Hoe verder na 15 december?

antwerp-1Op minder dan een week voor de nationale staking van 15 december ziet het er naar uit dat de regering Michel-De Wever op niets zal toegeven, of het moeten wat kleine prutsen in de marge zijn.

Duizenden actieve en bewuste vakbondsmilitanten maken momenteel hun analyse van de krachtsverhoudingen, en stellen zich de vraag naar het vervolg van het syndicale actieplan en de doelstellingen ervan.

Na het eerste succes van de manifestatie op 6 november bleken ook de verschillende provinciale stakingen zeer geslaagd. De publieke opinie draait in ons voordeel, alle regeringen blijken in recente opiniepeilingen heel weinig populair.

Hoewel de beweging tot nu toe vooral door militanten, delegees en vakbondsverantwoordelijken wordt gedragen, voel je dat er nog meer in zit, en dat de acties nog breder gedragen kunnen worden. Maar bepaalde recente verklaringen van Marc Leemans (ACV) en Marc Goblet (ABVV) doen twijfels rijzen bij de wil om door te gaan.

Tax shift?

Eind oktober drukte de voorzitter van het ACV tamelijk duidelijk zijn wil om te “landen” uit: “Als er een tax shift komt, kunnen we praten over de regeringsmaatregelen en onze verantwoordelijkheden nemen”, verklaarde hij.

Onze verantwoordelijkheden nemen”, betekent voor Marc Leemans het actieplan van de vakbonden stopzetten en zich rond de tafel zetten om alle maatregelen te bespreken, zonder exclusieven. De Standaard vergiste zich niet wanneer de krant in haar editie van 25 november stelde dat “het ACV de sociale vrede aanbiedt in ruil voor een tax shift”.

Enkele dagen later nuanceerde Leemans zijn woorden: “Voor het ACV is een tax shift slechts een deel van de oplossing. En een tax shift die de fiscale druk naar de consumptie verlegt is geen optie voor ons. De mensen die veel geld op de bank of in aandelen hebben, moeten meer bijdragen. (interview aan Solidair, 1-12-2014).

Dit neemt niet weg dat er heel wat vragen blijven. Leemans eist niet duidelijk dat de regering haar plannen intrekt rond de indexsprong, de verlenging van de pensioenleeftijd, de besparingen in de openbare diensten en de sociale zekerheid. Men krijgt de indruk dat wanneer het enkel van hem zou afhangen, de voorzitter van het ACV tevreden is met een bord linzen…

Tot de finish ?

In tegenstelling tot wat velen denken, zit ook de algemene secretaris van het ABVV niet fundamenteel op een andere golflengte.

Recent nog wakkerde Marc Goblet het enthousiasme van zijn achterban aan door de mogelijkheid van een staking “tot de finish” te opperen, vanaf 16 december. Aan de pikketten, op de vakbondsvergaderingen, waren er heel wat militanten tevreden: “Goblet, dat is iets anders dan Anne Demelenne, we hebben eindelijk terug een syndicalist aan de top van het ABVV.”

In de realiteit is het twijfelachtig of het ordewoord van een “algemene staking tot de finish vanaf 16 december” wel het meest geschikte is. De periode is niet ideaal, met de eindejaarsfeesten op komst, en de massa van de bevolking lijkt nog niet klaar voor dit soort confrontatie.

Er zullen zeker reacties komen wanneer de regering een forcing doorvoert onmiddellijk na 15 december (de ACOD heeft al een stakingsaanzeg voor onbeperkte duur ingediend). Die zijn zeker noodzakelijk, maar, tenzij we een remake van december 1960 meemaken, zullen we ons eerder moeten opmaken voor het voortzetten van het actieplan in januari, en dan de intrekking eisen van wat er in het parlement al werd doorgeduwd.

De maatregelen enkel uitstellen?

Maar laat ons deze tactische discussie over de actievormen terzijde laten, en een andere vraag stellen: welke doelstellingen worden aan “een staking tot de finish” (of het verderzetten van het actieplan) gegeven? Het inwilligen van het platform in vier punten van het gemeenschappelijk vakbondsfront?Ah neen: door de kranten van de Sudpresse-groep geinterviewd op 5-12 verklaarde Marc Goblet: “ We vragen niet het intrekken van de maatregelen maar hun uitstel. Men moet een kans laten aan het sociaal overleg.”

In een vorig artikel trokken we reeds de aandacht op een enorme tegenstelling in de analyse van Marc Goblet: aan de ene kant verklaart hij dat de N-VA de regering “piloteert” en “daarachter het patronaat staat” (tot zover zijn we het eens), aan de andere kant stelt hij… dat we deze regering niet van de macht moeten verjagen, “omdat dat in het voordeel van de N-VA zou spelen”!

De inkt van de eerste verklaring was nog niet droog, of de algemene secretaris van het ABVV kwam met die andere die we hierboven citeerden, over het “uitstellen van de maatregelen”, want “er moet een kans aan het overleg worden gelaten om te verifiëren of patronaat en vakbonden nog in staat zijn oplossingen voor te stellen.”

De contradictorische verklaringen worden zo wel erg moeilijk te volgen! Wat is de zin eigenlijk van de dreiging van een “staking tot de finish” boven te halen, als het doel enkel is om de “maatregelen uit te stellen” voor de duur van een sociaal overlegronde? Gelooft Marc Goblet echt dat de werkende klasse de enorme inspanning van een strijd “tot de finish” gaat leveren voor een zo mager objectief?

En dat is nog niet alles: vermits het patronaat “achter de N-VA zit”, en het de N-VA is die de regering leidt, kan men enkel concluderen dat het patronaat de regering leidt door middel van de N-VA. Logisch toch? Wat is dan het nut van een “sociaal overleg om te verifiëren of patronaat en vakbonden nog in staat zijn oplossingen voor te stellen”? Is die verificatie er al niet gekomen door het regeringsprogramma en de algehele opstelling van deze regering van het patronaat?

Er zijn geen onderhandelingsmarges

Een zeer belangrijk kenmerk van het huidige sociale en politieke moment, is dat er quasi geen manoevreerruimte is.Vanuit het oogpunt van de kapitalistische economie, zou de regeringscoalitie de indexsprong kunnen laten vallen. Maar vanuit politiek oogpunt moeten de partijen van de meerderheid, N-VA op kop, aantonen dat ze in staat zijn de werkende klasse hard te raken, door de weerstand van de vakbonden te breken.

Dit sociaal en politiek moment komt niet uit de lucht vallen. Volgens de woordenboek, betekent “overleggen” “tot een overeenkomst komen, overleg plegen om tot een gemeenschappelijk project te kom en. “Sociaal overleg” is geen synoniem van “onderhandeling”. Onderhandelen zal nodig blijven zolang het kapitalisme blijft bestaan. Het sociaal overleg daarentegen is een politiek van klassensamenwerking, gebaseerd op het idee dat de arbeidersklasse en de burgerij in dezelfde boot zitten.

Even terug in de geschiedenis…

Toen het kapitalisme nog in volle bloei stond, tussen 1945 en 1975, konden de vakbondsapparaten de illusie hebben dat de kapitalistische groei een “gemeenschappelijk project” betekende, waarover ze “overleg” konden plegen met het patronaat. De sociale vrede werd geruild voor banen, loonsverhogingen en andere voordelen…

Maar alles begon te veranderen met het begin van de crisis (die in feite veel meer is dan een crisis: een dubbele historische impasse van het kapitalisme, zowel op sociaal als op ecologisch vlak). In die nieuwe historische context waren het patronaat en de regering die in hun dienst stonden, van mening dat de Belgische situatie een potentieel gevaar vormde omwille van de macht en de omvang van de vakbonden, die weinig gelijken kennen in Europa.

Eerder dan te mikken op een krachtmeting à la Thatcher, besliste de bezittende klasse dan ook maximaal de illussies die bij de vakbonden leefden over “een gemeenschappelijk project” uit te spelen, en zo de vakbonden steeds meer op hun terrein te krijgen, om ze zo te verzwakken, te verdelen en ideologisch te ontredderen. Die strategie kende zijn hoogtes en laagtes, maar heeft globaal genomen gewerkt. Van een sociaaldemocratische illusie is het overleg een val geworden voor de arbeidersbeweging, die met de dag dichter toeklapte.

Di Rupo baant de weg

Nochtans kon zulke politiek enkel een overgangsfase zijn. Gelet op het verdiepen van de crisis moest ze vroeg of laat uitlopen op een moment waarop het patronaat een versnelling hoger wil schakelen, zich in staat voelt de sociale verworvenheden frontaal aan te vallen, zonder langs de politiek van klassencollaboratie te moeten passeren.

Dit moment is er beginnen komen vanaf december 2011 toen de regering Di Rupo de maatregelen rond de “eindeloopbaan” op een drafje stemde, zonder overleg met de vakbonden. Indertijd trokken we met de SAP al aan de alarmbel in een open brief  aan de leden en militanten van het ACV en ABVV. Je kon er ondermeer het volgende in lezen:

De regering breekt brutaal het overleg. Zij haalt hiervoor de ernst van de zaak aan, de druk van de “markten”. Maar we mogen ons niet vergissen: het is een strategische beslissing en niet een

misstap die uit de ernst van de situatie voortvloeit. (…) Tegenover de strategische aanpak van

de regering, is de keuze voor verzet die de vakbond zou moeten maken ook een echte strategische keuze. Het gaat erom lessen te trekken uit het feit dat het “Belgisch overlegmodel” dood is en de vakbonden geen “politieke vrienden” meer hebben.(…) De keuze tot verzet heeft maar zin als dit verzet vastberaden is, met een duidelijk programma, met tussentijdse doelstellingen en de nodige actiemiddelen. Men moet ophouden met te onderhandelen met de rug tegen de muur, op basis van het programma dat ons door de neoliberalen wordt opgedrongen. De vakbonden moeten er daarentegen duidelijk afstand van nemen, de bevolking grondig informeren door middel van een grootschalige “Operatie Waarheid” en opkomen voor een eigen antiliberaal, en dus antikapitalistisch, programma.”

De echo van deze analyse was belangrijk, maar onvoldoende. De vakbonden hielden het bij een eenmalige 24-urenstaking en een reeks andere acties. De militanten werden naar de verkiezingen geleid zonder dat er echt de wil was om overwinningen te boeken. De neoliberale hervormingen van Di Rupo zijn er door gekomen…

Deze ervaring met een gelukte “forcing” heeft de meerderheid van de heersende klasse tot het besluit gebracht dat de situatie rijp is om de vakbeweging in de hoek te drummen en de krachtsverhoudingen kwalitatief te wijzigen in haar voordeel. Dat is de fundamentele taak die de bourgeoisie aan de regering Michel-De Wever heeft opgedragen.

Hun succes is niet verzekerd, essentieel omdat de regeringsploeg een reeks politieke zwaktes kent die we hier niet verder zullen analyseren (de electorale afhankelijkheid van de CD&V van de basis van het ACV en beweging.net, de MR als enige Franstalige partij in de coalitie, de provocaties van de N-VA, enz.). Maar een ding is duidelijk: de rechterzijde kan eventueel het invoeren in de  toekomst van een belasting op de meerwaarde (gecompenseerd door een nieuwe verlaging van de patronale bijdragen aan de RSZ!) voor de neus van de vakbonden laten bengelen, maar ze kan niet terugkomen op de kern van de maatregelen die in de regeringsverklaring staan. We zitten dus in een echte, openlijke krachtmeting.

Bureaucratie

In zulke context is het simpelweg absurd zich vast te klampen aan de vraag naar een “echt overleg”, zoals Leemans, Goblet en heel wat anderen doen. Het is nog veel absurder te dreigen met een “nieuw ’60-’61” en tegelijk aan de tegenstander te verstaan te geven dat men bereid is de vijandelijkheden te staken in ruil voor een tax shift, of zelfs het simpelweg “uitstellen van de maatregelen”.

Wij staan uiterst kritisch tegenover zulke strategie. Volgens ons beantwoordt ze enkel aan de belangen van een bureaucratie in de arbeidersbeweging, die vooral bekommert is om haar eigen rol als tussenpersoon tussen de werkende klasse en de burgerij, een rol die haar een (maatschappelijke) plaats en (ook materiële) voordelen geeft binnen het “Belgisch systeem”…

Tegelijk waarschuwen we de voorstanders van deze aanpak: als door hun schuld de berg van het actieplan uiteindelijk louter een muis baart, zal de demoralisatie op het niveau zijn van de hoop die ontstond sinds de monsterbetoging van 6 november en de geslaagde stakingen. In dat geval zullen ze de tak hebben afgezaagd waarop ze zelf zitten.

Een andere aanpak

Het “Belgisch overlegmodel” is dood. De vakbeweging heeft dan ook, op alle niveau’s van de organisaties, nood aan een alternatieve strategie. Een strategie die mikt op eenheid in de strijd tot de belangrijkste besparingsmaatregelen zijn ingetrokken. Een strategie om te winnen, niet om te verzanden in “overleg”.

Het gemeenschappelijk vakbondsfront voert haar actieplan momenteel uit op basis van een platform met vier punten: 1) het behoud en de verhoging van de koopkracht door vrije loonsonderhandelingen en de opheffing van de indexsprong, 2) een sterke federale sociale zekerheid, 3) investeringen voor een relancepolitiek en duurzame banen en kwaliteitsvolle openbare diensten en 4) fiscale rechtvaardigheid.

Dit platform moet worden gepreciseerd om uitdrukkelijk het intrekken van de verhoging van de pensioenleeftijd naar 67 jaar te eisen. Het moet ook worden aangevuld met een andere eis: de intrekking van de maatregelen tegen de werklozen van de regering Di Rupo.

Het inwilligen van deze eisen moet als voorwaarde worden gesteld, niet voor “sociaal overleg” maar voor onderhandelingen sowieso.

Volgens ons is enkel zulk een strategie op het niveau van de prachtige strijdbaarheid die in het kader van het actieplan van de vakbonden sinds 6 november wordt tentoongespreid. Zoals een oproep  die momenteel circuleert, en die op enkele dagen door bijna zeshonderd vakbondsmilitanten werd getekend, stelt: “Niet op onze kap!”

Foto : SAP

Print Friendly, PDF & Email
Share This