Sri Lanka, een nieuwe start?

Tamil

Iets meer dan vijfhonderd jaar geleden begon Sri Lanka deel uit te maken van de wereldeconomie. In 1505 zetten Portugese kolonisten er voet aan land. Het waren niet de eerste bewoners van dit eiland op ongeveer 50 kilometer van de zuidkust van India. Maar vanuit eurocentrisch oogpunt telde het pas vanaf dat moment echt mee. Dat bleef zo toen de Nederlanders en later de Engelsen er de dienst gingen uitmaken. In 1948 werd Sri Lanka, toen nog Ceylon geheten, onafhankelijk. Daarna maakte het een roerige tijd door met veel strijd tussen de Singalezen en de Tamils. Pas onlangs is er enige verzoening tot stand gekomen en lijkt Sri Lanka een nieuwe start te maken.

Een kolonie

Sri Lanka is een eiland in de Indische Oceaan. Het is ongeveer even groot als Nederland en België samen en telt ook ongeveer evenveel inwoners, zo’n 22 miljoen. Weinig mensen weten dat het eiland bijna 150 jaar lang een Hollandse kolonie was. In 1658, op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw, werd Sri Lanka veroverd op de Portugezen. Die waren er vanaf 1505 heer en meester en haalden er vooral specerijen en edelstenen vandaan. Zij brachten er het christelijk geloof en vochten heel wat af met de Hindoe- en Boeddha-koninkrijkjes die sinds eeuwen op het eiland aanwezig waren en die ook elkaar bevochten. Nadat de Portugezen waren verdreven werd de strijd door de Hollanders overgenomen, evenals de handel in specerijen. Met de verkoop van kaneel wist de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) méér inkomsten te verwerven dan met de producten uit die andere kolonie, Nederlands Indië. Ook werden wegen en kanalen aangelegd en de Portugese forten werden omgebouwd tot enorme vestingwerken. Zoals bij de toenmalige hoofdstad Galle. Een satelliet-eilandje aan de noordkant heet nog altijd Delft. Daar vind je de resten van een Portugees postkantoor uit de 16e eeuw (een postduiventil!). En ook de ruïne van een stal van een Nederlandse paardenfokker uit de 18e eeuw. In die 18e eeuw nam het aantal conflicten van de Hollanders met de autochtone bevolking sterk toe en het waren de Engelsen die daarvan profiteerden. In 1802 was de Hollandse periode definitief voorbij en werd Sri Lanka, toen nog Ceylon genoemd, een Engelse kroonkolonie. Zij maakten de Ceylon Thee tot het belangrijkste product en verdienden daar koloniaal goudgeld mee tot aan de onafhankelijkheid van Ceylon in 1948.

Trotskisten

Na de onafhankelijkheid in 1948 werd de toestand op het eiland voortdurend gekenmerkt door sociale en etnische tegenstellingen.Arm en rijk stonden scherp tegenover elkaar. Er was weinig industrie, maar dankzij de thee-productie was er een grote en sterke arbeidersbeweging. Daarin speelden revolutionaire socialisten, ook wel trotskisten genoemd, tientallen jaren een vooraanstaande rol. In 1960 kreeg Ceylon voor het eerst een radicaal linkse regering onder leiding van mevrouw Sirimavo Bandaranaike van de Sri Lanka Freedom Party (SLFP). De trotskisten van de Lanka Sama Samaja Party (LSSP), goed voor honderdduizenden stemmen en hegemonisch in de vakbeweging, gedoogden de regering van Bandaranaike en traden zelfs toe tot de regering in 1964. Op grote schaal werden bedrijven genationaliseerd. Gezondheidszorg en onderwijs tot en met de universiteit werden gratis. Echter, democratische vrijheden werden met voeten getreden en in 1965 werd Bandaranaike afgezet door een rechtse coalitie rond de United National Party (UNP). Overigens was de regeringsdeelname door de LSSP al in 1964 aanleiding tot de afscheiding van een meer revolutionaire vleugel in de LSSP (Revolutionairy section). Die LSSP(R) werd de nieuwe afdeling van de trotskistische Vierde Internationale op Sari Lanka.

Maoïsten

In 1970 werd weer een linkse regering gevormd onder leiding van de LSFP en de LSSP deed wederom mee, ditmaal met drie ministers. Met 433.244 stemmen scoorde de LSSP ongeveer 10% bij de verkiezingen in dat jaar. De naam van het land werd veranderd van Ceylon in Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka. Ondanks een links beleid kreeg de regering te maken met een opstand van het maoïstisch georiënteerde Volksbevrijdingsfront JVP. De LSSP vroeg Bandaranaike om de vakbonden van wapens te voorzien om de regering te verdedigen. Dat werd geweigerd en in plaats daarvan werd de JVP keihard door het reguliere leger onderdrukt. In 1975 had Bandaranaike genoeg van de kritiek van de LSSP op haar beleid en werd de ze uit haar regering gezet. Bij de verkiezingen in 1977 leed heel links een enorme verkiezingsnederlaag, de UNP kreeg 51,5% van de stemmen. Het stemmenaantal van de LSSP werd gehalveerd en ze verdween voor het eerst sinds decennia uit het parlement. Ook de LSSP(R) slaagde er niet meer in om zetels te verwerven.

Wreed

Sommige verworvenheden uit de linkse periode bleven gehandhaafd. Tot op de dag van vandaag zijn de gezondheidszorg en het onderwijs tot en met de universiteit gratis. Maar vanaf 1980 namen de tegenstellingen scherp toe tussen de Singalezen enerzijds, ongeveer 75% van de bevolking en merendeels boeddhisten, en de Tamils anderzijds, ongeveer 20% van de bevolking en merendeels hindoes. De Tamil-minderheid, vooral woonachtig aan de noordkant van het eiland, werd vanuit de hoofdstad Colombo middels een ‘noodtoestand’ in haar rechten beknot. De Tamil-taal werd niet erkend, dan weer verboden. Daarop eisten de Tamils meer tot zelfs volledige zelfstandigheid. Hun organisatie, de Tamil Tijgers, leidde de strijd. In 1987 riepen de Tijgers, na enkele militaire successen, de onafhankelijkheid uit voor de noordelijke provincie Jaffna. In 1990 werd de bezetting van Jaffna door het Singalese regeringsleger gebroken, maar de Tijgers hielden hele gebieden in handen en bleven een guerrilla-oorlog voeren. Beide partijen maakten zich in deze burgeroorlog schuldig aan terreur en ongekende wreedheden. Uiterst wreed was ook de onderdrukking van de maoïstische JVP, die in 1987 voor de tweede keer in opstand was gekomen. Tienduizenden voornamelijk jonge aanhangers van de JVP werden door een Special Forces Team van het leger in nachtelijke operaties afgeslacht. Uiteindelijk werd ook de Tamil-beweging onderdrukt. In 2009 werden de laatste Tamil Tijgers vernietigend verslagen. De manier waarop is nog onlangs aanleiding geweest voor de Verenigde Naties om een onderzoek te doen naar ‘misdaden tegen de menselijkheid’. Bij het opruimen van de laatste verzetshaarden zou door het leger massaal zijn gemoord en verkracht. En de burgeroorlog hád al 100.000 doden gekost.

Verscheurd

Vanaf 2009 is het redelijk rustig op Sri Lanka. De Tamils hebben politieke partijen opgericht en doen nu mee aan de verkiezingen. Ook de JVP heeft de wapens neergelegd, doet mee aan verkiezingen en heeft zelfs een tijdje mogen meeregeren. Dat regeren gebeurt door combinaties van partijen die op hun beurt weer het resultaat zijn van talloze fusies en scheuringen.

 

Van de eens machtige trotskistische beweging is niet veel meer over. Die heeft zich bijna letterlijk en figuurlijk uit de geschiedenisboeken gescheurd. Toch bestaat er nog een afdeling van de Vierde Internationale. Sinds 1991 functioneert als zodanig de Nava Sama Samaja Party (NSSP). Deze partij publiceert een eigen orgaan, Left Front, en is ook met een website op internet te vinden. Twee belangrijke punten waar de NSSP voor opkomt, zijn verzoening tussen Singalese en Tamil-arbeiders en berechting van de oorlogsmisdadigers uit de burgeroorlog.

Complex

Het gehele politieke landschap van Sri Lanka is complex. Bij de laatste verkiezingen in januari 2015 deden er maar liefst 42 verschillende politieke partijen mee. Van die 42 partijen zijn er 15 alleen al aan de naam herkenbaar als links, socialistisch of communistisch. Opmerkelijk is dat die linkse partijen dan weer verdeeld zijn over diverse allianties. Dit zijn samenwerkingsverbanden met partijen die soms allesbehalve links genoemd kunnen worden. Het grootste verkiezingsblok, dat 5 miljoen stemmen kreeg, is het United National Front for Good Governance (UNFGG). Dat bestaat bijvoorbeeld uit 7 partijen, waarvan er één bestaat uit een sub-alliantie van nog eens drie partijen. Het tweede blok, de United People’s Freedom Alliance (UPFA), kreeg 4,7 miljoen stemmen en bestaat uit 13 partijen. Daarin zit weer een sub-alliantie van 5 partijen, waar ook de Communistische Partij en de oude LSSP toe behoren.

De overige 12 partijen herbergen één sub-alliantie van 4 en één sub-alliantie van 2 partijen. Wat je noemt een onoverzichtelijk conglomeraat van clubjes en coalities dus. Desalniettemin hebben de verkiezingen van 2015 geresulteerd in een vrij scherpe wending van het Sri Lankaanse binnen- en buitenlandse beleid.

Een andere koers

Tegen de verwachting in leed de UPFA een verkiezingsnederlaag. De tot dan toe onbetwiste leider van de UPFA, Rajapaksa, werd nipt verslagen door zijn tegenstander Sirisena van de UNFGG. Aan het presidentschap van Rajapaksa kwam na tien jaar een eind en Sirisena volgde hem op. Overigens waren beide ooit lid van dezelfde partij, de SLFP. Dát stond een flinke politieke koerswijziging niet in de weg.

Rajapaksa was goed bevriend met de Volksrepubliek China en hij tamboereerde op een keiharde en onbuigzame houding ten opzichte van de Tamils. Zijn bewind werd verder gekenmerkt door corruptie en zelfs de moord op critici.

Sirisena oriënteert zich wat betreft het buitenlands beleid meer op India dan op China. Zijn binnenlands beleid lijkt vooralsnog minder bezoedeld door corrupte praktijken en biedt meer mogelijkheid tot vrij debat. De belangrijkste verandering sinds het presidentschap van Sirisena, ligt echter in de sfeer van de opstelling ten aanzien van de Tamils. Sirisena lijkt te hebben gekozen voor een verzoenende houding. Op diverse hoge posten zijn voor het eerst ook Tamils benoemd. Echter, tezelfdertijd maakt Sirisena geen haast met de vervolging van “misdadigers tegen de menselijkheid’ uit de burgeroorlog en weigert hij medewerking aan verder onderzoek door de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. Dat geeft te denken. Of Sri Lanka daadwerkelijk een nieuwe start gaat maken…?

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Grenzeloos.

Print Friendly, PDF & Email
Share This