is een demonstratie een manier om de kracht van publieke opinie of gevoel te laten zien: theoretisch gezien is het een beroep op het democratische geweten van de staat. Maar dat veronderstelt dat zo’n geweten bestaat.’

‘Als de autoriteit van de staat open zou zijn voor democratische invloed, is de demonstratie nauwelijks nodig; zo niet, dan is het niet te verwachten dat het beïnvloed zal worden door zo’n vertoning die geen echte dreiging met zich meebrengt.’

‘De waarheid is dat massademonstraties repetities zijn voor revolutie: niet strategische of tactische repetities, maar repetities van revolutionair bewustzijn. De tijd tussen de repetitie en de echte opvoering kan lang zijn: de kwaliteit — de intensiteit van het bewustzijn — kan, zal per moment verschillen: maar elke demonstratie die het ontbreekt aan dit element van repetitie kan beter beschreven worden als een door macht aangemoedigd publiek spektakel.’

‘Een demonstratie, hoeveel spontaniteit ze ook met zich meedraagt, is een gecreëerd evenement dat zich onderscheidt van het normale leven. De waarde ervan is een resultaat van die gemaaktheid; daarin liggen de profetische, repeterende mogelijkheden…’

‘Demonstraties verkondigen politieke ambities, die worden geuit voordat de middelen om het te bereiken bestaan. Demonstraties voorspellen de realisatie van de ambities die worden uitgedragen en kunnen dus ook bijdragen aan die realisatie, maar ze kunnen het op zichzelf niet bereiken.’

Het is de taak van een socialistische beweging om het idee te bestrijden dat we met de Democratische Partij tegen Trumps rechtse agenda kunnen strijden. Het is juist cruciaal dat we een genadeloos linkse agenda uit te dragen die kan worden gesteund door miljoenen mensen. Massademonstraties zijn deel van een groter proces van politieke radicalisering, gedreven door economische en politieke evenementen die we wellicht kunnen beïnvloeden, maar die grotendeels buiten onze controle blijven. Onze belangrijkste taak is nu om een grotere, invloedrijke politieke basis te bouwen die ons in staat stelt om te strijden tegen de aanvallen van de Trump-regering.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Socialist Worker (VS). Nederlandse vertaling: redactie socialisme.nu.

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This