Trotsky in de DDR

trotsk

De titel is alvast geslaagd ― so far so good. Hij viel me spontaan te binnen terwijl ik een stuk van Jan Willem Stutje aan ’t lezen was waarin hij het over de toneelauteur Peter Weiss had. (1) Maar, zo vroeg ik me vervolgens af, kan ik zelf een kort stukje over deze Weiss schrijven? Want ja, wie was dat ook alweer? En Trotsky, wie weet eigenlijk nog wie dat was? In de DDR zeg je, was dat niet…‘k Weet het, ’t is allemaal lang geleden, maar auteur, filmer en schilder Peter Weiss kreeg in de jaren zestig van die vorige eeuw wel internationale bekendheid als toneelschrijver. Hij werd toen zelfs “de nieuwe Bertolt Brecht” genoemd.

De Duitstalige Weiss was omwille van veel redenen een merkwaardig man. Hij leefde en schreef bijvoorbeeld niet in Duitsland, maar in Zweden. Daar was hij in 1939, op de vlucht voor de Nazi’s, terechtgekomen. Hij bleef er wonen tot zijn dood in ‘82. Hij schreef in Zweden, maar zijn stukken werden eerst en vooral in Duitsland opgevoerd, zowel aan deze (BRD) als aan gene zijde (DDR) van het zgn. IJzeren Gordijn. Aan beide zijden werd hij er ook menigmaal voor geprezen.

Peter Weiss was ook een actieve communist, lid van de Communistische Partij van Zweden. Wie denkt dat je de man nu wel kunt wegzetten heeft ongelijk, want de partijbonzen kregen bij tijd en wijle purperen puisten van zijn geschriften.

Dat komt doordat Weiss een romantisch marxist was. Die merkwaardige combinatie van romantiek en marxisme was o.a. tot uiting gekomen in het toneelstuk met de even welluidende als lange naam “De vervolging van en de moord op Jean-Paul Marat opgevoerd door het toneelgezelschap van het krankzinnigengesticht van Charenton onder leiding van de heer de Sade”, een titel die om begrijpelijke redenen veelal tot Marat/Sade ingekort werd. Marat stond in het stuk voor collectiviteit, sociallsme en communisme, terwijl Sade de individualist was die, alhoewel overtuigd van de noodzaak tot verandering, toch inzag dat alleen een opstand van de hartstochten het zicht op de nieuwe maatschappij kon openen.

Stutje zegt erover: “Marat/Sade had een sterke autobiografische inslag. Het conflict tussen Marat en Sade weerspiegelde een tweestrijd in Weiss zelf; het stond voor een conflict tussen de wil en het lot, tussen vrijheid en dwang.” Die tweestrijd was ook maatschappelijk zichtbaar “als de hoofdtegenstelling van de socialistische beweging: die tussen de partijcommunist die zich om niets anders dan om realpolitik bekommert en al het overige als banaal beschouwt, en de revolutionair voor wie alles dynamisch is, fantasie, hoop en utopie.”

Weiss wilde de breuk tussen droom en werkelijkheid herstellen en kwam daardoor vlak naast de surrealisten te staan. “Opnieuw de wereld betoveren, de band tussen poëzie en revolutie, tussen droom en werkelijkheid herstellen, dat beschouwde Weiss als de kern van zijn toneelwerk. Het ging hem over een maatschappelijke omwenteling, maar ook om een revolutie van de geest. Zonder zelfbevrijding van het individuele bewustzijn, zonder aanhoudende libertaire impulsen doofde iedere revolutie uit en viel de mens terug in een mentaliteit van egoïsme en berekening, in verlatenheid en vervreemding.”

Daarvan probeerde Weiss ook zijn kameraden in de DDR te overtuigen. En zoals het in de toenmalige tijdgeest past, koos hij daarbij voor het onmogelijke: in 1968 schreef hij het toneelstuk Trotzki im Exil. Weiss had er grootse plannen mee. Hij wilde er het debat in de DDR mee aanzwengelen. Weiss beschouwde het stuk zelfs “als exemplarisch voor het documentaire theater” en in zijn dromen zag hij het al opgevoerd worden in Berlijn, Praag en Moskou. Een stuk over de aldaar verguisde Trotsky, inderdaad; een stuk dat hij wilde opgevoerd zien in landen waar trotskist niets anders dan een scheldwoord was. Uiteraard bleef het bij dromen, want de kameraden konden in zijn Trotsky alleen maar een provocatie zien.

Het artikel dat Stutje over Weiss schrijft, focust op de samenwerking die er naar aanleiding van dat toneelstuk ontstond tussen de auteur en de Vlaamse marxist Ernest Mandel. De twee schreven in die periode veel over en weer en Weiss kwam in 1969 zelfs naar Schaarbeek om er Mandel thuis op te zoeken. Daar las die laatste voor het eerst het hele Trotsky-stuk. Hij was ontroerd, zo weet Stutje ons te melden.

Mandel (1923-1995) mocht erdoor ontroerd zijn, de opvoeringen waren wel catastrofes. De bekende Duitse criticus Marcel Reich-Ranicki had het stuk in Düsseldorf gezien. Hij vond het ronduit slecht. Aangezien het vooral bestond uit commentaren zou het efficiënter geweest zijn mocht Weiss gewoon een artikel over Trotsky geschreven hebben, zo meende Reich-Ranicki. Het aanwenden van acteurs, kostuums en gesofisticeerd podiummateriaal voegde er volgens hem niets aan toe. Vervelend theater dus.

Maar het was niet omdat het zo vervelend was dat Weiss in de DDR te verstaan kreeg “dat hij Trotzki im Exill moest intrekken, zo niet, dan werd zijn verblijf in de DDR niet langer op prijs gesteld.” Zijn kameraden “bespaarden hem de vernedering van een openlijk mea culpa, maar kregen zwart op wit dat het stuk, in welke vorm dan ook, nooit meer opgevoerd zou worden.”

Peter Weiss bond in, werd gerehabiliteerd, maar hield voor de rest toch zijn manieren niet (of juist wel). Zo protesteerde hij later nog in woord en daad tegen de verbanning van Alexander Solzjenitsyn uit de USSR en van Wolf Biermann uit de DDR, hij sprong in de bres voor de Tsjecho-Slowaakse schrijver Pavel Kohout…

Tot zijn dood bleef hij een romantische libertair marxist: “Voor Weiss moesten revolutionairen (…) dromen van de nieuwe mens en hun onderlinge betrekkingen, een utopie gebaseerd op liefde en creativiteit, meer dan op rationaliteit. Alleen zo kon kortsluiting ontstaan in de maatschappelijke hiërarchieën, in de onderdrukkende politieke apparaten, in het patriarchaat, in de raciale systemen en de wijdverbreide mystificaties die het leven beheersen.” Kladderadatch!


Noot:

1) Jan Willem Stutje. Peter Weiss’ Trotzki im Exil. Theater als uitdaging aan de macht. In Brood & Rozen, Tijdschrift voor de geschiedenis van de sociale bewegingen. 2013/3. Ps. 33-55. Meer info: Paule Verbruggen, Bagattenstraat 174, 9000 Gent.  Tel: 09/224.00.79 ―Alle citaten komen uit dat stuk.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op De Laatste Vuurtorenwachter http://florsnieuweblog.blogspot.be

Print Friendly, PDF & Email
Share This