Chinese erotiek: een zaak van wolken en regen

jin-ping-meiDe Chinezen interesseren zich, zoals wellicht iedereen, voor wat zij het “spel van regen en wolken” noemen. Een oud verhaal vertelt dat de koning van Chu in een droom het bed deelde met de godin van de Toverberg: zij kwam met de morgenwolken en ging met de avondregen, vandaar de metafoor voor de coïtus. De liefdeszaken zijn het onderwerp van een literair genre dat de naam ‘lentebeelden” of “handboeken van het oorkussen” heeft gekregen. “De wereld van wilgen en bloemen” is een metafoor voor de prostitutie.

Een van deze klassieke erotische werken draagt de naam Jin Ping Mei. Er bestaan Duitse en Franse vertalingen van en, als ik me niet vergis, een Nederlandse, al dan niet volledig, al dan niet gecensureerd. Het boek dateert uit de 16de eeuw en de auteur ervan is onbekend. Zoals alle Chinese verstrooiende literatuur is hij geschreven in de omgangstaal door een geletterde die er veel plezier aan heeft beleefd.

De oude erotische verhalen van het Rijk van het Midden zijn niet te vergelijken met de stompzinnige en eentonige westerse verhalen die verondersteld worden de verbeelding van de, meestal mannelijke, lezers te prikkelen. Het erotische element heeft er wel een centrale plaats, maar is een onderdeel van een ruimer verstrooiend verhaal waarin de hele cultuur van de mandarijnen de revue passeert. Het hoeft geen betoog dat in de strenge patriarchale wereld van het Chinese keizerrijk, het standpunt van de auteur door deze instelling wordt bepaald.

Wat niet wegneemt dat vrouwelijke personages niet altijd herleid worden tot de simpele lustobjecten en soms over een zekere autonomie beschikken. Zo bijvoorbeeld in De droom van het rode paviljoen, de befaamde roman van Cao Xueqin, een auteur uit de 18de eeuw, waarin twee vrouwen het hart van de intrige zijn. Sommigen durven spreken zelfs van een feministisch werk.

De Chinese erotische verhalen veroveren samen met andere waren de westerse markten, vooral de Franse. Op zoek naar enige diversificatie om het omzetcijfer in stand te houden, hebben de uitgevers-ondernemers hun blik gericht op Azië, net zoals ze voor het misdaadverhaal vandaag uitkijken naar de Scandinavische wereld. De wereld van het boek verschilt niet van de kledingindustrie en de mode als het gaat om het maken van winst. Ten slotte is het kapitalisme de veralgemening van de wareneconomie. Maar het is niet onwelvoeglijk om kennis te maken met een erotische wereld uit een andere cultuur.

Robert H. van Gulik, de sinoloog en schrijver van detectiveverhalen die zich afspelen onder de Tang dynastie, komt in zijn studie Sexual Life in Ancient China uit 1961 in opstand tegen de lang gekoesterde westerse idee die de seksuele praktijken van de Chinezen veroordeelde als abnormaal en ontaard. Het was inderdaad zo dat een zekere mannelijke afgunst de fantasmagorieën kleurden van de Europese verbeelding. Dat was bijvoorbeeld ook het geval in verband met de Turkse en Arabische zeden met hun harems, odalisken en hammams. Denk aan de schilderijen van een Ingres of de verhalen van een Théophile Gautier. Men leze er Edward Saïds Cultuur en imperialisme op na en Het Badhuis van Marjo Buitelaar en Geert van Gelder.

Een oud en gecultiveerd volk als het Chinese besteedde aandacht aan seksuele opvoeding. Vandaar het bestaan van seksuele handboeken en prentenboeken waarin standjes worden getoond ten behoeve van de de huwbare meisjes van goeden huize. De jonge mannen daarentegen kregen hun opvoeding in het bordeel of maakten gebruik van het dienstpersoneel als zij behoorden tot de bezittende klassen. De kenmerkende preutsheid van het confucianisme slaagde er niet in om een domper te zetten op de “kunst van de slaapkamer”, het fang zhi shu.

Interessant om weten is dat de Mongoolse overheersing van de Yuan-dynastie (1279-1367) uitgesproken preuts was, net zoals de Qing-dynastie na de verovering van China door de Mantsjoes in 1644. De dynastieën van de Han, de overheersende etnische bevolking van China, kenden deze Victoriaanse terughoudendheid in seksuele zaken veel minder. “Weg met de Qing!”, “weg met de Mandsjoes!”, riepen de revolutionairen in 1911. Maar ik ben niet zeker of ze daarbij gedreven werden door erotische begeerte…

 

 

 

 

 

 

Print Friendly, PDF & Email
Share This