Voetbal: het geld van de Premier League

voet 5

Duizelingwekkende bedragen

De binnenlandse televisierechten van de Engelse Premier League voor de komende drie seizoenen werden verkocht voor het absolute recordbedrag van meer dan 5 miljard pond, tegenover 3 miljard pond bij de deal van drie jaar eerder. Daar komt bovendien nog ruim 3 miljard pond aan – eveneens sterk groeiende – buitenlandse tv-rechten bij. De 8 miljard pond over drie jaar zorgen ervoor dat de Engelse teams financieel veruit boven de andere landencompetities uitsteken. Ter vergelijking, de Belgische televisierechten bedragen voor de periode 2014-2017 55 miljoen euro op jaarbasis. Vanaf dit seizoen steekt de kleinste ploeg uit de Premier League, Burnley, de rijkste ploeg uit België, Anderlecht, in totaal budget voorbij dankzij deze explosie van de Engelse tv-rechten.

Deze kloof wordt mooi gesymboliseerd door de transfer van – de matige voetballer en niet eens meer Rode Duivel – Steven Defour van Anderlecht naar Burnley voor een monsterbedrag van tussen 7 en 9 miljoen euro. Eveneens aan de start van dit seizoen vond de duurste transfer uit de geschiedenis van het voetbal plaats: de Franse middenvelder Paul Pogba trok van het Italiaanse Juventus naar Manchester United voor 105 tot 120 miljoen euro. Dit seizoen komen bovendien de absolute toptrainers Pep Guardiola, José Mourinho en Antonio Conte aan het hoofd van respectievelijk Manchester City, Manchester United en Chelsea, ieder met een mooie portefeuille om topspelers aan te trekken.

Maar hoe zit het met de andere grote Europese competities? Op de “UEFA ranking for club competitions” (UEFA is de Europese voetbalconfederatie), die bepaalt hoeveel teams per land mogen deelnemen aan Europese competities, staat de Engelse Premier League pas op de derde plaats na de Spaanse Liga en de Duitse Bundesliga. In de voorbije drie seizoenen wonnen Spaanse ploegen alle Europese bekers: de Champions League werd gewonnen door Barcelona en tweemaal door Real Madrid, in twee finales tegen Atletico Madrid, en de Europa League ging driemaal naar Sevilla.

De televisierechten van de Spaanse Liga komen echter voortaan een pak lager te liggen dan die van de Engelse competitie met volgend seizoen een te verdelen bedrag van 1,3 miljard euro, wat eveneens wel een sterke groei inhoudt van ruim 30% in vergelijking met het vorige seizoen. Maar terwijl de Engelse tv-gelden breed verdeeld worden en vanaf dit seizoen ongeveer 100 miljoen euro per jaar opleveren voor de kleinste ploeg, werden de Spaanse tv-gelden in het verleden erg ongelijk verdeeld met bijvoorbeeld vorig seizoen 140 miljoen euro voor Barcelona en Real Madrid, tegenover 67 miljoen voor nummer drie Atletico Madrid en 25 miljoen voor de kleinste ploeg Las Palmas. Vanaf dit seizoen past de Liga de verdeelsleutels ietwat aan naar het voorbeeld van de minder ongelijke – en daarmee qua voetbalspektakel meer succesrijke – Engelse model.

Wanneer we gaan kijken naar de top-25 Europese clubs met de meeste televisiegelden, vinden we de voltallige Premier League met 20 teams, de Spaanse teams Barcelona, Real Madrid en Atletico Madrid en de Italiaanse ploegen Juventus en AC Milan. Opvallend is hier dat Spaanse teams op nummers 1 en 2 blijven staan met 153 miljoen voor Barcelona en 145 miljoen voor Real Madrid, waarmee ze nog steeds net iets meer tv-inkomsten binnenhalen dan Chelsea, Manchester City en Manchester United.

Hieruit blijkt dat de nieuwe verdeelsleutel van de Liga erg ongelijk blijft in vergelijking met de meer egalitaire verdeling van de Premier League: het verschil in tv-inkomsten tussen de eerste en de laatste in Engeland bedraagt 50% bedraagt tegenover een kloof van ruim 350% in Spanje. Gezien de astronomische bedragen hoeft het verder geen betoog dat de tv-rechten een zeer belangrijke bron van inkomsten voor Europa’s grootste clubs zijn. Wanneer we toch gaan kijken naar de budgetten van de rijkste clubs in elk van de vier grootste competities van Europa, onderscheiden we op basis van cijfers van mei 2016 (dus nog voor de Engelse tv-deal): in Spanje Real Madrid met een jaarbudget van 694 miljoen, in Duitsland Bayern München met 675 miljoen, in Engeland Manchester United met 645 miljoen en in Italië Juventus met 390 miljoen.

Gevolgen voor kleinere competities

Wat zijn nu de belangrijkste gevolgen van deze astronomische bedragen? Op welke manier gaat de laatste Engelse tv-deal het Europese voetbal beïnvloeden? We zagen met de voorbeelden van Pogba en Defour reeds dat de transferbedragen van de huidige mercato (d.i. de transferperiode) ongeziene hoogtes bereikte. De trend van sterk groeiende tv-rechten voor de grote competities is reeds verschillende jaren bezig en we zijn reeds vertrouwd met de gevolgen: kleinere competities – en kleinere teams in grote, maar inegale competities zoals de Spaanse – worden leeg gevist door grote competities en teams.

Deze tendens wordt nu nog versterkt, met als extra element dat tussen de grote competities onderling Engeland een groot voordeel opbouwt. Het is sinds dit seizoen een feit dat Burnley zowel Anderlecht als Ajax Amsterdam voorbij steekt in budget. Historische voetballanden zoals Portugal, Frankrijk (met uitzondering van het Paris Saint-Germain van de Qatarese miljardair Nasser Al-Khelaifi) en Nederland kunnen onmogelijk spelers houden wanneer een Engelse middenmoter of zelfs staartploeg de portefeuille boven haalt.

Deze ongelijkheid tussen landencompetities heeft gevolgen voor de Europese tornooien waarvan de Champions League de belangrijkste is. Tot op heden kunnen tot vier Spaanse, vier Duitse, vier Engelse en drie Italiaanse ploegen zich plaatsen voor de groepsfase van 32 clubs. België heeft als negende land op de UEFA-ranking recht op één rechtstreeks geplaatst team voor de groepsfase (vorig seizoen AAGent, dit seizoen Club Brugge), evenals op een tweede ploeg die zich na voorrondes kan plaatsen. Met recht op minder dan de helft van de teams in de groepsfase, die het bovendien moeten opnemen tegen een aantal clubs uit kleine competities, zijn de grote competities erg ontevreden. Het ongenoegen van de grote landen neemt elk jaar toe naarmate de kloof tussen de landencompetities blijft groeien.

In dat opzicht zal het jaar 2016 niet enkel de geschiedenis ingaan als dat van de explosieve Engelse tv-deal, maar ook als dat van de intense gesprekken tussen de top-competities en binnen de UEFA over een grondige hervorming van de Champions League. Mogelijk wordt eind 2016 al een hervorming aangekondigd, zo niet is de kans groot dat 2017 een vernieuwing zal brengen. De besproken opties zijn divers, van relatief kleinschalige veranderingen die concreet bijvoorbeeld het aantal Belgische deelnemers zou beperken tot één kandidaat, tot nog ingrijpendere veranderingen die een heel nieuw type tornooi tot stand zouden brengen. Uiteraard is het voorlopig moeilijk om veel wijzer te worden uit de geruchten en speculaties in de voetbalpers.

Alleszins zijn er voor een competitie zoals de Belgische maar twee mogelijke uitkomsten: of de huidige vorm van het kampioenenbal wordt min of meer behouden en teams als Club Brugge nemen het op tegen clubs met budgetten die tot tienmaal hoger liggen, of de Belgische ploegen krijgen niet langer de mogelijkheid om ieder jaar in de groepsfase te zitten.

Gevolgen voor fans

De veranderingen in het “moderne” geldvoetbal zijn niet zonder gevolgen voor de fans. Toenemende televisiegelden betekent in de eerste plaats dat televisie en sponsors steeds meer baas worden van de wedstrijdschema’s. In Engeland heerst een sterke traditie van voetbalwedstrijden op zaterdagnamiddag: grote horden thuis- en uitfans verplaatsen zich met de trein naar het voetbalstadion om er hun favoriete team te zien spelen in de Premier League, Championship (de Engelse tweede klasse) of lagere reeksen.

Nationale en internationale televisiegelden en de nieuwe big business van online sportweddenschappen hebben echter andere belangen: ze willen voortdurend voetbalwedstrijden, op elk uur van de dag. De Engelse fans houden nog vrij goed stand met een belangrijk deel van de Premier League-wedstrijden die nog op zaterdagnamiddag worden gespeeld, maar de druk is groot en steeds groeiend. In Spanje zijn de “moderne” uren reeds een feit: een voetbalweekend begint met een wedstrijd op maandagavond en sluit af met een match op maandagavond. Daartussen zijn er wedstrijden die op zaterdag en zondag aanvatten tussen 12u en 22u15.

Ook in België veranderen de uren: terwijl Union Sint-Gilloise vorig seizoen zijn thuiswedstrijden in het Dudenpark speelde op zondagnamiddag om 15u, legt de vernieuwde en geprofessionaliseerde tweede klasse aan de ploegen op dat de vier wekelijkse wedstrijden moeten gespeeld worden op vrijdagavond, zaterdagavond, zondagmiddag om 12u30 en zondagnamiddag om 16u. Middag in Madrid is trouwens 18u in Peking, wat niet onbelangrijk is wanneer je weet dat vorig seizoen twee teams uit de Spaanse Liga, Real Sociedad en Rayo Vallecano, het Chinese technologiebedrijf Qbao als hoofdsponsor hadden. Als fan van één van deze clubs kon je in de fanshop een shirt kopen zonder sponsor op de borst: voor Qbao dat geen afzetmarkt heeft in Spanje, is het enkel van belang dat de merknaam op tv in China verschijnt.

De veranderingen in het “moderne voetbal” gaan wel verder dan nieuwe wedstrijduren. Terwijl in België nog bier mag gedronken worden in de stadia, is dit in Spanje en Engeland verboden. In Spanje werd ook de repressie opgevoerd tegen georganiseerde supporters die hun rechten verdedigen en een maatschappelijke rol opnemen: in het seizoen 2014-15 werden alle spandoeken gebannen in de nasleep van de moord van een voetbalfan van Deportivo la Coruña door politieke hooligans van het Frente Atlético, een neo-nazigroep die de stadia gebruikt als rekruteringsgrond. De repressie na deze moord was echter vooral gericht tegen linkse sfeergroepen. Megafoons en spandoeken van alle types werden verboden en dit terwijl bijvoorbeeld de Bukaneros, de ultras van Rayo Vallecano, voor iedere wedstrijd een spandoek maakten om een wantoestand in het moderne voetbal (zoals de wedstrijduren) aan te klagen, in solidariteit met een sociale beweging of ander goed doel of gewoonweg om hun ploeg aan te moedigen. Na het verbod besloten ze in zingstaking te gaan tegen deze repressieve maatregelen.

In een “huelga de animación” of zingstaking kunnen “ultras” (de meest actieve supporters van een ploeg die zingen, spandoeken en tifo’s maken, bengaals vuur aansteken, kortom voor sfeer zorgen) hun kracht tonen: zonder ultras is er gewoonweg geen sfeer in de stadia en wordt voetbal een saaie bedoening. Maatregelen tegen sfeergroepen zoals allerlei verboden, vervolgens individuele stadionuitsluitingen bij schendingen van de regels, enzovoort hebben precies als gevolg dat voetbal geen feestgebeuren meer is.

Ook voor de spelers is dit aspect van hun sport belangrijk: het is geen toeval dat een thuisploeg een ferm sportief voordeel heeft, alsof ze met een “twaalfde man” speelt. Dit maakt dat door sterke collectieve acties zoals zingstakingen supportersrechten kunnen worden afgedwongen. In Engeland wonnen fans door collectieve actie de strijd tegen de verhoging van ticketprijzen. Andere kwesties, zoals precies de wedstrijduren, zijn dan weer moeilijker om overwinningen over te boeken door de enorme geldbelangen die op het “spel” staan. Voor de revolutionaire militant die van voetbal houdt, is de boodschap alleszins: organiseer je in je sfeergroep en kom op voor een volks en feestelijk voetbal, met een radicale antikapitalistische, antiracistische en antipatriarchale attitude en maatschappelijk engagement! #AgainstModernFootball

Enkele foto’s van acties tegen voetbal op maandagen en andere strijdpunten:

voet 1

voet 2

voet 3

voet 5voet 6

voet 8

voet 9

voet 10

voet 11

voet 12

Print Friendly, PDF & Email
Share This