Film: de Black Panthers als voorhoede van de revolutie

Black Lives op het witte doek

Terwijl de Black Lives Matter-beweging volop actief is in de Verenigde Staten en strijd voert tegen racisme, politiegeweld en de sociale achterstelling van de zwarte bevolking, werden in de voorbije jaren enkele interessante films en documentaires gedraaid over de geschiedenis van de strijd van de zwarte Amerikanen voor gelijke rechten.

De speelfilm Selma van Ava DuVernay uit 2014 gaat over de “Selma to Montgomery marches” uit 1965. The Birth of a Nation van Nate Parker uit 2016 brengt dan weer op spectaculaire wijze het verhaal van de door Nat Turner geleidde slavenopstand in Virginia in 1831.

Onlangs kwam de documentaire I Am Not Your Negro van Raoul Peck (tevens de regisseur van Der junge Karl Marx die dit jaar in de zalen uitkomt) ook in België in de zalen. Het is het verhaal van de drie leiders Medgar Evers, Malcolm X en Martin Luther King volgens een onafgewerkt scenario van niemand minder dan James Baldwin.

En dan is er nog de horrorfilm Get Out van Jordan Peele die ook nog momenteel in België in de zalen te zien is en gaat over de “horror” van alledaags racisme in de VS. Binnenkort komt eveneens All Eyez On Me bij ons uit, een biopic over het leven van de zwarte rapper – maar ook zowel activist als gangster – Tupac Shakur.

The Black Panthers: Vanguard of the Revolution

De documentaire The Black Panthers: Vanguard of the Revolution van Stanley Nelson uit 2015 kwam vorige woensdag 31 mei bij ons uit in één zaal: Cinéma Aventure in Brussel. De film duurt bijna twee uur, wat erg lang is voor een documentaire, maar voor kijkers geïnteresseerd in geschiedenis en politieke strategie vliegt de tijd voorbij.

In tegenstelling tot de originele aanpak van I Am Not Your Negro, is het formaat van The Black Panthers eerder klassiek met een combinatie van beelden en muziek uit de periode en interviews met getuigen, waarvan in de eerste plaats militanten van de Black Panther Party (BPP). Het is een enthousiasmerende film die de nadruk legt op de positieve lessen en het revolutionair potentieel van de ervaring van de Black Panthers.

Het project van de Black Panthers

De docu schetst sterk het project van de BPP. In een internationale context van onafhankelijkheidsstrijd in de gekoloniseerde landen en de Vietnam-oorlog, richten de jonge zwarte activisten Huey Newton en Bobby Seale in 1966 in Oakland de “Black Panther Party for Self-Defense” op met een antiracistisch en antikapitalistisch tienpuntenprogramma.

Ze hebben het spectaculaire idee om gebruik te maken van het tweede amendement van de Grondwet van de VS dat wapendracht toelaat. Voortaan zouden gewapende “Black Panthers” de strijd tegen racistisch politiegeweld aangaan door in zwarte stadswijken te patrouilleren om toe te zien op het optreden van de politie.

De film benadrukt echter dat de BPP veel meer was dan “empowerende” zelfdefensiegroepen van gewapende jongemannen in leren jekkers, waarmee ze wel wereldwijd bekendheid verwierf. Het politieke programma van de Panthers pleitte onder meer voor werk voor iedereen, waardige huisvesting, degelijk onderwijs en gezondheidszorg, enzovoort.

Om deze socialistische eisen te verbinden met gemeenschapsopbouw in zwarte wijken, organiseerde de BPP zelf sociale programma’s waarvan het “Free Breakfast for Children Program”, met tot 20.000 maaltijden per week, het bekendste werd.

Het geheel van activiteiten van gemeenschapsopbouw, zelfverdediging en andere vormen van politieke actie werd omkaderd door een actieve mediapolitiek die geleid werd door Eldridge Cleaver, de “minister van Informatie” van de BPP, met als doel om in de samenleving erkenning te verwerven als een legitieme en belangrijke proteststem. De Black Panthers betraden ook de weg van het internationalisme door het beklinken van allianties met anti-imperialistische regeringen en bevrijdingsbewegingen.

De FBI in de tegenaanval

Na het tonen van nog heel wat interessante elementen van de werking van de BPP waarop we hier niet kunnen ingaan, gaat de documentaire in op de redenen van de terugval van de organisatie. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor FBI-baas J. Edgar Hoover die met zijn “Counter Intelligence Program” (COINTELPRO) de meest smerige en gewelddadige illegale middelen inzette in de strijden tegen de “terroristen” van de BPP en andere sociale en politieke activisten.

Activiteiten van deze bewegingen en in het bijzonder van hun leiders moesten “ontmaskerd, verstoord, ontspoord, in diskrediet gebracht, geneutraliseerd en zo nodig uit de weg geruimd worden”. Dit gebeurde onder meer door het uitzenden van infiltranten en het uitschakelen van een potentiële “black messiah” die in staat was om de militante zwarte beweging te verenigen en in beweging te brengen.

Zo analyseren de filmmakers alleszins de executie van Fred Hampton, de charismatische Panther-voorman bekend van de uitspraak “I am a revolutionary”, in 1969. Het levensverhaal van de BPP wordt rond gemaakt door een schets van het catastrofale leiderschap van Huey Newton na zijn terugkeer uit gevangenschap in 1970.

De film maakt politieke keuzes om in de eerste plaats een verhaal over organisatie, verzet, strategie, leiderschap en revolutie te brengen, maar brengt tegelijkertijd zoveel meer: de Black Panthers als cultureel fenomeen, de wankele binnenlandse en buitenlandse politieke situatie van de VS, de voortrekkersrol van vrouwen binnen de organisatie, enzovoort.

De documentaire is trouwens niet alleen uiterst boeiend en enthousiasmerend, maar ook bij momenten erg grappig. Zo getuigt een Black Panther dat hij het wapengekletter van de raid op het hoofdkwartier van de BPP in Los Angeles levendig herinnert als “the best music I’ve ever heard”.

Tot slot een bedenking in de vorm van een vraag aan de filmmakers en kenners van de geschiedenis van de Black Panthers: waarom wordt niet gesproken over de figuur van Stokely Carmichael?

Hier vindt u eveneens een bespreking van I Am Not Your Negro.

Print Friendly, PDF & Email
Share This