Vakbeweging van impasse naar mobilisatie?

Het ‘Zomerakkoord’ van de regering Michel bevat allerlei voornemens. Samen komen deze neer op een verregaand flexibiliseren van de arbeidsvoorwaarden in alle sectoren van het economisch leven. Voornemens zijn echter geen beslissingen. Daarom bevat het ‘Zomerakkoord’ wel ramingen, maar geen gedetailleerde berekeningen.

Daarom ook zal het uitvoeren van die voornemens aanleiding geven tot talrijke discussies tussen de regeringspartijen (wat al gebleken is rond de kwestie van het pensioen voor werkloze 50-plussers). Dit gekibbel zal nog versterkt worden door de komende campagne voor de lokale verkiezingen. Het is daarom dat premier Michel zijn ministers aanmaant nog voor het jaareinde de voornemens om te zetten in concrete beleidsbeslissingen.

Hete herfst?

De tijdspanne die in het onmiddellijke voor ons ligt, is dat ook een ideale gelegenheid voor de vakbeweging om zich krachtdadig te verzetten tegen de voornemens van de regering. Het is nu dat moet worden duidelijk gemaakt dat de vakbeweging zich mordicus wil verzetten tegen het geheel van de regeringsplannen. Dat is ook wat in augustus aangekondigd werd door verschillende verantwoordelijken: “dit akkoord zal beantwoord worden met een hete herfst”. Maar hoever staat de vakbeweging vandaag met de voorbereidingen voor dergelijke ‘hete herfst’?

ABVV

Als je het ons vraagt: niet bijster ver. Bij het ABVV lijkt de berg een muis te hebben gebaard. Het ‘actieplan’ waar de federale instanties van de socialistische bond toe oproept, beperkt zich feitelijk tot een informatie- en sensibiliseringscampagne. De concrete modaliteiten worden daarbij overgelaten aan de afzonderlijke centrales.

Het gevolg is dat er vanuit het ABVV geen eengemaakte reactie zal komen op de regeringsplannen. Als er ‘actie’ zal worden gevoerd, dan zal het louter gaan om symbolische manifestaties, gericht op bepaalde deelgroepen van de werkende bevolking.

Compromis bij de ACOD

Zoals al eerder aangegeven, leek het erop dat de echte reactie vooral zou komen vanuit de openbare sector. Daar staat niet alleen de afschaffing van de statutaire tewerkstelling op het spel, maar – naast de invoering van interimarbeid en de aanvallen op het pensioenstelsel – ook de voornemens inzake (gehele of gedeeltelijke) privatisering van overheidsbedrijven en -diensten.

Zich beroepend op de statuten koos de federale, intersectorale leiding van de socialistische overheidsvakbond ACOD ervoor om de discussie over de mogelijke reactie op de regeringsplannen te voeren in de zogenaamde ‘entiteiten’. Het debat werd dan ook niet in de gehele ACOD gevoerd, maar wel afzonderlijk in de Waalse, Brusselse en Vlaamse Intergewestelijken. Daarna werd vanuit de uiteenlopende voorstellen van de Intergewestelijken een federaal en intersectoraal compromis gedistilleerd.

‘Reactiedag’

Ook dit compromis richtte zich voornamelijk op een informatie- en sensibiliseringscampagne, gekoppeld aan een aantal eerder beperkte symbolische acties. Wel nam de ACOD zich voor om op 10 oktober een ‘reactiedag’ te organiseren in het geheel van de openbare sector.

Hoe die ‘reactiedag’ er precies zou uitzien, werd tegelijk eveneens overgelaten aan de afzonderlijke sectoren van de ACOD. Wat er zou volgen op de ‘reactiedag’ werd in het ongewisse gelaten. Het resultaat van dit alles is helaas dat er van een planmatige opbouw niets in huis kwam.

Stakingen op 10 oktober

De sector Spoor kondigde onmiddellijk een algemene spoorstaking af voor 10 oktober. Dit voorbeeld werd al snel gevolgd door achtereenvolgens de sectoren Post, Lokale en Regionale Besturen, AMiO, Admi, Overheidsdiensten en Tram-Bus-Metro. De sector Onderwijs beperkt zich op 10 oktober tot sensibilisering.

De concrete thema’s waarrond gemobiliseerd zal worden, lopen nogal uiteen. Bij Spoor en Post concentreert men zich op de kwestie van de dreigende privatisering. De andere sectoren mikken eerder op kwesties zoals de statutaire benoemingen en de aanvallen op het pensioenstelsel. Grote ongerustheid is er – terecht! – ook voor de dreigende aantasting van het stakingsrecht.

Vragen

Men kan zich de vraag stellen waarom de interprofessionele leiding van het ABVV, net zo goed als de intersectorale leiding van de ACOD, zich zo lankmoedig opstellen. Waarom hebben beiden zich niet met krachtdadige voorstellen gericht tot hun instanties? Waarom hebben zij zelf geen echt actieplan op tafel gelegd? Waarom leggen zij de verantwoordelijkheid voor gebeurlijke acties bij de afzonderlijke centrales en sectoren? Waarom mikken zij niet op een eenmakende dynamiek? Waarom zwijgen zij in alle talen over alternatieven voor de maatschappelijke crisis?

Foutieve inschattingen

Het antwoord op die vragen kunnen we vinden in de stellingen die de interprofessionele en intersectorale vakbondsleidingen een jaar geleden innamen. Toen waren zij van mening “dat de regering in de touwen hing, verdeeld als ze was tussen kibbelende coalitiepartners”. De verwachting was dat die regering niet meer tot daden in staat was en “dus haar termijn stilletjes zou uitdoen, zonder veel verdere impact”.

Voor de vakbeweging kwam het er – zo dacht men – op aan om rustig af te wachten, niet te polariseren en te hopen op een verkiezingsoverwinning voor de bevriende sociaaldemocratische partijen. Sindsdien braken echter schandalen uit die desastreus uitpakten voor de Franstalige PS, terwijl ook de Vlaamse sp.a wegsmelt in de peilingen.

ACV

De christelijke vakbeweging vormt in haar opstelling het onvolmaakte spiegelbeeld van haar sociaaldemocratische collega’s. Haar christendemocratische politieke vrienden waren tot voor kort verdeeld (met een CDH dat samenwerkte met de Franstalige PS in Wallonië en Brussel en een CD&V die deel uitmaakt van de rechtse coalities op federaal en Vlaams niveau).

De impact van de schandalen verleidde de voorzitter van de CDH ertoe zijn coalitieakkoorden met de PS op te blazen. De weg lijkt daarmee open te liggen voor een bedenkelijk aggiornamento, waardoor het stigma van minderheidsregering langs Franstalige kant overstegen kan worden.

Tegelijk biedt de federale regering in haar ‘Zomerakkoord’ de christelijke arbeidersbeweging een wortel aan: een ‘regeling’ voor het netelige ARCO-dossier. Formeel zal het christelijke ACV pas eind september beslissen hoe zij zal reageren op de regeringsplannen. Uit goede bron vernemen wij echter dat de appetijt voor krachtdadige acties enkel voorkomt bij de Franstalige bediendenbond CNE.

ACLVB

Enige tijd geleden ontvingen wij een berichtje van een verantwoordelijke van de liberale vakbond ACLVB. Deze bekloeg er zich over dat wij in onze kritische commentaren te weinig aandacht besteden aan zijn organisatie.

In een poging om hieraan te verhelpen, moeten wij helaas vaststellen dat de leiding van de liberale vakbond de overtreffende trap belichaamt van de elkaar spiegelende christen- en sociaaldemocratische vakbondsleidingen. Zij overtreft beiden in vertwijfeling en onmacht. Politieke ‘vrienden’ heeft ze nauwelijks en een eigen, offensieve aanpak al helemaal niet.

Ze mag het dan wel goed gedaan hebben bij de laatste sociale verkiezingen, dit vertolkt alleen maar een tijdsgeest van groeiend individualisme, een reactie – ook bij delen van de werkende bevolking – op de groeiende afbouw van de sociale bescherming. Voor het keren van die tendens heeft de liberale vakbond evenmin een recept in huis.

Opgeven syndicale onafhankelijkheid

Door dit alles bevindt de gehele vakbeweging zich momenteel in een staat van opperste verwarring. Het is het logische gevolg van de ideologische, politieke en strategische onbekwaamheid van haar leidingen.

Die vakbondsleidingen hebben geen echte analyse gemaakt van de werkelijkheid. Zij hebben zich integendeel tevreden gesteld met een vage impressie over een verdeelde coalitie, gelardeerd met veel ongerechtvaardigde hoop in de electorale mogelijkheden van hun ‘politieke vrienden’.

Het resultaat van dit opgeven van de syndicale onafhankelijkheid is dat de vakbeweging nu verweesd achter blijft. Helaas zonder inhoudelijke antwoorden op de grote problemen van de samenleving – gebrek aan echte alternatieven dus – en zonder concreet en geloofwaardig actieplan.

Volvo als voorbeeld

Toch is niet alles verloren. De vakbeweging kan zich herpakken. Alleen zal het initiatief daartoe niet komen ‘van de top’. Het is nu de basis die de stier bij de horens moet grijpen. Zij kan zich daartoe laten inspireren door het voorbeeld van de arbeiders bij Volvo in Gent.

Geconfronteerd met een zoveelste opvoering van het werkritme en met de inkrimping van de hoeveelheid arbeiders (door het niet verlengen van interimcontracten) legden de arbeiders vier dagen het werk stil.

Een door de vakbonden onderhandeld compromis werd met een meerderheid van 57,71% afgewezen door de arbeiders. Dit was helaas niet voldoende om de staking verder te zetten (daarvoor is een 2/3 meerderheid nodig), maar het toont wel de bereidheid tot verzet aan, waar de vakbondsleidingen vandaag helaas veel te weinig mee aanvangen.

Alternatieven

Terwijl de vakbondsleidingen met een zekere angst de door ACOD-sectoren voorgenomen stakingsdag van 10 oktober afwachten, is het aan de militanten om zich daadwerkelijk in te zetten voor het succes van die ‘reactiedag’.

Daarbij doen de militanten er goed aan zich niet alleen te concentreren op defensieve eisen, gericht tegen de regeringsplannen. Uiteraard moet dat gebeuren, maar het is onvoldoende. De militanten moeten hun collega’s ook echte alternatieven aanreiken voor de maatschappelijke crisis. Dat is niet onmogelijk.

Laat ons vanaf nu de strijd voeren voor de terugtrekking van alle antisociale maatregelen die sinds de financiële crisis werden genomen, voor een radicale en onmiddellijke verkorting van de arbeidstijd, voor de herwaardering van sociale zekerheid en openbare diensten, voor alle democratische rechten en vrijheden – met inbegrip van het stakingsrecht – en voor een drastische crisisbelasting op de allerrijkste inwoners van België.

Deze eisen kunnen de steun genieten van brede lagen van de werkende bevolking. Het is aan ons allen om hen te mobiliseren!

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This