Vakbonden op de knie voor regeringen en patronaat

altscopcoWe zagen het al aankomen, en het wordt nu bevestigd: er komt geen nieuwe 24-urenstaking op 12 mei. Zo besliste het federale comité van het ABVV. Volgend op het nationale congres van het ACV beëindigt deze beslissing de landingsmanoeuvre die was ingezet toen de vakbondsbureaucraten op 15 december het sociale verzet “opschortten”, “om het overleg een kans te geven”.

Inderdaad laten we ons sinds 15 december letterlijk wandelen sturen door vakbondsleidingen waarvan de belangrijkste woordvoerders geen enkele andere horizon hebben dan opnieuw hun plaats te mogen innemen als « partners » aan de onderhandelingstafel, anders gezegd als medebeheerders van de liberale hervormingen en de miserie. Alsof het stuk van de sociale welvaartstaat uit de jaren ’50, ’60 en ’70 kan worden overgedaan met vertegenwoordigers van een heersende klasse die de uitgesproken, onverhulde wil hebben om komaf te maken met alle sociale verworvenheden uit die periode.

Zo komen we tot de totaal surrealistische toestand dat zowel het ABVV als het ACV expliciet erkennen dat de werkende bevolking door Michel-De Wever keihard wordt aangepakt, maar waarbij beide bonden even expliciet weigeren op het niveau van de aanvallen te reageren. De andere wang aanbieden aan de heersende klasse, kleine symbolische media-acties opzetten, juridische stappen zetten tegen de indexsprong of toffe petities lanceren: wie gelooft nog dat zulke non-strategie andere resultaten kan opbrengen dan nog meer nederlagen en vernedering voor de werkende klasse, met of zonder baan?

Aan het patronaat en de rechtse regeringen vragen “het overleg te respecteren” in de hoop zo compromissen te vinden die voor iedereen voordelig zijn, dat komt neer op hopen dat je de kapitalistische wolven kan overtuigen vegetariërs te worden. Over maaltijden gesproken, kwade tongen beweren dat Marc Goblet met een mooi cadeautje afkomt voor de patroons en hun politieke vrienden, op het diner van de Cercle de Lorraine waaraan hij op 30 april, aan de vooravond van de Eerste Mei, deelneemt. Qua symboliek kan het tellen…

Anderzijds, ook als de desoriëntatie en bijna professioneel aangepakte desorganisatie, gevolg van de zigzagbewegingen, het plots op de rem gaan staan en andere rare rijmanoeuvres van de huidige meerderheid van vakbondsleiders, er in geslaagd zijn een zo brede en diepe beweging in een doodlopend straatje te brengen, toch is de rit nog lang niet gereden, verre van.

Vooreerst, omdat de regering Michel-De Wever allesbehalve halverwege zal stoppen met haar beleid van sociale afbraak. De provocaties en aanvallen zullen blijven komen. Telkenmale betekent dit ook een gelegenheid die we moeten aangrijpen om de legitieme woede die er bij brede lagen van de bevolking zal komen, om te zetten in mobilisaties. Wie strijdt, is nooit zeker van de overwinning, maar wie bij voorbaat de strijd opgeeft, is zeker van de nederlaag.

Ten tweede, de sectoren binnen de bonden die willen blijven knokken en de sociale beweging hebben hun laatste woord nog niet gezegd, zoals de staking van de ACOD op 22 april in de openbare diensten en de oriëntatie die de Franstalige christelijke bediendenbond CNE op haar congres van 2 april aannam, aantonen. De CNE pleit nog steeds voor een nieuw serieus actieplan, met ook een geloofwaardige (het woord is belangrijk) dreiging van een nationale, interprofessionele staking bij aanvang van volgend werkjaar.

Het terrein waaruit de mooie mobilisaties van afgelopen winter is ontsproten blijft vruchtbaar. Maar een ding moge duidelijk zijn: opdat een beweging wortel schiet en vruchten draagt, is een andere strategie van de bonden als alternatief voor de hopeloze zoektocht naar sociaal overleg, broodnodig, levensnoodzakelijk zelfs.

We hebben nu meer dan ooit nood aan een breed democratisch debat binnen onze vakbonden, en aan een structurele, georganiseerde samenwerking tussen strijdbare syndicalisten en stromingen binnen de bonden. Tegenover een syndicalisme van verantwoordelijke staatsmannen (en een enkele vrouw) dat de dood van echte vakbonden betekent, moeten we een strijdbaar syndicalisme stellen, in handen van de werkende mannen en vrouwen zelf.

Dat is een noodzakelijke voorwaarde om tot een nieuwe adem te komen, om er voor te zorgen dat de volgende golf van sociaal verzet resultaten geeft de inzet en mobilisatie van tienduizenden militanten waardig. Samenwerking in een geest van pluralisme en met respect voor democratie onder radicaal en antikapitalistisch links kan hier zeker toe bijdragen.

De vakbonden zijn alvast op één knie gaan zitten. De regering heeft deze slag gewonnen, maar de oorlog is nog niet voorbij. Maar om te winnen zullen we wel de nodige lessen moeten trekken uit de afgelopen periode…

Het -behoorlijk Orwelliaanse- persbericht van het ABVV na het federaal comité van 28 april kan je hier lezen.

foto SAP: stakerspikket bij Atlas Copco tijdens de algemene staking van 15 december 2014 in Antwerpen en omgeving.

Print Friendly, PDF & Email
Share This